RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 9837023 \ CV EXPL 22-2453 Uitspraakdatum: 20 augustus 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1 [eiser 1], wonende te [plaats 1]
- [eiser 2], wonende te [plaats 2] eisers hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp (EUclaim B.V.) tegen de buitenlandse vennootschap British Airways Plc gevestigd te Amsterdam gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. J.J.O. Zandt (Ploum Rotterdam Law Firm) De zaak in het kort De passagiers hebben van de vervoerder compensatie gevraagd voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Verordening (EG) nr. 261/2004 is niet van toepassing. De vordering wordt afgewezen. 1Het procesverloop 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 17 februari 2020 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Heathrow Airport, Londen (Verenigd Koninkrijk), naar Kuala Lumpur International Airport (Maleisië), met vluchtcombinatie BA447 en BA
- 2.
- De vervoerder heeft vlucht BA447 geannuleerd. De passagiers zijn omgeboekt naar een alternatieve vlucht, waardoor zij met een vertraging van 1 uur en 56 minuten zijn aangekomen op de eindbestemming. 2.
- De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.
- De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
- De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf dinsdag 18 februari 2020, althans datum van ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van deze dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;- € 181,50 dan wel € 108,90 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 24 februari 2020 dan wel vanaf de datum van betekening van deze dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.
- De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 300,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening). 3.
- De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering van de vlucht gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening). 4De beoordeling 4.
- De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
- De kantonrechter oordeelt dat hij ambtshalve gehouden is te toetsen of de onderhavige vordering voldoet aan de voorwaarden van de Verordening om aanspraak te maken op compensatie na een annulering van een vlucht. De kantonrechter beantwoordt deze vraag ten aanzien van de passagiers vooralsnog ontkennend. Het volgende is hiervoor redengevend. 4.
- Artikel 5, lid 1, sub c, onder iii, van de Verordening luidt als volgt: In geval van annulering van een vlucht: c) hebben de betrokken passagiers recht op de in artikel 7 bedoelde compensatie door de luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert, tenzij; iii) de annulering hun minder dan zeven dagen voor de geplande vertrektijd wordt meegedeeld en hun een andere vlucht naar hun bestemming wordt aangeboden die niet eerder dan één uur voor de geplande vertrektijd vertrekt en hen minder dan twee uur later dan de geplande aankomsttijd op de eindbestemming brengt. 4.
- Nu de vervoerder de passagiers heeft omgeboekt op een vlucht die meer dan 1 uur voor het geplande vertrek is vertrokken, maar minder dan 2 uur later is aangekomen op de eindbestemming, betekent dat niet is voldaan aan artikel 5, lid 1, sub c, onder iii, van de Verordening. De kantonrechter is dan ook voorhand van oordeel dat de Verordening niet van toepassing is op de betreffende vlucht. 4.
- De passagiers zullen in het ongelijk worden gesteld. Daarom zullen zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
- wijst de vordering af; 5.
- veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 270,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening; 5.
- verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter