← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:15927

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11355829 \ CV EXPL 24-7303 Uitspraakdatum: 31 december 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1 [eiser 1],

  1. [eiser 2],beiden wonende te [plaats], eisers hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers gemachtigde: Aviclaimrolgemachtigde: mr. A.Y. Lai tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht Air Europa Lineas Aereas S.A. gevestigd te Llucmajor (Spanje) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. T. Estirado Fontalba 1Het procesverloop 1.
  2. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.
  3. Ten slotte is vonnis bepaald. 2Feiten 2.
  4. De passagiers hebben met BudgetAir.nl een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 26 en 27 september 2022 vervoeren van Valencia (Spanje) via Madrid (Spanje) naar Amsterdam, met vlucht UX4060 en UX3765, hierna: de vlucht. 2.
  5. Op 25 september 2022 zijn de passagiers geïnformeerd over de annulering van vlucht UX3765 (codeshare KL1702). 2.
  6. De passagiers zijn omgeboekt naar de rechtstreekse vlucht KL1052 vanaf Valencia naar Amsterdam. 2.
  7. De passagiers zijn niet met de vervangende vlucht meegevlogen. 2.
  8. De passagiers hebben compensatie en schadevergoeding van de vervoerder gevorderd. 2.
  9. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
  10. De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.144,92, te vermeerderen met de wettelijke rente; - € 171,74 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.
  11. De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening) en hen de ticketprijzen van de vlucht moet terugbetalen (artikel 8 van de Verordening). Ook willen zij dat de vervoerder de gemaakte kosten (meerprijs zelf geboekte alternatieve vlucht en hotelovernachting) aan hen vergoed. 3.
  12. De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan. 4De beoordeling 4.
  13. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
  14. Vast staat dat (een deel van) de oorspronkelijke vlucht is geannuleerd. In het geval van annulering van een vlucht hebben de betrokken passagiers recht op compensatie door de luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert, tenzij hun een andere vlucht naar hun bestemming wordt aangeboden die niet eerder dan één uur voor de geplande vertrektijd vertrekt en hen minder dan twee uur later dan de geplande aankomsttijd op de eindbestemming brengt, zo volgt uit artikel 5 lid 1 sub c onder iii van de Verordening. 4.
  15. Tussen partijen is niet in geschil dat de vervoerder effectief een deel van de vlucht zou uitvoeren (namelijk het deel van Valencia naar Madrid). Dat dit deel van de vlucht niet aan de basis lag van de annulering, is gelet op uitspraak van het Hof van Justitie van 12 november 2020 niet relevant. De vervoerder kan dus, overeenkomstig de beschikking van het Hof van 12 november 2020, als de ‘luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert’ worden aangemerkt. 4.
  16. De oorspronkelijke vlucht zou op 26 september 2022 om 20:25 uur uit Valencia vertrekken en op 27 september 2022 om 15:20 in Amsterdam aankomen. De passagiers zijn omgeboekt naar de rechtstreekse vlucht KL
  17. Die vlucht is circa 10 uur later dan de oorspronkelijke vlucht uit Valencia vertrokken en circa 6,5 uur eerder dan de oorspronkelijke vlucht in Amsterdam gearriveerd. Aldus is sprake van de omstandigheid genoemd in artikel 5 lid 1 sub c onder iii van de Verordening en hebben de passagiers geen recht op compensatie. Het feit dat de passagiers niet met de alternatieve vlucht KL1052 zijn meegevlogen, maakt dat niet anders. De passagiers hebben immers bij conclusie van repliek erkend dat het missen van deze vlucht niet aan de vervoerder te wijten was. De passagiers hebben daarom ook geen recht op vergoeding van de kosten voor de door henzelf geboekte alternatieve vlucht. 4.
  18. De passagiers hebben wél recht op vergoeding van de kosten voor de extra nacht in het hotel. Als gevolg van de annulering waren de passagiers immers genoodzaakt om een extra nacht in Valencia te slapen. De kantonrechter is van oordeel dat de gevorderde kosten voor de hotelovernachting (€ 54,00) in verhouding tot de wachttijd redelijk, noodzakelijk en passend zijn. De wettelijke rente over dit bedrag is toewijsbaar vanaf 14 februari 2023, zijnde de verzuimdatum genoemd in de brief van 24 januari
  19. 4.
  20. De conclusie is dat de vordering van de passagiers tot een bedrag van € 54,00 wordt toegewezen, en voor het overige wordt afgewezen. 4.
  21. De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat zij buitengerechtelijke werkzaamheden hebben laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven uit het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II. De tarieven uit het Besluit worden redelijk geacht. Het gevorderde bedrag is hoger dan het tarief dat in het Besluit is bepaald. De kantonrechter zal de vordering daarom toewijzen tot het wettelijke tarief, namelijk € 48,40 (inclusief btw), en voor het overige afwijzen. De wettelijke rente is toewijsbaar vanaf de datum van de dagvaarding. 4.
  22. Nu partijen over en weer op punten in het ongelijk zijn gesteld, is de kantonrechter van oordeel dat het redelijk is dat partijen ieder de eigen proceskosten dragen. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
  23. veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 102,40, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 54,00 vanaf 14 februari 2023, en over € 48,40 vanaf 23 september 2024 tot aan de dag van voldoening van deze bedragen; 5.
  24. bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt; 5.
  25. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 5.
  26. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter C-367/20, ECLI:EU:C:2020:909.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.