RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11448760 \ CV EXPL 24-8720 Uitspraakdatum: 24 december 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1 [eiser 1], wonende te [plaats 1]
- [eiser 2], wonende te [plaats 2] eisers hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers gemachtigde: [gemachtigde 1] (Yource B.V.) tegen de vennootschap naar buitenlands recht EasyJet Airline Company Limited gevestigd te Londen (Verenigd Koninkrijk) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: [gemachtigde 2] De zaak in het kort De passagiers hebben van de vervoerder (onder meer) compensatie gevraagd voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk restricties door de luchtverkeersleiding en het nachtregime van luchthaven Amsterdam-Schiphol Airport. Het betoog van de vervoerder slaagt niet. De vordering van de passagiers wordt toegewezen. 1Het procesverloop 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek;- de akte eisers. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 28 juni 2024 vervoeren van Amsterdam naar Copenhagen Airport (Denemarken), met vlucht U27939 (hierna: de vlucht). 2.
- De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. 2.
- De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.
- De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
- De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 656,28, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- € 119,11 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de start van de buitengerechtelijke werkzaamheden tot aan de dag der algehele voldoening;- de proceskosten en de nakosten. 3.
- De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof) en het Verdrag van Montreal (hierna: het Verdrag). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening). Daarnaast vordert passagier [eiser 1] vergoeding van de extra gemaakte kosten voor een nieuwe vliegticket met een bedrag van € 156,28 (Artikel 9 van de Verordening en/of artikel 19 van het Verdrag). 3.
- De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering van de vlucht gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening). 4De beoordeling 4.
- De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
- Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. 4.
- De vervoerder voert aan dat er sprake is van buitengewone omstandigheden, namelijk dat de vlucht nieuwe slottijden opgelegd kreeg. Hierdoor kon de vervoerder de rotatie Amsterdam-Kopenhagen-Amsterdam niet voor 21:00 uur UTC uitvoeren. De avondklok van Schiphol zou namelijk geschonden worden. Het nachtregime van Schiphol is één van de strengste van alle vliegvelden. Vluchten die worden uitgevoerd na het nachtregime zonder een nachtslot worden gezien als ‘unplanned night movement’ en vervoerders kunnen een fikse boete krijgen. Daarnaast was de bemanning in Amsterdam gebaseerd en het toestel stond ingepland om de volgende ochtend een vlucht uit te voeren. Daarom moest de bemanning en het toestel terugkeren naar Amsterdam. De vervoerder heeft daarom besloten om de vlucht te annuleren. Slottijden zijn niet inherent aan de normale bedrijfsuitoefening van de vervoerder. De vervoerder kon hier geen daadwerkelijke invloed op uitoefenen. Indien de slottijden niet waren opgelegd, was de vlucht op tijd uitgevoerd. Met betrekking tot de extra gemaakte kosten door passagier [eiser 1] voor een nieuwe vliegticket, is de vervoerder bereidt deze te betalen. 4.
- De passagiers betwisten dat er sprake was van buitengewone omstandigheden. De vlucht in kwestie zou voor het ingaan van het nachtregime vertrekken. De vlucht werd wegens operationele redenen geannuleerd. Daarnaast blijkt uit de producties van de vervoerder dat hij zelf de EOBT (“Estimated Off Block Time”) heeft aangepast, waardoor de slottijd is veranderd. Daarnaast blijkt uit productie 1 van de CvA dat de vlucht in kwestie vertraagd werd door vlucht EC
- De vervoerder heeft hiervoor geen beroep gedaan op buitengewone omstandigheden. Ook is er geen sprake van een avondklok op Amsterdam-Schiphol Airport (productie 8). De ‘nachtslots’ zijn alleen duurder dan de normale ‘slots’. De passagiers betwisten dat het nachtregime streng is en dat er weinig ‘slots’ beschikbaar zijn. De passagiers hebben een overzicht overgelegd van vluchten, waaronder de vlucht in kwestie, die om 20:00 uur UTC en later konden vertrekken. Indien een nachtsluiting wel wordt aangenomen dan dient dit aangemerkt te worden als een omstandigheid die inherent is aan de normale uitoefening van de activiteiten van de vervoerder. Ten slotte, had de vlucht in kwestie maar 23 minuten vertraging. Met een redelijke buffertijd van 20 minuten zou deze korte vertraging geen probleem zijn geweest, aldus de passagiers. 4.
- De vervoerder voert verweer hiertegen. De luchtverkeersleiding heeft de slottijden opgelegd en die dient ten alle tijden te worden opgevolgd door de vervoerder. In dit geval werd vlucht EJU7888 vertraagd uitgevoerd, waardoor de vlucht in kwestie onderworpen werd aan slottijden. Daarom levert dit een buitengewone omstandigheid op. Uit de ‘oplog reports’ blijkt dat de vlucht in kwestie meerdere slottijden kreeg opgelegd door de luchtverkeersleiding vanwege ‘ATC Staffing’ (EKCHA28N) en ‘ATC equipment (YDJEV28). Hiermee heeft de vervoerder voldoende aangetoond dat hij niet zelf heeft verzocht om nieuwe slottijden, aldus de vervoerder. Verder stond de vlucht in kwestie gepland om 18:10, terwijl het nachtregime om 20:40 UTC ingaat voor vertrekkende vluchten, dus was er voldoende buffer ingepland. Daarnaast zijn de vluchten uit het overzicht vluchten die voor het nachtregime zijn vertrokken. En deze gegevens zijn niet van een onafhankelijke organisatie. De vervoerder vraagt geen nachtslot aan omdat het nachtquotum volledig is toegewezen, aldus de vervoerder. 4.
- De kantonrechter oordeelt als volgt. Als een vlucht een beperking krijgt opgelegd door de luchtverkeersleiding, heeft deze niet de mogelijkheid om toch eerder te vertrekken. De instructies van de luchtverkeersleiding moeten namelijk altijd worden gevolgd. De vervoerder heeft hier geen invloed op. In dit geval heeft de vervoerder onvoldoende onderbouwd waarom de vlucht in kwestie geannuleerd moest worden. Volgens de vervoerder zou de vlucht in kwestie namelijk voor de start van het nachtregime uitgevoerd worden. Het is de kantonrechter niet duidelijk waarom de vlucht in kwestie geannuleerd moest worden. Het annuleren van de vlucht was dus een operationele keus. Er is daarom geen sprake van een buitengewone omstandigheid. Het betoog van de vervoerder slaagt niet. De kantonrechter komt derhalve niet toe aan de bespreking van de overige verweren en alle redelijke maatregelen. De vordering tot betaling van de hoofdsom zal daarom worden toegewezen. 4.
- Voor de vordering tot vergoeding van de extra gemaakte kosten geldt het volgende. Het betreft hier géén vordering tot vergoeding van forfaitair berekende schade. In de brief van 7 december 2024 die is overgelegd als productie 4 bij de dagvaarding en als ingebrekestelling kan worden beschouwd, wordt de vervoerder gesommeerd binnen 3 weken na de datum van deze brief te betalen. Derhalve is de gevorderde wettelijke rente over het bedrag van € 156,28 toewijsbaar vanaf 30 december 2024, nu een eerdere verzuimdatum is gesteld noch gebleken. 4.
- De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen. 4.
- De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 656,28, te vermeerderen met de wettelijke rente over het bedrag € 500,00 vanaf 28 juni 2024, en over het bedrag € 156,28 vanaf 30 december 2024, tot aan de dag van voldoening van dit bedrag; 5.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd: dagvaarding € 135,97;griffierecht € 218,00;salaris gemachtigde € 270,00; 5.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 67,50 aan nakosten, voor zover de passagiers daadwerkelijk nakosten zullen maken; 5.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 5.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter