← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:15932

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11294447 \ CV EXPL 24-6163 Uitspraakdatum: 31 december 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1 [eiser 1], wonende te Groningen,

  1. [eiser 2],
  2. [eiser 3],beiden handelend als wettelijk vertegenwoordiger van hun minderjarige kind [minderjarige], allen wonende te [plaats], eisers gemachtigde: Yource B.V. tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht EasyJet Airline Company Limited gevestigd te Londen Luton (Verenigd Koninkrijk) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. B. Koolhaas 1Het procesverloop 1.
  3. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek;- de akte eisers. 1.
  4. Ten slotte is vonnis bepaald. 2Feiten 2.
  5. Eisers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder [eiser 1] en [minderjarige] op 26 mei 2023 vervoeren van Amsterdam naar Londen Luton (Verenigd Koninkrijk), met vlucht U27831 (hierna: de vlucht). 2.
  6. De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. 2.
  7. Eisers hebben compensatie van de vervoerder verzocht. 2.
  8. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
  9. Eisers vorderen – na vermindering van eis – dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- €750,37, te vermeerderen met de wettelijke rente; - € 182,20 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten. 3.
  10. Daarnaast vorderen eisers afgifte van een certificaat zoals bedoeld in artikel 53 van de herziene EEX-Verordening. 3.
  11. Eisers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Eisers stellen dat de vervoerder vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening). 3.
  12. De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan. 4De beoordeling 4.
  13. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. Machtiging minderjarige ontbreekt 4.
  14. Eisers sub 2 en 3 procederen namens de passagier [minderjarige]. Zij hebben echter geen machtiging van de kantonrechter overgelegd als bedoeld in artikel 253k jo 1:349 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek. Eisers hebben daartoe de gelegenheid gehad bij conclusie van repliek dan wel een afzonderlijke akte. De kantonrechter zal gelet daarop eisers sub 2 en 3 niet-ontvankelijk verklaren. Compensatie 4.
  15. De vervoerder heeft aangevoerd dat de vlucht in kwestie (Amsterdam naar Londen Luton) vanwege de doorwerking van buitengewone omstandigheden dusdanig was vertraagd, dat het niet langer mogelijk was om de rotatie AMS-LTN-AMS (vertraagd) uit te voeren zonder daarbij met de retourvlucht (EJU7832) de nachtsluiting van de luchthaven van Amsterdam te schenden. 4.
  16. De kantonrechter overweegt dat wat daar ook van zij, niet is gebleken dat het onmogelijk was om de vlucht náár Londen (vertraagd) uit te voeren. Wellicht heeft de vervoerder keuzes gemaakt die vanuit het oogpunt van de onderneming het meest gunstig waren, maar dit ontslaat de vervoerder niet van de verplichting om gedupeerde passagiers te compenseren. Passagiers mogen niet de dupe worden van de bedrijfseconomische keuzes die de vervoerder maakt. Het verweer van de vervoerder dat bij het desondanks uitvoeren van de vlucht het risico zou bestaan dat de kist en bemanning in Londen zouden stranden, treft dan ook geen doel. Bovendien heeft de vervoerder onvoldoende onderbouwd dat het niet mogelijk was om de vlucht in kwestie alsnog na het ingaan van het nachtregime uit te voeren, bijvoorbeeld door een nachtslot aan te vragen. Ook heeft de vervoerder niet toegelicht waarom een eventuele aanvraag volgens hem zou worden afgewezen. Bij deze stand van zaken kan daarom niet worden geoordeeld dat de vervoerder geen andere keuze had dan de vlucht Amsterdam te annuleren. 4.
  17. De kantonrechter komt niet toe aan de beantwoording van de vraag of de vervoerder voldoende redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging te voorkomen. Dat betekent dat de gevorderde compensatie in beginsel toewijsbaar is. Restantvordering 4.
  18. Eisers hebben bij dagvaarding een totaal van € 1.003,88 aan hoofdsom gevorderd. De kantonrechter stelt vast dat het in deze procedure feitelijk gaat om twee passagiers, namelijk [eiser 1] (eiseres sub 1) en [minderjarige]. Voor beide passagiers wordt een bedrag van € 250,00 aan compensatie gevorderd (in totaal € 500,00). Verder hebben eisers in de dagvaarding gesteld dat zij als gevolg van de annulering schade (€ 235,51) hebben geleden. Eisers hebben hun vordering vervolgens met een bedrag van € 253,51 (de kantonrechter gaat ervan uit dat dit een kennelijke verschrijving betreft) verminderd, omdat zij de terugbetaling van de vliegtickets reeds van de vervoerder hebben ontvangen. Dat betekent dat een vordering van € 268,37 (dan wel € 250,37) resteert, waarvan de grondslag onduidelijk is. Eisers hebben deze restantvordering in het geheel niet onderbouwd, zodat deze zal worden afgewezen. Conclusie 4.
  19. De conclusie is dat de vordering tot een bedrag van € 250,00 zal worden toegewezen, en voor het overige zal worden afgewezen. 4.
  20. Eisers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. Eisers hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen. 4.
  21. Het gevorderde certificaat wordt wegens gebrek aan belang afgewezen. 4.
  22. Nu partijen over en weer op punten in het ongelijk zijn gesteld, is de kantonrechter van oordeel dat het redelijk is dat partijen ieder de eigen proceskosten dragen. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
  23. veroordeelt de vervoerder tot betaling aan eiseres sub 1 van € 250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 26 mei 2023 tot aan de dag van voldoening van dit bedrag; 5.
  24. verklaart eisers sub 2 en 3 niet-ontvankelijk; 5.
  25. bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt; 5.
  26. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 5.
  27. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.