RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Zaanstad Zaaknr./rolnr.: 11030622 \ CV EXPL 24-712 Uitspraakdatum: 1 mei 2025 Tussenvonnis van de kantonrechter in de zaak van: PC Uitvaart Begeleiding B.V. te Amsterdam de eisende partij gemachtigde: KVN Gerechtsdeurwaarders & Juristen tegen [gedaagde] te [plaats] de gedaagde partij niet verschenen De procedure 1.
- De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend. 2De beoordeling 2.
- De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 10.418,30, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente en de proceskosten. 2.
- De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. De overeenkomst is gesloten buiten de verkoopruimte. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230t van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Ambtshalve toetsing van de (pre)contractuele informatieplichten 2.
- De eisende partij stelt dat zij heeft voldaan aan de op haar rustende (pre)contractuele informatieplichten. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft de eisende partij de opdrachtbevestiging, de factuur en de toepasselijke algemene voorwaarden overgelegd zonder concreet toe te lichten wat de kantonrechter daaruit zou moeten afleiden. Dit volstaat niet. Producties kunnen stellingen ondersteunen, maar niet vervangen. De partij die producties overlegt, moet inzichtelijk maken welke delen daarvan relevant zijn voor welk standpunt van die partij. Een enkele verwijzing naar de producties is daarom onvoldoende. Het is niet aan de kantonrechter om eigenhandig op zoek te gaan naar informatie. In een situatie als de onderhavige betekent dit dat de eisende partij expliciet en op een duidelijke manier, moet aangeven waar op welke pagina van de producties welke informatie van artikel 6:230m lid 1 BW te vinden is (bijvoorbeeld door de relevante informatie in de betreffende producties te arceren). 2.
- De eisende partij heeft niet voldoende onderbouwd dat zij heeft voldaan aan de op haar rustende precontractuele informatieplichten van artikel 6:230m lid 1 en artikel 6:230t lid 1 BW. Ook heeft zij niet toegelicht op welke wijze zij heeft voldaan aan de contractuele verplichtingen van artikel 6:230t lid 2 BW. De kantonrechter kan daarom niet vaststellen of aan de gedaagde partij op duidelijke en begrijpelijke wijze de hiervoor bedoelde essentiële informatie is verstrekt. 2.
- Bij wijze van uitzondering wordt de eisende partij in de gelegenheid gesteld om de hiervoor bedoelde informatie alsnog bij akte te verstrekken. De eisende partij moet expliciet en op een duidelijke manier stellen en onderbouwen hoe zij ten aanzien van de gedaagde partij heeft voldaan aan de op haar rustende informatieplichten. Als de eisende partij daaraan niet of niet volledig voldoet, zal de kantonrechter daaraan op grond van de artikelen 22 en 139 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de gevolgen verbinden die zij geraden acht. De kantonrechter wijst de eisende partij erop dat het ontbreken van een dergelijke onderbouwing in eventuele vervolgzaken kan leiden tot afwijzing van de vordering. Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden 2.
- De kantonrechter moet onderzoek doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet oneerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak oneerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak). 2.
- Op de overeenkomst(en) zijn de volgende algemene voorwaarden van de eisende partij van toepassing verklaard: Algemene leverings-en betalingsvoorwaarden van PC Uitvaartbegeleiding B.V. gedeponeerd ter Kamer van Koophandel te Amsterdam, d.d. 1 maart 2019 (hierna: de algemene voorwaarden). 2.
- Artikel 9.3 van de algemene voorwaarden betreft een rentebeding. Dat luidt als volgt: ‘De betalingstermijn geldt als fatale (of: als een voor voldoening bepaalde) termijn als bedoeld in artikel 83 sub a Burgerlijk Wetboek
- De opdrachtgever is derhalve van rechtswege in verzuim wanneer niet tijdig is betaald, zonder dat daartoe enige sommatie of ingebrekestelling is vereist. Dit verzuim vangt derhalve aan op de eerste dag na het verstrijken van de betalingstermijn. PC Uitvaart is gerechtigd over een betaling die niet tijdig is verricht rente in rekening te brengen over de periode dat de Opdrachtgever met de voldoening daarvan in verzuim is. Deze rente is gelijk aan 1% per maand of gedeelte van de maand waarbij een gedeelte van de maand als gehele maand wordt berekend.’ 2.
- De bedongen rente bedraagt in dit geval 1% per maand. Dat is meer dan de wettelijke handelsrente op het moment van het sluiten van de overeenkomst. Het rentebeding is daarom oneerlijk. 2.
- De kantonrechter is daarom voornemens om artikel 9.3 van de algemene voorwaarden te vernietigen, voor zover dit betrekking heeft op de verschuldigde rente. De eisende partij zal de gelegenheid krijgen zich hierover uit te laten. 2.
- Artikel 9.4 van de algemene voorwaarden betreft een incassokostenbeding. Dat luidt als volgt: ‘Bij niet-betaling binnen de termijn als genoemd in lid 3 van dit artikel is PC Uitvaart gerechtigd alle kosten, zowel buitengerechtelijk als gerechtelijk, in rekening te brengen. Buitengerechtelijke kosten bedragen 15% van het verschuldigde bedrag met een minimum van € 40,00 conform het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten.’ 2.
- In het beding wordt ten nadele van de consument afgeweken van het bepaalde in artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten. Er wordt immers van uitgegaan dat alle kosten verschuldigd zijn. Daarbij is ook geen maximum opgenomen, wat ertoe leidt dat onbeperkte kosten voor rekening van de consument zouden kunnen komen. Dat zou tot gevolg hebben dat de consument belast wordt met hogere kosten dan wettelijk is toegestaan. Tot slot volgt uit de tekst van het beding dat de incassokosten al verschuldigd zijn zodra niet (tijdig) wordt betaald, terwijl de wettekst voorschrijft dat éérst nog een zogenoemde veertiendagenbrief moet worden verstuurd. 2.
- Het beding ziet ook op de proceskosten. Voor zover de eisende partij op grond van dit beding aanspraak kan maken op gerechtelijke kosten die boven het liquidatietarief uitkomen, is dit beding oneerlijk. Dit heeft echter geen gevolg voor de proceskostenveroordeling in deze procedure, omdat de (kanton)rechter op grond van de artikelen 237 en 242 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ertoe gehouden is om de (grotendeels) in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten te veroordelen en deze proceskosten niet lager mogen worden vastgesteld dan het liquidatietarief. 2.
- De kantonrechter is daarom voornemens om artikel 9.4 van de algemene voorwaarden eveneens te vernietigen, voor zover dit betrekking heeft op de buitengerechtelijke incassokosten. De eisende partij zal de gelegenheid krijgen zich hierover uit te laten. Conclusie 2.
- De eisende partij wordt in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel omtrent de (pre)contractuele informatieplichten en de oneerlijkheid van de hiervoor genoemde bedingen. 2.
- Als aan de hierboven bedoelde opdracht niet of niet volledig wordt voldaan, zal de kantonrechter daaraan op grond van de artikelen 22 en 139 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de gevolgen verbinden die zij geraden acht. 2.
- Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 3De beslissing De kantonrechter: 3.
- verwijst de zaak naar de rol van 5 juni 2025 om de eisende partij in de gelegenheid te stellen zich bij akte uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel zoals hiervoor is overwogen; 3.
- houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Jansen op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:
- Zie het arrest van de Hoge Raad van 10 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:
- HvJ EU 27 januari 2021, C‑229/19 en C‑289/19, ECLI:NL:EU:C:68 (Dexia).