RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Zaanstad Zaaknr./rolnr.: 11897799 \ CV EXPL 25-2892 Uitspraakdatum: 27 november 2025 Tussenvonnis van de kantonrechter in de zaak van: HSK Groep B.V. te Arnhem de eisende partij gemachtigde: Armaere B.V. tegen [gedaagde] te [plaats] de gedaagde partij niet verschenen 1De procedure 1.
- De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend. 2De beoordeling 2.
- De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 325,00 aan hoofdsom, vermeerderd met rente, buitengerechtelijke kosten en de proceskosten. 2.
- De geneeskundige behandelingsovereenkomst die aan de vordering ten grondslag ligt is gesloten tussen de eisende partij als handelaar en de gedaagde partij als consument. In dat geval moet ambtshalve, dus ook als dat door partijen niet aan de orde is gesteld en/of de vordering is erkend, worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht. Informatieplichten 2.
- Ambtshalve toetsing van informatieplichten is hier niet aan de orde, omdat een geneeskundige behandelingsovereenkomst op grond van artikel 6:230h lid 2 sub d van het Burgerlijk Wetboek (BW) is uitgezonderd van toetsing. Het prijsbeding 2.
- Het prijsbeding moet wel ambtshalve getoetst worden aan de Richtlijn oneerlijke bedingen 93/13/EEG. Op grond van artikel 4 lid 2 van deze richtlijn zijn kernbedingen (zoals het prijsbeding) echter uitgesloten van toetsing op oneerlijkheid mits deze transparant zijn. 2.
- Niet gesteld of gebleken is hoe de prijs in dit geval tussen partijen is overeengekomen. Daarom kan niet beoordeeld worden of sprake is van een transparant prijsbeding, zodat de kantonrechter de eventuele ambtshalve taak op dit punt niet kan uitvoeren. De eisende partij wordt in de gelegenheid gesteld haar vordering op dit punt aan te vullen. De kantonrechter wijst de eisende partij erop dat zij hierover in eventuele vervolgzaken een onderbouwde stelling moet innemen, bij gebreke waarvan de kans bestaat dat de vordering (gedeeltelijk) wordt afgewezen. De algemene voorwaarden 2.
- De kantonrechter is ook gehouden om ambtshalve onderzoek te doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet oneerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak oneerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak). 2.
- Op de overeenkomst(en) zijn de ‘Algemene voorwaarden HSK Groep en Interapy’ (in werking getreden per 1 juli 2012) van toepassing verklaard: (hierna: de algemene voorwaarden). 2.
- Artikel
- 3 en 19.4 van de algemene voorwaarden betreft een rente- en incassokostenbeding. Dat luidt als volgt: ‘ARTIKEL 19 – BETALING (…)
- De zorginstelling stuurt na het verstrijken van de betalingstermijn een betalingsherinnering en geeft de cliënt de gelegenheid binnen 14 dagen na ontvangst van de herinnering alsnog te betalen.
- Als na het verstrijken van de tweede betalingstermijn nog steeds niet is betaald, is de zorginstelling gerechtigd rente en buitengerechtelijke incassokosten in rekening te brengen vanaf het verstrijken van de eerste betalingstermijn. De rente is gelijk aan de wettelijke rente.’ 2.
- De kantonrechter heeft het beding ten aanzien van de rente getoetst en niet oneerlijk bevonden. 2.
- Ten aanzien van de buitengerechtelijke incassokosten is de bedongen vergoeding als bedoeld in voornoemd artikel niet begrensd in omvang en daarmee mogelijk hoger dan de vergoeding conform het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat dit beding van de algemene voorwaarden daardoor aanzienlijk ten nadele van consumenten afwijkt van de wettelijke regeling over de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Daarom is de kantonrechter voornemens dit deel van de vordering af te wijzen. De eisende partij mag zich hierover uitlaten. Conclusie 2.
- De eisende partij wordt in de gelegenheid gesteld om haar vordering bij akte aan te vullen als omschreven in r.o. 2.
- Daarbij wordt de eisende partij in de gelegenheid gesteld om bij diezelfde akte zich uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel omtrent de oneerlijkheid van het hiervoor genoemde beding. 2.
- Als aan de hierboven bedoelde opdracht niet of niet volledig wordt voldaan, zal de kantonrechter daaraan op grond van de artikelen 22 en 139 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de gevolgen verbinden die hij geraden acht. 2.
- Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 3De beslissing De kantonrechter: 3.
- verwijst de zaak naar de rol van 22 januari 2026 om de eisende partij in de gelegenheid te stellen haar vordering bij akte aan te vullen zoals hiervoor is overwogen; 3.
- houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Ingeleid met een dagvaarding vanaf 1 januari
- HvJ EU 27 januari 2021, C‑229/19 en C‑289/19, ECLI:NL:EU:C:68 (Dexia).