← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:15908

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 9528968 \ CV EXPL 21-7522 Uitspraakdatum: 20 augustus 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1 [eiser 1],

  1. [eiser 2],
  2. [eiser 3],
  3. [eiser 4], allen wonende te [plaats] eisers hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp (EUclaim B.V.) tegen de buitenlandse vennootschap British Airways Plc gevestigd te Cardiff (Verenigd Koninkrijk) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. J.J.O. Zandt (Ploum Rotterdam Law Firm) De zaak in het kort De passagiers hebben van de vervoerder compensatie gevraagd voor een meer dan 3 uur vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, blikseminslag op een voorgaande vlucht. Het betoog van de vervoerder slaagt. De vordering van de passagiers wordt afgewezen. 1Het procesverloop 1.
  4. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.
  5. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  6. De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 7 augustus 2019 vervoeren van Miami International Airport (Verenigde Staten), via Heathrow Airport, Londen (Verenigd Koninkrijk) naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vluchtcombinatie BA210 en BA
  7. 2.
  8. De vervoerder heeft vlucht BA210 van Miami naar Londen (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagiers hebben daardoor de aansluitende vlucht gemist en zijn omgeboekt naar een alternatieve vlucht, waardoor zij met een vertraging van meer dan drie uur zijn aangekomen op de eindbestemming. 2.
  9. De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.
  10. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
  11. De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 2.400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van vlucht, althans vanaf datum ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van de betekening van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;- € 435,60 dan wel € 363,00, aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.
  12. De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening). 3.
  13. De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging van de vlucht gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening). 4De beoordeling 4.
  14. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
  15. Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. 4.
  16. Volgens de vervoerder maakte de vlucht in kwestie onderdeel uit van een rotatievlucht. Londen – Miami - Londen (vluchtnummers BA211 en BA210). De vlucht voor deze rotatie (vlucht BA218) werd getroffen door bliksem, waardoor het toestel bij aankomst een verplichte inspectie moest ondergaan. Een inspectie duurt ongeveer drie of vier uur. Na de inspectie is het niet gegarandeerd dat het toestel door kan vliegen, daarom heeft de vervoerder een reservetoestel (G-CIVL) ingezet om de rotatie uit te voeren. Dit was het eerst beschikbare Boeing 747 toestel dat deze vlucht uit kon voeren. Het vervangende toestel moest alleen eerst nog een andere vlucht uitvoeren. Hierdoor vertrok vlucht BA211 uiteindelijk met een vertraging van 196 minuten. De vlucht in kwestie haalde een paar minuten in, maar kreeg vervolgens te maken met een bijzonder lange taxitijd van 64 minuten. Ter onderbouwing heeft de vervoerder het ‘Seasonal Blocktimes’ rapport overgelegd. Hieruit blijkt dat de gemiddelde ‘taxi in’ tijd 10 minuten was. De vlucht in kwestie heeft dus 54 minuten langer moeten taxiën. De vlucht in kwestie kwam uiteindelijk aan met een vertraging van 230 minuten. De blikseminslag en de langere taxitijd dienen aangemerkt te worden als buitengewone omstandigheden. De reden van de taxitijd is niet relevant. Tenzij deze te wijten is aan de vervoerder, maar dat is hier niet het geval, aldus de vervoerder. 4.
  17. De passagiers betwisten de blikseminslag niet. Zij betwisten wel dat toestel G-CIVP gepland stond om de rotatievlucht uit te voeren. De rotatie zou in eerste instantie uitgevoerd worden door toestel G-CIVE. Uit de door de vervoerder overgelegde stukken blijkt dat om 03:50 uur UTC besloten is om vluchten BA211 en BA210 uit te laten voeren door toestel G-CIVP in plaats van toestel G-CIVE. Uit de stukken is niet duidelijk wanneer de blikseminslag is gebeurd, dus het kan zijn dat het voor het wisselen van toestellen is gebeurd. Tussen vlucht BA218 en BA210 zat een grondtijd van vijf uur en een inspectie duurt ongeveer 3 á 4 uur, dat betekent dat de blikseminslag niet voor het vertraging hoorde te zorgen. Daarnaast waren er ook andere technische mankementen aan het toestel volgens de inspectierapporten. Zonder blikseminslag zou het toestel dus ook aan de grond zijn gehouden. De passagiers betwisten ook dat de bemanning om een ander toestel hadden verzocht. Daarnaast vond vlucht BA218 twee vluchten voor de vlucht in kwestie plaats. De vlucht in kwestie werd pas 24 uur na de blikseminslag uitgevoerd. De passagiers betwisten ook de stellingen met betrekking tot de lange taxitijden. De vervoerder brengt hiertegen in dat de toestelwisseling plaatsvond voor de blikseminslag, respectievelijk 03:50 uur (GMT) en 04:40 uur (GMT). En de niet-blikseminslag gerelateerde defecten waren ‘ADD’ (‘Acceptable Deferred Defect’), dat betekent dat het toestel wel kon vliegen. De vervoerder heeft een vervangend toestel ingezet, omdat het na de inspectie niet zeker is dat het toestel mag vliegen, in dit geval kon dat dus niet, aldus de vervoerder. 4.
  18. De kantonrechter overweegt als volgt. Als onbetwist staat vast dat het toestel dat de vlucht in kwestie zou uitvoeren, op een voorafgaande vlucht is getroffen door bliksem en derhalve aan een verplichte inspectie moest worden onderworpen. Het betreft hier een - als gevolg van een van buitenkomende oorzaak (bliksem) ontstaan – vliegveiligheidsprobleem als bedoeld in par. 14 van de considerans van de Verordening. Het vliegtuig kon immers vanwege de vliegveiligheidscontrole en daarop volgende noodzakelijke reparatie(s) haar weg niet vervolgen. Deze omstandigheid vormt dan ook een buitengewone omstandigheid die zich niet per definitie hoeft voor te doen op de vlucht in kwestie, maar ook door kan werken op een opvolgende vlucht. Daarnaast is de vertraging verder opgelopen door besluiten van de luchtverkeersleiding. De vervoerder kon hier geen invloed op uitoefenen. De vervoerder dient zich te houden aan de besluiten van de luchtverkeersleiding. De vervoerder heeft immers in een relatief kort tijdsbestek een vervangend toestel kunnen regelen zodat de rotatievlucht toch uitgevoerd kon worden. Naar het oordeel van de kantonrechter is voldoende gebleken dat dit het snelste alternatief was voor de uitvoering van de rotatievlucht en derhalve voor de vlucht in kwestie. Het betoog van de vervoerder slaagt. 4.
  19. Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging van de passagier te voorkomen. Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging van de passagiers te beperken. De vordering van de passagiers wordt afgewezen. 4.
  20. De passagiers zullen in het ongelijk worden gesteld. Daarom zullen zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
  21. wijst de vordering af; 5.
  22. veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 476,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 119,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. 5.
  23. verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.