← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:15912

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11189321 \ CV EXPL 24-4610 Uitspraakdatum: 24 december 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: [eiser] wonende te [plaats] eiser hierna te noemen: de passagier gemachtigde: [gemachtigde] (Yource B.V.) tegen de vennootschap naar buitenlands recht Egypt Airlines Company gevestigd te Caïro (Egypte) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. T. Teke (advocatenpraktijk Teke) De zaak in het kort De passagier heeft van de vervoerder compensatie gevraagd voor een meer dan drie uur vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk congestie op de luchthaven vanwege de coronapandemie. Het betoog van de vervoerder slaagt niet. De vordering van de passagier wordt toegewezen. 1Het procesverloop 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  3. De passagier heeft een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 29 april 2023 vervoeren van Amsterdam Schiphol Airport naar Caïro (Egypte) met vlucht MS758 (hierna: de vlucht). 2.
  4. De vervoerder heeft de vlucht vertraagd uitgevoerd. Hierdoor is de passagier met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming. 2.
  5. De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.
  6. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
  7. De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 400,00 vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- € 72,60, althans in redelijke justitie door uw rechtbank te bepalen bedrag, aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;- de proceskosten en de nakosten. 3.
  8. Ook verzoekt de passagier de kantonrechter om een certificaat af te geven als bedoeld in artikel 53 van de herziene EEX-Verordening 1215/2012 (hierna: de Brussel I bis-Verordening). 3.
  9. De passagier baseert zijn vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,00 (artikel 7 van de Verordening). 3.
  10. De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging van de vlucht gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening). 4De beoordeling 4.
  11. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
  12. De vervoerder heeft primair betwist dat de passagier zijn eventuele vorderingen van de (geldig) aan Yource B.V. heeft overgedragen. De handtekening op de ‘assignment form’ van de passagier wijkt te veel af van die op zijn paspoort, aldus de vervoerder. 4.
  13. De kantonrechter is van oordeel dat Yource B.V. heeft bewezen dat de passagier zijn eventuele vorderingen aan Yource B.V. heeft overgedragen. De handtekening op de akte van cessie komt in voldoende mate overeen met de handtekening van de passagier op zijn paspoort. Hierbij neemt de kantonrechter tevens in aanmerking dat Yource B.V., een boekingsbewijs en een kopie paspoort van de passagier heeft overgelegd. De kantonrechter oordeelt dat Yource B.V. heeft aangetoond dat zij een vorderingsrecht heeft. 4.
  14. Vast staat dat de passagier met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming is aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. 4.
  15. De vervoerder voert aan dat de vlucht in kwestie onderdeel uitmaakte van de rotatievlucht Caïro-Amsterdam-Caïro (vluchtnummers MS757 en MS758). Vlucht MS757 kwam met 2 uur en 26 minuten vertraging aan. Dit werkte door op de vlucht in kwestie. Vervolgens kreeg de vlucht in kwestie CTOTs opgelegd vanwege congestie (code 81) wat werd veroorzaakt door de Covid-19 pandemie en de daarmee gepaard gaande restricties. In 2022 ontstond er een enorm personeelstekort op Schiphol, met name van beveiligingspersoneel. Als gevolg hiervan moesten passagiers langer in de rij staan bij de security check c.q. congestie. Dat leidde ertoe dat passagiers hun vlucht misten. Dit probleem heeft zich voortgeduurd tot medio
  16. Het was bovengemiddeld druk op de luchthaven, wat invloed heeft gehad op de vlucht in kwestie. De vervoerder heeft daarom gewacht op de passagiers, waaronder eiser, want anders had het toestel vrijwel leeg moeten vertrekken hetgeen niet in het belang van de passagiers en de vervoerder is. De totale aankomstvertraging van 3 uur en 30 minuten dient te worden verminderd naar 2 uur en 22 minuten. Dit betekent dat de passagier geen recht heeft op compensatie, aldus de vervoerder. Ter onderbouwing van zijn verweer verwijst hij onder meer naar vluchtgegevens, nieuwsberichten en een bericht van Schiphol. De vervoerder doet alleen ten aanzien van de 1 uur en 8 minuten vertraging een beroep op buitengewone omstandigheden ook al kan een deel van de 2 uur en 22 minuten vertraging aangemerkt worden als buitengewone omstandigheden. 4.
  17. De passagier betwist dat er sprake is van buitengewone omstandigheden. De vervoerder heeft niet door middel van SAM/SRM’s aangetoond dat de vlucht in kwestie is vertraagd door opgelegde slots. De vervoerder voert aan dat er sprake was van congestie op de luchthaven Schiphol, maar onderbouwd dit met algemene berichten uit 2022, waarin geen enkele verwijzing naar 2023 of de datum van vlucht te vinden is. Als er sprake was van congestie dan was dat aangegeven door code 87, wat staat voor ‘airport facilities’ en niet code
  18. Het moeten wachten op passagiers heeft de vervoerder niet onderbouwd en is een commerciële keuze. Daarnaast heeft de passagier een overzicht overgelegd van de vier vluchten voorafgaande de vlucht in kwestie, waaruit blijkt dat alle vier de vluchten vertraagd waren uitgevoerd. Zelfs als blijkt dat er een slot is uitgegeven, dan is de vertraging duidelijk veroorzaakt wegens de keten aan opgelopen vertraging. Als de voorgaande vlucht op tijd was aangekomen, dan was er ook geen slot zijn afgegeven. De opgelopen vertraging is daarom te wijten aan de vervoerder. De vervoerder had ook een ‘tailswap’ kunnen uitvoeren om de keten aan vertragingen te doorbreken. Er is echter geheel niet opgetreden met alle gevolgen van dien. De vervoerder brengt hiertegen in dat de stelling van de passagier dat de vervoerder de buitengewone omstandigheden niet voldoende heeft onderbouwd niet verenigbaar is met de overgelegde producties en de toelichtingen daarop. 4.
  19. De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder zijn verweer met betrekking tot buitengewone omstandigheden onvoldoende heeft onderbouwd. Weliswaar heeft de vervoerder met de vluchtgegevens aangetoond dat er restricties waren opgelegd door de luchtverkeersleiding, maar gelet op de gemotiveerde betwisting van de passagier had het op weg van de vervoerder gelegen om stukken over te leggen waaruit blijkt dat op de dag van de vlucht sprake was van congestie vanwege de coronapandemie. De nieuwsberichten uit 2022 dat het bovengemiddeld druk was op luchthaven Schiphol toont dit niet aan. Daarnaast blijkt uit het overgelegde overzicht, dat overigens niet betwist is door de vervoerder, dat de voorgaande vluchten allemaal vertragingen hebben opgelopen. Deze vertragingen hebben effect gehad op de vlucht in kwestie. Daarom is niet vast komen te staan dat zonder deze vertragingen de luchtverkeersleiding alsnog een restricties zou hebben opgelegd aan de vervoerder, aldus de passagier. De vervoerder heeft ook geen beroep gedaan op buitengewone omstandigheden met betrekking tot deze vertragingen. De kantonrechter is daarom van oordeel dat het beroep op buitengewone omstandigheden faalt. De kantonrechter komt derhalve niet toe aan de bespreking van alle redelijke maatregelen. De vordering tot betaling van de hoofdsom zal daarom worden toegewezen. 4.
  20. De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagier heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen. 4.
  21. De gevorderde afgifte van het certificaat als bedoeld in artikel 53 van de Brussel I bis-Verordening wordt bij gebrek aan belang afgewezen. Een dergelijk certificaat is bedoeld voor de tenuitvoerlegging van beslissingen in een EU-lidstaat en de vervoerder is niet in een lidstaat gevestigd. 4.
  22. De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
  23. veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 400,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 april 2023, tot aan de dag van voldoening van dit bedrag; 5.
  24. veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd: dagvaarding € 135,97;griffierecht € 87,00;salaris gemachtigde € 164,00; 5.
  25. veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 41,00 aan nakosten, voor zover de passagier daadwerkelijk nakosten zal maken; 5.
  26. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 5.
  27. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.