RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 9148236 \ CV EXPL 21-2509 Uitspraakdatum: 10 december 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1 [eiser 1], wonende te [plaats 1]
- [eiser 2], wonende te [plaats 2] eisers hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp (EUclaim B.V.) tegen Buitenlandse vennootschap Emirates gevestigd te Dubai (Verenigde Arabische Emiraten) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer (AKD advocaten) De zaak in het kort De passagiers hebben van de vervoerder compensatie gevraagd voor een meer dan 3 uur vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden. De vervoerder heeft echter onvoldoende onderbouwd dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging van de passagiers te voorkomen of te beperken. De vordering van de passagiers wordt toegewezen. 1Het procesverloop 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 28 en 29 januari 2019 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Dubai Airport (Verenigde Arabische Emiraten), naar Mingaladon Airport (Myanmar), met vluchtnummers EK150 en EK
- 2.
- De vervoerder heeft vlucht EK150 van Amsterdam naar Dubai (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. Hierdoor hebben de passagiers de aansluitende vlucht gemist. De passagiers zijn omgeboekt naar een alternatieve vlucht en zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming. 2.
- De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.
- De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
- De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf datum ingebrekestelling dan wel vanaf datum van betekening van deze dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;- € 217,80 dan wel begroot op € 181,50 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 28 oktober 2019 dan wel de datum van betekening van deze dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.
- De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening). 3.
- De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging van de vlucht gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening). 4De beoordeling 4.
- De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
- Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. 4.
- De vervoerder heeft een beroep gedaan op een buitengewone omstandigheid. De kantonrechter overweegt echter dat, ongeacht of de vertraging het gevolg was van een buitengewone omstandigheid, de vervoerder niet voldoende heeft aangetoond dat hij alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging van de passagiers op de eindbestemming te beperken. De vervoerder heeft de passagiers omgeboekt op dezelfde aansluitende vlucht (EK388), een dag later. Met deze vlucht zouden zij, volgens de planning, met 24 uur vertraging aankomen op de eindbestemming. Uiteindelijk is er tijdens de uitvoer van vlucht EK388, tijd ingehaald waardoor zij met 23 uur en 45 minuten vertraging zijn aangekomen. Er waren diverse alternatieve vluchten die de passagiers met minder vertraging naar de eindbestemming hadden kunnen vervoeren. Volgens hen zitten vliegtuigen zelden volledig vol. Daarom was dit niet de eerst beschikbare alternatieve vlucht, aldus de passagiers. 4.
- De vervoerder stelt dat er geen plaats beschikbaar was op de door de passagiers genoemde alternatieve vluchten. Hij heeft in dit verband aangevoerd dat hij gebruik maakt van een automatisch boekingssysteem. Dit systeem kiest altijd de eerst mogelijke vlucht. Als er wel een plaats beschikbaar was dan was dat wel naar voren gekomen in het omboekingssysteem, aldus de vervoerder. 4.
- De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder onvoldoende heeft onderbouwd dat hij alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging van de passagiers op de eindbestemming te beperken. Het is namelijk in beginsel geen redelijke maatregel, als de passagiers met een door de vervoerder zelf uitgevoerde alternatieve vlucht de dag na de oorspronkelijk vastgestelde dag aankomt. Dit is alleen anders als er geen enkele andere mogelijkheid voor een alternatieve vlucht bestond die op een minder laat tijdstip aankwam dan het aangeboden alternatief, of dat het organiseren daarvan een onaanvaardbaar offer betekende gelet op de mogelijkheden van haar onderneming op het relevante tijdstip. Bij de interpretatie van het hiervoor genoemde woord ‘dag’, gaat de kantonrechter uit van een tijdruimte en een tijdsduur van 24 uur. 4.
- De vervoerder heeft het betoog van de passagiers dat zij niet zijn omgeboekt naar de eerstvolgende alternatieve vlucht, onvoldoende weersproken. De enkele stelling dat er geen plaatsen beschikbaar waren op de genoemde vluchten omdat die niet in het boekingssysteem naar voren zijn gekomen, is daartoe onvoldoende. Uit het eerder genoemde arrest van het Hof volgt namelijk dat het aan de vervoerder is om aannemelijk te maken dat er geen andere mogelijkheden waren dan wel dat sprake zou zijn van onaanvaardbare offers als de passagiers was omgeboekt naar eerdere alternatieve vluchten. Daar is hij niet in geslaagd. 4.
- Bij gebrek aan een nadere onderbouwing van de vervoerder kan daarom niet worden aangenomen dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging van de passagier te beperken. Vaststaat namelijk dat de passagiers zijn omgeboekt naar dezelfde vlucht die één dag later vertrok. Ook als de uiteindelijke vertraging wellicht een paar minuten minder bedraagt dan 24 uur, oordeelt de kantonrechter dat dit verschil van 15 minuten niet maakt dat tot de conclusie kan worden gekomen dat de vervoerder ten aanzien van de passagiers wel alle redelijke maatregelen heeft getroffen. Daarom slaagt het verweer van de vervoerder niet. De vordering van de passagiers zal worden toegewezen. 4.
- De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. Alleen passagier [eiser 1] heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij buitengerechtelijke werkzaamheden heeft laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven uit het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II. De tarieven uit het Besluit worden redelijk geacht. Het gevorderde bedrag is hoger dan het tarief dat in het Besluit is bepaald. De kantonrechter zal de vordering daarom toewijzen tot het wettelijke tarief, namelijk € 90,00, en voor het overige afwijzen. 4.
- De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten is ook toewijsbaar, behalve dat deze wordt toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding. De passagier heeft daar in ieder geval vanaf die datum recht op. Het is niet gesteld of gebleken dat zij dit ook al vanaf een eerdere datum had. 4.
- De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 1.290,00 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.200,00 vanaf 29 januari 2019, en over € 90,00 vanaf 19 januari 2021, tot aan de dag van voldoening van deze bedragen; 5.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd: dagvaarding € 103,83;griffierecht € 240,00;salaris gemachtigde € 408,00; vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis; 5.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 102,00 aan nakosten, voor zover de passagiers daadwerkelijk nakosten zullen maken, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis; 5.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 5.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter HvJEU 11 juni 2020, C-74/19, ECLI:EU:C:2020:460.