RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11293531 \ CV EXPL 24-6129 Uitspraakdatum: 10 december 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: [eiser] wonende te [plaats] eiser hierna te noemen: de passagier gemachtigde: Yource B.V. tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht EasyJet Airline Company Limited gevestigd te Londen Luton (Verenigd Koninkrijk) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. J. Kumar 1Het procesverloop 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek;- de akte eiser. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2Feiten 2.
- De passagier heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 24 mei 2024 vervoeren van Amsterdam naar Berlijn (Duitsland), met vlucht EZY5288 (hierna: de vlucht). 2.
- De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. 2.
- De passagier is omgeboekt naar vlucht EZY5288 van 25 mei 2024, waarmee hij 24 uur en 42 minuten later in Berlijn is aangekomen. 2.
- De passagier heeft compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.
- De vervoerder heeft niet uitbetaald.
- Het geschil 3.
- De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente; - € 48,40 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten. 3.
- Daarnaast vordert de passagier afgifte van een certificaat zoals bedoeld in artikel 53 van de herziene EEX-Verordening. 3.
- De passagier baseert zijn vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 (artikel 7 van de Verordening). 3.
- De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan. 4De beoordeling 4.
- De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
- De vervoerder heeft een beroep op buitengewone omstandigheden gedaan en de passagier heeft dat betwist. De vraag of sprake was van buitengewone omstandigheden kan onbeantwoord blijven omdat niet is gebleken dat de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging op de eindbestemming te voorkomen dan wel te beperken. Het is vaste rechtspraak dat indien passagiers met een door de vervoerder zelf uitgevoerde alternatieve vlucht de dag na de oorspronkelijk vastgestelde dag aankomen, dit in beginsel geen redelijke maatregel vormt. 4.
- De passagier is met meer dan 24 uur vertraging aangekomen in Berlijn. Het is in een dergelijk geval aan de vervoerder om voldoende aannemelijk te maken dat er geen enkele andere mogelijkheid voor een rechtstreekse of indirecte alternatieve vlucht bestond met een door hemzelf of door een andere luchtvaartmaatschappij uitgevoerde vlucht die op een minder laat tijdstip aankwam dan de aangeboden vlucht. Daarin is de vervoerder niet geslaagd. Weliswaar heeft de vervoerder aangevoerd dat de passagier ook had kunnen kiezen voor vlucht EZY5284 met een vertrektijd van minder dan 24 uur later, maar de passagier heeft voldoende betwist dat deze vlucht ook binnen 24 uur ten opzichte van de oorspronkelijke vlucht zou zijn aangekomen. 4.
- De vervoerder heeft erkend dat er op 25 mei 2025 door KLM diverse vluchten van Amsterdam naar Berlijn werden uitgevoerd die op een eerder tijdstip aankwamen dan vlucht EZY5288 van 25 mei
- Niet is gebleken dat de vervoerder deze alternatieven ook daadwerkelijk actief aan de passagier heeft aangeboden. Zodoende heeft de vervoerder niet aannemelijk gemaakt dat de alternatief aangeboden vlucht een redelijke maatregel vormt in de zin van bovengenoemd arrest. 4.
- Het voorgaande betekent dat ook als vast zou komen vast te staan dat sprake was van een buitengewone omstandigheid, de vervoerder gehouden is de compensatie te betalen. Het verzoek tot betaling van de hoofdsom (en de wettelijke rente daarover) zal dan ook worden toegewezen. 4.
- De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagier heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen. 4.
- Het gevorderde certificaat wordt bij gebrek aan belang afgewezen. 4.
- De vervoerder is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de passagier worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 135,97 - griffierecht € 87,00 - salaris gemachtigde € 80,00 (2 punten × € 40,00) - nakosten € 20,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 322,97
- De beslissing De kantonrechter: 5.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 24 mei 2024 tot de dag van de gehele betaling; 5.
- veroordeelt de vervoerder in de proceskosten van € 322,97, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de vervoerder niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend; 5.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 5.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Hierbij gaat de kantonrechter voor de interpretatie van het hiervoor genoemde woord ‘dag’ uit van een tijdruimte en voor de uitleg ervan wordt aangesloten bij de algemeen geaccepteerde uitleg, zijnde een tijdsduur van 24 uur. Hof van Justitie van 11 juni 2020 (C-74/19).