RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Zaanstad Zaaknr./rolnr.: 10864741 \ CV EXPL 24-10 Uitspraakdatum: 3 april 2025 Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van: de besloten vennootschap SVP DISTRIBUTIE & LEVERING B.V. te Purmerend de eisende partij hierna te noemen: SVP gemachtigde: Gerechtsdeurwaarderskantoor H.J. Jansen B.V. tegen [gedaagde] wonende te [plaats] de gedaagde partij niet verschenen 1Het procesverloop 1.
- SVP heeft een vordering tegen de gedaagde partij ingesteld. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend. 2De beoordeling 2.
- SVP vordert dat de tussen haar en de gedaagde partij bestaande overeenkomst wordt ontbonden. Verder vordert SVP dat de kantonrechter de gedaagde partij veroordeelt tot betaling van € 731,33 vermeerderd met de wettelijke rente over € 648,92 vanaf de datum van dagvaarden. Ook vordert SVP dat de gedaagde partij wordt veroordeeld tot betaling van de maandelijkse voorschotbedragen van € 130,00 per maand met ingang van 31 januari 2024 tot de datum van inname van de warmtemeetinrichtingen. Voor het geval de gedaagde partij nalaat om het door SVP gevorderde bedrag te betalen, vordert SVP dat zij wordt gemachtigd werkzaamheden te verrichten bestaande uit het onderbreken en/of afsluiten of beëindigen van de energieleveringen, met nevenvorderingen die daarmee verband houden. Tot slot vordert SVP dat de gedaagde partij wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten. 2.
- SVP heeft aan de vordering ten grondslag gelegd dat de gedaagde partij de verschuldigde bedragen uit hoofde van de met SVP gesloten overeenkomst onbetaald heeft gelaten. Deze betalingsachterstand is dusdanig hoog dat niet van SVP verlangd kan worden dat zij nog langer energie aan de gedaagde partij blijft leveren. Ambtshalve toetsing van de (pre)contractuele informatieplichten 2.
- De vordering is gebaseerd op overeenkomst tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van Boek 6, titel 5, afdeling 2B van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Artikel 3 van de Warmtewet bepaalt nogmaals expliciet dat de informatieplichten van artikel 6:230m lid 1 en 6:230v BW ook rusten op een leverancier van warmte. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. 2.
- SVP heeft naar het oordeel van de kantonrechter niet voldoende gesteld en onderbouwd dat zij heeft voldaan aan de op haar rustende (pre)contractuele informatieplichten. De kantonrechter legt dat hierna uit. 2.
- De enkele mededeling dat is voldaan aan de (pre)contractuele informatieplichten van 6:230m lid 1 BW en 6:230t BW of 6:230v BW is onvoldoende. SVP heeft ter onderbouwing van haar vordering verder alleen verwezen naar een rekeningoverzicht waaruit volgt dat de overeenkomst in augustus 2014 is gesloten en een link naar haar website. Dat is ook onvoldoende. Het is niet aan de kantonrechter om eigenhandig op zoek te gaan naar informatie op een website of in producties. Voor wat betreft de website is bovendien gesteld noch gebleken dat de huidige website overeenkomt met die ten tijde van de totstandkoming van de overeenkomst. Los daarvan is gesteld noch gebleken dat vooraf is gewezen op de informatie op de website. Daar komt bij dat producties stellingen kunnen ondersteunen, maar niet vervangen. De partij die producties overlegt, moet begrijpelijk maken welke delen daarvan relevant zijn voor welk standpunt van die partij. Als dit niet (volledig) gebeurt, kan dit leiden tot gehele of gedeeltelijke afwijzing van de vordering. 2.
- Bij wijze van uitzondering heeft de kantonrechter in dit geval wel zelf in de stukken gecontroleerd of SVP bij het sluiten van de overeenkomst aan de wettelijk voorgeschreven (pre)contractuele informatieverplichtingen heeft voldaan, hetgeen naar het oordeel van de kantonrechter niet volledig het geval is. Zo mist in de overeenkomst in ieder geval (eenvoudig toegankelijke) informatie over het maandelijkse voorschotbedrag, de aanvangsdatum van levering en ook blijkt niet dat is gewezen op het herroepingsrecht. Welke sanctie hoort hierbij? 2.
- Als niet (afdoende) wordt voldaan aan de stelplicht, wordt de vordering in beginsel geheel afgewezen. 2.
- Als essentiële informatieplichten zijn geschonden, moet de kantonrechter de overeenkomst gedeeltelijk vernietigen voor een percentage van de door de gedaagde partij verschuldigde koopprijs. Daarbij wordt (mede) toepassing gegeven aan de artikelen 3:40 lid 2 en 3:41 BW, en aan de artikelen 6:193b, 6:193d, 6:193f en 6:193j BW, omdat de schending van de informatieplichten ook een oneerlijke handelspraktijk is. Voor de hoogte van de percentages wordt aangesloten bij de sanctierichtlijn en rekening gehouden met het bepaalde in het Capabel en Bol arrest. Deze percentages zijn onderhevig aan wijziging, bijvoorbeeld ingeval de sanctierichtlijn wordt gewijzigd en/of als de sancties niet het beoogde effect hebben. Daarnaast kan de kantonrechter indien zij dit nodig acht, (gemotiveerd) afwijken. 2.
- SVP heeft niet afdoende voldaan aan diens stelplicht. Daarnaast heeft SVP niet voldaan aan diens informatieplichten, zodat sprake is van meer dan 4 schendingen. In dit geval zal ondanks dat niet afdoende is voldaan aan de stelplicht, worden volstaan met een sanctie van 60%. Dat betekent dat de overeenkomst gedeeltelijk wordt vernietigd, te weten voor 60% van de door de gedaagde partij oorspronkelijk verschuldigde hoofdsom. Ambtshalve toetsing van de Algemene Voorwaarden Warmte versie 2014 (hierna: de algemene voorwaarden) 2.
- SVP heeft gesteld dat op de overeenkomst de algemene voorwaarden van toepassing zijn. 2.
- De kantonrechter moet ook ambtshalve beoordelen of in deze algemene voorwaarden bedingen zijn opgenomen die oneerlijk zijn ten opzichte van een consument, in de zin van artikel 3 van de Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn), omdat dit gevolgen kan hebben voor (de hoogte van) de vordering. Dit artikel is in het Nederlandse recht tot uitdrukking gebracht in artikel 6:233 onder a van het Burgerlijk Wetboek (BW), waarin kort gezegd is bepaald dat een beding dat onredelijk bezwarend is, vernietigbaar is. 2.
- Bedingen waaraan de consument gebonden is zonder dat daarover afzonderlijk is onderhandeld, zijn oneerlijk als deze in strijd met de goede trouw het evenwicht tussen de rechten en plichten die de consument op grond van de overeenkomst heeft, aanzienlijk verstoort in het nadeel van de consument. Het gaat om een beoordeling van de bedingen op het moment dat de overeenkomst werd gesloten. Of de handelaar de consument ook daadwerkelijk aan die bedingen houdt, of in de praktijk alleen naleving van wettelijke bepalingen verlangt, is niet relevant. Als een beding wegens onredelijkheid wordt vernietigd, kan de handelaar niet terugvallen op een eventuele wettelijke regeling over hetzelfde onderwerp. 2.
- De kantonrechter heeft in een eerdere zaak van SVP getoetst of de algemene voorwaarden bedingen bevatten die oneerlijk zijn. Dit voor zover de bedingen verband hielden met de vordering. SVP heeft hierbij de gelegenheid gekregen zich hierover uit te laten. De kantonrechter heeft vervolgens geoordeeld dat algemene voorwaarden geen oneerlijke bedingen bevatten met dien verstande dat SVP in zaken die worden aangebracht na 1 januari 2025 in de dagvaarding duidelijk moet stellen en onderbouwen dat en op welke wijze is voldaan aan de Warmteregeling, omdat de kantonrechter anders niet kan beoordelen of de vordering tot onderbreking en afsluiting gegrond is. Omdat deze procedure voor 1 januari 2025 is aangebracht, gaat de kantonrechter er in dit geval vanuit dat aan de Warmteregeling is voldaan en de vordering tot onderbreking en afsluiting gegrond is, zodat deze wordt toegewezen. 2.
- Uit het voorgaande volgt dat een bedrag van € 259,57 (€ 648,92 x 0,4) zal worden toegewezen. Rente 2.
- De vordering tot vergoeding van de verschenen rente zal worden afgewezen, omdat SVP die rente (gelet op de toewijsbare hoofdsom) over een te hoog bedrag heeft berekend. Daar komt bij dat SVP in de dagvaarding niet heeft aangegeven vanaf wanneer en over welke bedragen de rente is berekend en waarom. De rente wordt daarom toegewezen vanaf de datum van dagvaarding. Buitengerechtelijke kosten 2.
- SVP heeft een aanmaningsbrief gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. De gevorderde buitengerechtelijke kosten worden daarom toegewezen volgens het wettelijke tarief dat hoort bij de hoofdsom waartoe de gedaagde partij zal worden veroordeeld. Toekomstige termijnen 2.
- De vordering tot betaling van een toekomstige gebruiksvergoeding wordt toegewezen voor iedere maand dat de gedaagde partij nog energie geleverd krijgt met een maximum van 3 maanden na de datum van dit vonnis. Onderbreking en afsluiting 2.
- Gelet op de ingrijpende gevolgen acht de kantonrechter het redelijk dat de gedaagde partij nog veertien dagen de tijd krijgt om de betalingsachterstand te voldoen, om zo te voorkomen dat de gedaagde partij van energie wordt afgesloten. Dit betekent dat als de gedaagde partij niet binnen veertien na betekening van dit vonnis de betalingsachterstand voldoet, SVP de warmtelevering mag onderbreken/afsluiten. 2.
- Gezien het bepaalde in de Aanbeveling binnentreding woning i.v.m. nutsvoorzieningen alsmede artikel 3:299 BW en artikel 558 Rv wordt de onderbreking en afsluiting van de energie-aansluiting(en) toegewezen zoals hierna vermeld. Tot slot 2.
- De vordering komt de kantonrechter voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor en wordt daarom toegewezen zoals hierna vermeld. 2.21 . De gedaagde partij wordt overwegend in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Daarbij wordt de gedaagde partij ook veroordeeld tot betaling van € 41,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door SVP worden gemaakt. 3De beslissing De kantonrechter: 3.
- ontbindt de tussen partijen gesloten overeenkomst ter zake het verbruiksadres aan [adres] ( [postcode] ) te [plaats] ; 3.
- veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan SVP van € 299,57, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 259,57 vanaf 2 januari 2024 tot aan de dag van de gehele betaling; 3.
- veroordeelt de gedaagde partij om aan SVP te betalen een bedrag van € 130,00 per maand, voor iedere maand vanaf 31 januari 2024 met een maximum van drie maanden na de datum van dit vonnis, met dien verstande dat het bedrag waartoe de gedaagde partij veroordeeld wordt, geldt als voorschot op wat SVP na verificatie van de meetgegevens daadwerkelijk te vorderen zal blijken te hebben; 3.
- voor het geval de gedaagde partij niet binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis aan de veroordeling onder 3.
- en 3.
- voldoet: 3.4.
- verklaart voor recht dat SVP op grond van artikel 558 Rv gerechtigd is werkzaamheden op of aan een onroerende zaak te verrichten, te weten werkzaamheden om te komen tot het onderbreken en/of afsluiten van de energie-aansluiting(en), het (doen) verwijderen van meters daaronder begrepen, van de woning op het verbruiksadres [adres] ( [postcode] ) te [plaats] ; 3.4.
- veroordeelt de gedaagde partij de werkzaamheden te gedogen die nodig zijn voor de onderbreking en/of afsluiting van de energie-aansluiting(en) van het verbruiksadres en aan de uitvoering van die werkzaamheden alle noodzakelijke medewerking te verlenen; 3.4.
- veroordeelt de gedaagde partij ter uitvoering van de hiervoor genoemde werkzaamheden tot ontruiming van het verbruiksadres, welke ontruiming wordt beperkt tot de ruimte(s) die betreden moet(en) worden om toegang tot de meter(s) en/of aansluiting(en) te verkrijgen en voor de duur van de voor de onderbreking en/of afsluiting van de energie-aansluiting(en) noodzakelijke werkzaamheden; 3.
- veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van SVP tot en met vandaag vaststelt op: dagvaarding € 106,73 griffierecht € 328,00 salaris gemachtigde € 82,00; 3.
- veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van € 41,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door SVP worden gemaakt; 3.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 3.
- wijst de vordering voor het overige af. Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Jansen en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter ECLI:NL:HR:2024:1366 (Capabel) en ECLI:NL:HR:2024:1355 (Bol) Zaaknummer: 10840325 \ CV EXPL 23-4099 Zie bijvoorbeeld ook ECLI:NL:RBNHO:2025:2178 https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/aanbeveling-binnentreding-woning-nutsvoorzieningen.pdf#search=binnentreden