RECHTBANK NOORD-HOLLAND Team Straf, zittingsplaats Alkmaar Meervoudige strafkamer Parketnummer: 15/370861-24 Uitspraakdatum: 29 oktober 2025 Tegenspraak Dit verkort strafvonnis (art. 138b van het Wetboek van Strafvordering (Sv)) is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 15 oktober 2025 in de zaak tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1984 te [geboorteplaats], ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres]. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. M. Kubbinga, en van hetgeen de verdachte en zijn raadsman, mr. S.J. Römer, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht. 1Tenlastelegging De verdachte wordt, verkort en zakelijk weergegeven, verweten dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan de volgende feiten: feit 1: het medeplegen van voorbereidings- en/of bevorderingshandelingen om hoeveelheden MDMA (1-3 miljoen pillen) te telen, te bereiden, te bewerken, te verwerken, te verkopen, af te leveren, te verstrekken, te vervoeren en/of te vervaardigen in de periode van 27 juli 2020 tot en met 28 juli 2020 in Landsmeer, althans in Nederland; feit 2: het medeplegen van het verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, in elk geval het aanwezig hebben, van ongeveer 50 kilogram hennep in de periode van 1 september 2020 tot en met 2 september 2020 in Landsmeer, althans in Nederland; feit 3: het zonder erkenning en in de uitoefening van een bedrijf onderhandelen over de aankoop, verkoop en levering van wapens van categorie III in de periode van 18 september 2020 tot en met 27 januari 2021 in Landsmeer, althans in Nederland; feit 4 primair: het buiten het grondgebied van Nederland brengen van ongeveer 11 kilogram cocaïne op 17 november 2020 in Landsmeer en/of Eindhoven en/of Rotterdam, althans in Nederland; dan wel subsidiair: het medeplegen van voorbereidings- en/of bevorderingshandelingen om hoeveelheden cocaïne binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland te brengen, te telen, te bereiden, te bewerken, te verwerken, te verkopen, af te leveren, te verstrekken, te vervoeren en/of te vervaardigen op 17 november 2020 in Landsmeer, Eindhoven en/of Rotterdam, althans in Nederland; feit 5: het medeplegen van voorbereidings- en/of bevorderingshandelingen om 30 kilogram cocaïne, 16 kilogram cocaïne, 100 kilogram cocaïne, 160 kilogram methamfetamine en/of 6 kilogram methamfetamine te verkopen, af te leveren, te verstrekken en/of te vervoeren in de periode van 21 juli 2020 tot en met 7 november 2020 in Landsmeer, althans in Nederland; feit 6: het medeplegen van het aanwezig hebben van ongeveer 1 kilogram cocaïne en/of ongeveer 1 kilogram cocaïne in de periode van 7 september 2020 tot en met 4 oktober 2020 in Landsmeer, althans in Nederland. De volledige tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht en maakt daarvan deel uit. 2Procesafspraken Het verloop en de inhoud van de procesafspraken De rechtbank heeft voorafgaand aan de zitting (rol-
- mk)van 7 juli 2025 van de officier van justitie vernomen dat het Openbaar Ministerie en de verdediging in gesprek zijn over procesafspraken die betrekking hebben op de strafzaak. Op 23 juli 2025 heeft de rechtbank een afschrift ontvangen van een raamovereenkomst met procesafspraken tussen het Openbaar Ministerie en de verdachte, met daarin het afdoeningsvoorstel en een opgave van de bewijsmiddelen. De overeenkomst is op 21 juli 2025 door de officier van justitie ondertekend en op 23 juli 2025 door de verdachte en zijn raadsman. De rechtbank is in het geheel niet betrokken geweest bij de totstandkoming van de procesafspraken. De overeenkomst omvat de volgende afspraken: het Openbaar Ministerie zal rekwireren tot een bewezenverklaring en kwalificatie van de feiten zoals opgenomen in de procesafspraken; het Openbaar Ministerie zal vorderen dat aan de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd voor de duur van 44 maanden, met aftrek van voorarrest; het Openbaar Ministerie zal vorderen dat aan de verdachte een onvoorwaardelijke geldboete wordt opgelegd ter hoogte van € 100.000,-; de verdachte hoeft geen nadere verklaring af te leggen; de verdachte en de verdediging zien af van het indienen van onderzoekswensen; door de verdediging worden geen bewijsverweren gevoerd; de verdachte zal de op te leggen geldboete van € 100.000,- voldoen en ziet af van draagkrachtverweren of betalingsregelingen; het Openbaar Ministerie zal, gelet op de gelijktijdig te ondertekenen schikkingsovereenkomst ex artikel 511c Sv, een ontnemingsvordering achterwege laten; door de verdediging en het Openbaar Ministerie wordt geen hoger beroep ingesteld indien de rechtbank komt tot een bewezenverklaring en strafoplegging, conform de tussen de verdachte/verdediging en het Openbaar Ministerie gemaakte afspraken; het Openbaar Ministerie zal geen nadere vervolging instellen voor feiten die in onderzoek Ragamuffin zijn onderzocht of daaruit zijn voortgekomen, voor zover deze uit de dataset van het Sky-account [skynaam] en de onder de verdachte inbeslaggenomen telefoon (merk Samsung, type A04e) gebleken overtredingen van de Opiumwet betreffen; de verdachte onttrekt zich niet aan de tenuitvoerlegging van zijn straf. Inhoudelijke behandeling Op de zitting van 15 oktober 2025 heeft de rechtbank de procesafspraken en het afdoeningsvoorstel zoals deze zijn opgenomen in de overeenkomst met partijen besproken. Daarbij heeft de rechtbank de verdachte uitdrukkelijk bevraagd op zijn vrijwilligheid bij de totstandkoming. De verdachte heeft daarop te kennen gegeven goed te hebben begrepen wat de gemaakte afspraken inhouden en wat de gevolgen daarvan zijn. Ook heeft hij kenbaar gemaakt volledig achter die afspraken te staan, deze overeenkomst vrijwillig te zijn aangegaan en op geen enkele wijze onder druk te zijn gezet. Ook is duidelijk geworden dat de verdachte bij het hele proces om tot afspraken te komen rechtskundige bijstand van zijn raadsman heeft gehad. De rechtbank is op basis van het bovenstaande van oordeel dat de verdachte vrijwillig en op basis van voor hem voldoende en duidelijke informatie is gekomen tot de ondubbelzinnige beslissing om mee te werken aan wat in het afdoeningsvoorstel is overeengekomen. De rechtbank stelt daarnaast vast dat de verdachte zich bewust is van de rechtsgevolgen van de in de overeenkomst neergelegde procesafspraken en de daarmee gepaard gaande afstand van verdedigingsrechten. Daarmee is ook voldaan aan de eisen die artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden stelt. 3Beantwoording van de vragen van de artikelen 348 en 350 Sv De rechtbank stelt voorop, ook gelet op het arrest van de Hoge Raad van 27 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1252, dat de rechtbank geen partij is bij de procesafspraken en daaraan niet is gebonden. De rechtbank heeft een eigen verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat de behandeling en beoordeling van de strafzaak plaatsvinden volgens de daarvoor geldende wettelijke regeling. Dit betekent dat de rechtbank de vragen van artikel 348 en 350 Sv in dit vonnis zelfstandig zal beantwoorden. 4Voorvragen De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de zaak, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 5Standpunten van partijen 5.1. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft, overeenkomstig de procesafspraken, gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1, 2, 3, 4 primair, 5 en 6 ten laste gelegde feiten. 5.2. Standpunt van de verdediging De verdediging heeft, onder verwijzing naar de procesafspraken, geen bewijsverweren gevoerd. 5.3. Oordeel van de rechtbank De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten 1, 2, 3, 4 primair, 5 en 6 op grond van de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn weergegeven. Deze bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet een aanvulling van dit verkort vonnis vereist. De bewijsmiddelen zullen dan in een aan dit vonnis te hechten aanvulling worden opgenomen. 5.4. Bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1, 2, 3, 4 primair, 5 en 6 ten laste gelegde feiten heeft begaan, in die zin dat: feit 1 hij op tijdstippen in de periode van 27 juli 2020 tot en met 28 juli 2020 in Nederland tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en te bevorderen, te weten het opzettelijk bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren van hoeveelheden MDMA, - een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, mede te plegen en om daarbij behulpzaam te zijn en om daartoe gelegenheid, middelen en inlichtingen te verschaffen, - zich en een ander gelegenheid, middelen en inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen, door - een cryptotelefoon voorhanden te hebben, - op die cryptotelefoon een SkyECC applicatie te installeren, en - als gebruiker van het SkyECC account [skynaam] (gebruikersnamen [naam 3], [naam 2], [naam 4], en serie) op die SkyECC-applicatie: * deel te nemen aan (groeps)chats met andere SkyECC gebruikers, waarin gesprekken worden gevoerd met betrekking tot harddrugs, en * (chat)gesprekken te voeren met anderen over de mogelijkheden en de kosten van het drukken van grote hoeveelheden pillen MDMA (1-3 miljoen) en het aantal milligram MDMA per pil; feit 2 hij in de periode van 1 september 2020 tot en met 2 september 2020 in Nederland tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en verstrekt en vervoerd, ongeveer 50 kilogram hennep; feit 3 hij op tijdstippen in de periode van 18 september 2020 tot en met 27 januari 2021 in Nederland, zonder erkenning en in de uitoefening van een bedrijf heeft onderhandeld over de aankoop, verkoop of levering van wapens van categorie III, te weten onder meer: - twee pistolen, merk: Derringer (omstreeks 14 oktober 2020), - een pistool, merk Bruni, model mod 85 (omstreeks 14 oktober 2020), en - een pistool, merk BBM, model mod 315 (omstreeks 14 oktober 2020), immers heeft verdachte telkens afspraken gemaakt over de aankoop en verkoop en vraagprijs en beschikbaarheid van deze wapens; feit 4 primair hij op 17 november 2020 in Nederland, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 11 kilogram van een materiaal bevattende cocaïne; feit 5 hij in de periode van 21 juli 2020 tot en met 7 november 2020 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en te bevorderen, te weten het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren, van • 30 kilogram cocaïne op 21 juli 2020, • 16 kilogram cocaïne en 160 kilogram methamfetamine in de periode van 31 augustus 2020 tot en met 7 september 2020, • 100 kilogram cocaïne in de periode van 24 september 2020 tot en met 6 oktober 2020, en • 6 kilogram methamfetamine in de periode van 3 november 2020 tot en met 7 november 2020, - een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, mede te plegen en om daarbij behulpzaam te zijn en om daartoe gelegenheid, middelen en inlichtingen te verschaffen, - zich en een ander gelegenheid, middelen en inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen, - voorwerpen, stoffen, gelden voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en zijn mededader, wisten of ernstige reden hadden om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door - een cryptotelefoons voorhanden te hebben, - op die cryptotelefoons een SkyECC applicatie te installeren, en - als gebruiker van het SkyECC account [skynaam] (gebruikersnamen [naam 3], [naam 2], [naam 4], en serie) op die SkyECC-applicatie: * deel te nemen aan een chat met een andere SkyECC gebruiker, waarin gesprekken worden gevoerd met betrekking tot harddrugs, en * (chat)gesprekken te voeren met die ander over de verkoop en aankoop van hoeveelheden cocaïne en methamfetamine en over het afleveren en verstrekken en vervoeren van die hoeveelheden cocaïne en methamfetamine, en over kosten van die cocaïne en methamfetamine, en * in die (chat)gesprekken foto’s te sturen en ontvangen van blokken cocaïne en pegels methamfetamine en geld; feit 6 hij in de periode van 7 september 2020 tot en met 4 oktober 2020 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk aanwezig heeft gehad, - omstreeks 7 september 2020 ongeveer 1 kilogram, en - omstreeks 4 oktober 2020 ongeveer 1 kilogram, van een materiaal bevattende cocaïne. Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. 6Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten Het bewezenverklaarde levert op: ten aanzien van feit 1 medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, een ander trachten te bewegen om dat feit te plegen, mede te plegen, daarbij behulpzaam te zijn en daartoe gelegenheid, middelen en inlichtingen te verschaffen en zich en een ander gelegenheid, middelen en inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en een voorwerp voorhanden te hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd is tot het plegen van dat feit, meermalen gepleegd; ten aanzien van feit 2 medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod; ten aanzien van feit 3 handelen in strijd met artikel 9, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie III, meermalen gepleegd; ten aanzien van feit 4 primair opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod; ten aanzien van feit 5 medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, een ander trachten te bewegen om dat feit te plegen, mede te plegen, daarbij behulpzaam te zijn en daartoe gelegenheid, middelen en inlichtingen te verschaffen en zich en een ander gelegenheid, middelen en inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en voorwerpen, stoffen en gelden voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit, meermalen gepleegd; ten aanzien van feit 6 medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd. Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is strafbaar. 7Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is strafbaar. 8Strafmotivering 8.1. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft, onder verwijzing naar de gemaakte procesafspraken, gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 44 maanden, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht en daarnaast een geldboete van € 100.000,-. 8.2. Standpunt van de verdediging De raadsman heeft verzocht de zaak af te doen zoals in de procesafspraken is overeengekomen. 8.3. Oordeel van de rechtbank Bij de beslissing over de sancties die aan de verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Ernst van de feiten De verdachte heeft zich gedurende een periode van ruim drie maanden schuldig gemaakt aan het overtreden van de Opiumwet. Het ging daarbij om het uitvoeren van 11 kilogram cocaïne, het samen met een ander aanwezig hebben van 2 kilogram cocaïne en het samen met een ander verkopen van 50 kilogram hennep. Daarnaast heeft de verdachte zich samen met anderen schuldig gemaakt aan voorbereidingshandelingen die waren gericht op de handel in grote hoeveelheden MDMA, cocaïne en methamfetamine. De verdachte heeft zich samen met anderen intensief beziggehouden met het proces rond de handel in verschillende soorten hard- en softdrugs. Daarbij heeft hij een cruciale rol vervuld als tussenpersoon bij het opzetten en uitvoeren van diverse drugstransporten. De handel in harddrugs vormt een ernstige inbreuk op de rechtsorde en heeft een ontwrichtende invloed op de samenleving. Harddrugs bevatten zeer schadelijke stoffen die de gezondheid van gebruikers ernstig bedreigen. De verspreiding en handel in harddrugs gaat bovendien vaak gepaard met andere vormen van criminaliteit, waaronder ernstige gewelds- en levensdelicten. Om de volksgezondheid te beschermen en de criminaliteit rondom verdovende middelen te beperken worden voor dit soort strafbare feiten hoge straffen opgelegd. De verdachte heeft met zijn handelen een substantiële bijdrage geleverd aan de internationale drugshandel en daarmee aan de instandhouding van het criminele drugscircuit. Daarbij heeft hij zich laten leiden door geldelijk gewin en zich geen rekenschap gegeven van de gevolgen van zijn handelen. Daarnaast heeft de verdachte zich gedurende een periode van vier maanden schuldig gemaakt aan het overtreden van de Wet Wapens en Munitie. Hij heeft zonder erkenning onderhandeld over de aankoop, verkoop en levering van vuurwapens. Het ongecontroleerd bezit van wapens vormt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen en leidt tot grote onveiligheid in de maatschappij. Door het aanbieden van wapens heeft de verdachte bijgedragen aan het in stand houden van deze onveiligheid. De persoon van de verdachte Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank onder meer gelet op het strafblad van de verdachte van 17 september 2025. Hieruit blijkt dat de verdachte niet eerder voor een soortgelijk strafbaar feit is veroordeeld. Het strafblad weegt dan ook niet in het nadeel van de verdachte mee. Procesafspraken De rechtbank heeft verder gelet op wat het afdoeningsvoorstel met betrekking tot de strafoplegging inhoudt en de voordelen die gepaard gaan met een dergelijke afdoening. In het afdoeningsvoorstel is verwoord dat de ten laste gelegde feiten bij bewezenverklaring, zonder procesafspraken, tot een strafeis van 84 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou leiden. Het voorstel dient een efficiënte en voortvarende behandeling en een effectieve afdoening van de zaak. Omdat de rechtbank in overeenstemming met het afdoeningsvoorstel oordeelt, wordt een mogelijk lang proces in eerste aanleg voorkomen en vloeit daaruit in beginsel ook voort dat het belang bij een behandeling van de zaak in hoger beroep ontbreekt. De op te leggen straf kan onmiddellijk ten uitvoer worden gelegd. Het voorstel doet daarmee ook recht aan de belangen van de maatschappij. De op te leggen straf Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat afdoening overeenkomstig het voorstel in redelijke verhouding staat tot de ernst van de zaak en dat aan de verdachte, conform de procesafspraken, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 44 maanden, met aftrek van voorarrest, moet worden opgelegd. De rechtbank is van oordeel dat daarnaast, conform de procesafspraken, een geldboete ter hoogte van € 100.000,- moet worden opgelegd. Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 Sv. 9Toepasselijke wettelijke voorschriften De volgende wetsartikelen zijn van toepassing: 23, 24c, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht; 2, 3, 10, 10a en 11 van de Opiumwet; 9 en 55 van de Wet wapens en munitie. 10. Beslissing De rechtbank: Verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1, 2, 3, 4 primair, 5 en 6 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 5.4. weergegeven. Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij. Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 6. vermelde strafbare feiten opleveren. Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 44 [vierenveertig] maanden. Bepaalt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Veroordeelt de verdachte tot het betalen van een geldboete van € 100.000,- [honderdduizend euro], bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 365 [driehonderdvijfenzestig] dagen hechtenis. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum Dit vonnis is gewezen door mr. J.O. Rutten, voorzitter, mr. M. Rigter en mr. A.M.C. de Haan, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. D. Koppe, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 29 oktober 2025. Bijlage I Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: feit 1 [P-V 20037024 Proces-verbaal bevindingen chats [skynaam]] hij op één of meerdere tijdstippen in de periode van 27 juli 2020 tot en met 28 juli 2020 te Landsmeer, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten - het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of - het opzettelijk vervaardigen van een of meer hoeveelheden 3,4-methyleendioxymethamfetamine, MDMA, zijnde 3,4-methyleendioxymethamfetamine, MDMA, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet - een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, - zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen, door - een (of meer) cryptotelefoon(
- s)voorhanden te hebben, - op (die) cryptotelefoon(
- s)een SkyECC applicatie te installeren, en/of - als gebruiker van het SkyECC account [skynaam] (gebruikersnamen [naam 3], [naam 2], [naam 4], en/of serie) op die SkyECC-applicatie: * deel te nemen aan een of meer (groeps)chat(
- s)met een of meer andere SkyECC gebruikers, waarin gesprekken worden gevoerd met betrekking tot harddrugs, en/of * (chat)gesprekken te voeren met (die) ander(
- en)over de mogelijkheden en/of de kosten van het drukken van (grote hoeveelheden) pillen 3,4-methyleendioxymethamfetamine, MDMA (1-3 miljoen) en/of het aantal milligram 3,4-methyleendioxymethamfetamine, MDMA per pil; feit 2 [P-V 20037024 Proces-verbaal bevindingen chats [skynaam]] hij op één of meer tijdstip(pen) in de periode van 1 september 2020 tot en met 2 september 2020 te Landsmeer, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer 50 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; feit 3 [P-V 20037024 Proces-verbaal bevindingen chats [skynaam]] hij op een of meer tijdstip(pen) in de periode van 18 september 2020 tot en met 27 januari 2021, te Landsmeer, althans in Nederland, zonder erkenning en in de uitoefening van een bedrijf heeft onderhandeld over de aankoop, verkoop of levering van wapens van categorie III, te weten onder meer: -twee pistolen, merk: Derringer (omstreeks 14 oktober 2020), -een pistool, merk Bruni, model mod 85 (omstreeks 14 oktober 2020), en/of -een pistool, merk BBM, model mod 315 (omstreeks 14 oktober 2020), immers heeft verdachte (telkens) afspraken gemaakt over de aankoop en/of verkoop en/of vraagprijs en/of functie en/of beschikbaarheid van deze en/of andere wapens en/of onderdelen van deze wapens en munitie; feit 4 primair [P-V 20037024 Proces-verbaal bevindingen chats [skynaam]] hij op 17 november 2020, te Landsmeer en/of Eindhoven en/of Rotterdam, althans in Nederland, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 11 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; dan wel subsidiair [P-V 20037024 Proces-verbaal bevindingen chats [skynaam]] hij op één of meerdere tijdstippen 17 november 2020 te Landsmeer, en/of Eindhoven en/of Rotterdam, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten - het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen, - het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of - het opzettelijk vervaardigen van een of meer hoeveelheden cocaïne, zijnde cocaïne, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet - een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, - zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen, - voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, wist of ernstige reden had om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door - een (of meer) cryptotelefoon(
- s)voorhanden te hebben, - op (die) cryptotelefoon(
- s)een SkyECC applicatie te installeren, en/of - als gebruiker van het SkyECC account [skynaam] (gebruikersnamen [naam 3], [naam 2], [naam 4], en/of serie) op die SkyECC-applicatie: * deel te nemen aan een of meer (groeps)chat(
- s)met een of meer andere SkyECC gebruikers, waarin gesprekken worden gevoerd met betrekking tot de aanschaf en/of verkoop van harddrugs en/of * (chat)gesprekken te voeren met (die) ander(
- en)over het vervoeren naar Engeland en/of Ierland van die harddrugs; feit 5 [P-V 20037024 Proces-verbaal bevindingen chats [skynaam]] hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 21 juli 2020 tot en met 7 november 2020 te Landsmeer, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten - het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, van • 30 kilogram cocaïne op 21 juli 2020, • 16 kilogram cocaïne en/of 160 kilogram methamfetamine in de periode van 31 augustus 2020 tot en met 7 september 2020, • 100 kilogram cocaïne in de periode van 24 september 2020 tot en met 6 oktober 2020, en/of • 6 kilogram methamfetamine in de periode van 3 november 2020 tot en met 7 november 2020, zijnde cocaïne en/of methamfetamine, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet - een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, - zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen, - voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(
- en)of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door - een (of meer) cryptotelefoon(
- s)voorhanden te hebben, - op (die) cryptotelefoon(
- s)een SkyECC applicatie te installeren, en/of - als gebruiker van het SkyECC account [skynaam] (gebruikersnamen [naam 3], [naam 2], [naam 4], en/of serie) op die SkyECC-applicatie: * deel te nemen aan een chat met een andere SkyECC gebruiker, waarin gesprekken worden gevoerd met betrekking tot harddrugs, en/of * (chat)gesprekken te voeren met die ander over de verkoop en/of aankoop van hoeveelheden cocaïne en/of methamfetamine en/of over het afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren van die hoeveelheden cocaïne en/of methamfetamine, en/of over kosten van die cocaïne en/of methamfetamine, en/of * in die (chat)gesprekken foto’s te sturen en/of ontvangen van blokken cocaïne en/of pegels methamfetamine en/of geld; feit 6 [P-V 20037024 Proces-verbaal bevindingen chats [skynaam]] hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 7 september 2020 tot en met 4 oktober 2020 te Landsmeer, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad, -omstreeks 7 september 2020 ongeveer 1 kilogram, en/of -omstreeks 4 oktober 2020 ongeveer 1 kilogram, althans een hoeveelheid, van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.