← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:15928

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11087220 \ CV EXPL 24-2749 Uitspraakdatum: 31 december 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: [eiser] wonende te [plaats] eiser hierna te noemen: de passagier gemachtigde: Yource B.V. tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht EasyJet Airline Company Limited gevestigd te Londen Luton (Verenigd Koninkrijk) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. B. Koolhaas 1Het procesverloop 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek;- de akte eiser. 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2Feiten 2.
  3. De passagier heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 11 juni 2023 vervoeren van Amsterdam naar Nice (Frankrijk), met vlucht U27953 (hierna: de vlucht). 2.
  4. De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. 2.
  5. De passagier is omgeboekt naar vlucht U21753 van 12 juni
  6. 2.
  7. De passagier heeft compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.
  8. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
  9. De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente; - € 48,40 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten. 3.
  10. Daarnaast vordert de passagier afgifte van een certificaat zoals bedoeld in artikel 53 van de herziene EEX-Verordening. 3.
  11. De passagier baseert zijn vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 (artikel 7 van de Verordening). 3.
  12. De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan. 4De beoordeling 4.
  13. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
  14. De vervoerder heeft een beroep op buitengewone omstandigheden gedaan. De kantonrechter overweegt dat wat daar ook van zij, niet is gebleken dat de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging op de eindbestemming te voorkomen dan wel te beperken. Het is vaste rechtspraak dat indien passagiers met een door de vervoerder zelf uitgevoerde alternatieve vlucht de dag na de oorspronkelijk vastgestelde dag aankomen, dit in beginsel geen redelijke maatregel vormt. 4.
  15. De passagier is omgeboekt naar vlucht U21753 van 12 juni
  16. Hoewel de vervoerder heeft aangevoerd dat de passagier daarmee binnen 24 uur naar zijn eindbestemming is vervoerd, heeft hij geen toelichting gegeven op de daadwerkelijke aankomsttijd van de vlucht. Volgens het schema had vlucht U21753 een geplande aankomsttijd van 19:30 uur. Dat is 25 uur en 35 minuten later dan de oorspronkelijke vlucht U
  17. De kantonrechter houdt het er dan ook voor dat de passagier met meer dan 24 uur vertraging in Nice is aangekomen. Het is in een dergelijk geval aan de vervoerder om voldoende aannemelijk te maken dat er geen enkele andere mogelijkheid voor een rechtstreekse of indirecte alternatieve vlucht bestond met een door hemzelf of door een andere luchtvaartmaatschappij uitgevoerde vlucht die op een minder laat tijdstip aankwam dan de aangeboden vlucht. 4.
  18. De vervoerder heeft erkend dat er op 12 juni 2023 door andere luchtvaartmaatschappijen diverse vluchten van Amsterdam naar Nice werden uitgevoerd die op een eerder tijdstip aankwamen dan de aangeboden vlucht. Het had op de weg van de vervoerder gelegen om deze alternatieven actief aan te bieden. Gesteld noch gebleken is dat de vervoerder aan deze verplichting heeft voldaan. Zodoende is de kantonrechter van oordeel dat de vervoerder er niet in is geslaagd om voldoende aannemelijk te maken dat de passagier een redelijk alternatief aangeboden heeft gekregen. 4.
  19. Het voorgaande betekent dat ook indien op enig moment vast zou komen vast te staan dat sprake was van een buitengewone omstandigheid, de vervoerder gehouden is de compensatie te betalen. Het verzoek tot betaling van de hoofdsom (en de wettelijke rente daarover) zal dan ook worden toegewezen. 4.
  20. De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagier heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen. 4.
  21. Het gevorderde certificaat wordt wegens een gebrek aan belang afgewezen. 4.
  22. De vervoerder is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de passagier worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 135,97 - griffierecht € 87,00 - salaris gemachtigde € 80,00 (2 punten × € 40,00) - nakosten € 20,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 322,97
  23. De beslissing De kantonrechter: 5.
  24. veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 juni 2023 tot de dag van de gehele betaling; 5.
  25. veroordeelt de vervoerder in de proceskosten van € 322,97, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de vervoerder niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend; 5.
  26. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 5.
  27. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Hierbij gaat de kantonrechter voor de interpretatie van het hiervoor genoemde woord ‘dag’ uit van een tijdruimte en voor de uitleg ervan wordt aangesloten bij de algemeen geaccepteerde uitleg, zijnde een tijdsduur van 24 uur. Hof van Justitie van 11 juni 2020 (C-74/19).

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.