← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:16067

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Zittingsplaats Alkmaar Bestuursrecht zaaknummer: HAA 25/2963 uitspraak van de voorzieningenrechter van 24 juli 2025 in de zaak tussen [verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster (gemachtigde: mr. K.G.M. Balak), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wormerland (gemachtigde: N. Westra). Samenvatting

  1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de afwijzing van de aanvraag van verzoekster om verhoging van bijzondere bijstand voor de kosten van medicinale cannabis. Verzoekster is het hier niet mee eens. Zij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of hij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. Deze vraag beantwoordt hij aan de hand van de gronden van verzoekster. 1.
  2. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek toe. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. Procesverloop
  3. Verzoekster ontving vanaf 1 december 2022 bijzondere bijstand voor de kosten van medicinale cannabis. Het college kende deze bijstand steeds voor een bepaalde periode toe. Bij besluit van 21 februari 2025 heeft het college voor de periode van 1 december 2024 tot en met 31 mei 2025 een bedrag van € 417,95 per maand toegekend.
  4. Verzoekster heeft op 14 maart 2025 een aanvraag ingediend voor de verhoogde kosten van medicinale cannabis vanwege een ophoging van de dosering en tevens verzocht om verlenging van de reeds toegekende bijzondere bijstand voor deze kosten.
  5. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 13 mei 2025 afgewezen. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
  6. Het college heeft op 17 juli 2025 een herzien besluit genomen. Met dit besluit heeft het college alsnog besloten op het verzoek om verlenging. Per 31 mei 2025 kent het college verzoekster weer bijzondere bijstand toe op basis van een dosering van twee gram per dag. Aan verzoekster wordt per 31 mei 2025 € 417,95 per maand toegekend.
  7. In dit besluit heeft het college een aantal vragen geformuleerd die zien op de (medische) noodzakelijkheid van de door verzoekster gestelde verhoging van de dosering.
  8. Verzoekster heeft naar aanleiding van deze vragen een verklaring van haar huisarts in het geding gebracht. De huisarts verklaart onder meer dat verzoekster een dosis van twee gram per dag aan medicinale cannabis nodig heeft. 7.
  9. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 23 juli 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, de gemachtigde van verzoekster en de gemachtigde van het college. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  10. In haar aanvraag heeft verzoekster verzocht om een hogere vergoeding van de medicinale cannabis die zij gebruikt. Ze stelt dat de vergoeding die zij ontvangt voor 50 gram is, terwijl dat maar de helft is van de noodzakelijke medicatie.
  11. In het bezwaar wordt aangegeven dat de omstandigheden inmiddels zijn gewijzigd. Verzoekster vraagt niet meer om verdubbeling. De huisarts heeft de dosis met een kwart verhoogd. De kosten bedragen volgens verzoekster € 499,94 per maand.
  12. Verzoekster voert in haar verzoek aan dat zij zich in een acute en kwetsbare situatie bevindt. Zij is aangewezen op medicinale cannabis vanwege ernstige lichamelijke klachten waaronder spasticiteit en chronische pijn. Haar medische situatie wordt verder verergerd door een opeenstapeling van ingrijpende gebeurtenissen: haar zoon is recentelijk gediagnosticeerd met botkanker, zij is vanwege gezondheidsklachten uitgevallen bij de dagbesteding en zij ervaart stress als gevolg van haar betrokkenheid van de toeslagaffaire, waarvan zij erkend slachtoffer is. De gevolgen van het uitblijven van de gevraagde voorziening zijn ernstig. Zonder de noodzakelijke verhoging van de dosering dreigt verzoekster te kampen met ernstige spasticiteit wat negatieve gevolgen heeft voor haar mobiliteit. De financiële situatie van verzoekster maakt dat zij niet in staat is de kosten zelf te dragen. Daarbij komt nog dat zij voor haar zoon de vaste lasten draagt omdat die vanwege zijn gezondheidstoestand afhankelijk van haar is.
  13. Tussen partijen is niet in geschil dat verzoekster aangewezen op het gebruik van medicinale cannabis. De voorzieningenrechter stelt verder vast dat partijen het inmiddels ook eens zijn over de noodzakelijke dosis, namelijk 2 gram per dag.
  14. Uit de door verzoekster in bezwaar overgelegde factuur van de apotheek komt naar voren dat de maandelijkse kosten (60 gram) € 499,94 bedragen.
  15. Op de zitting is duidelijk geworden dat het college bij de berekening van het bedrag is uitgegaan van een lager bedrag aan kosten, dat ‘in het systeem’ stond en dat het eerder niet bekend was met het bedrag dat op de recente factuur van de apotheek staat. Het college heeft benadrukt dat het besluit van 17 juli 2025 bijzondere bijstand toekent op basis van twee gram per dag. Gelet hierop acht de voorzieningenrechter daarom vooralsnog niet onaannemelijk dat ook de bijbehorende kosten vergoed zullen worden.
  16. Gelet op het voorgaande acht de voorzieningenrechter de kans van slagen van het bezwaar met betrekking tot de hoogte van de toegekende bijzondere bijstand aanzienlijk. Daarin ziet de voorzieningenrechter aanleiding een voorlopige voorziening te treffen. Conclusie en gevolgen
  17. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en treft de voorlopige voorziening dat het college vanaf 31 mei 2025 tot zes weken na de beslissing op bezwaar verzoekster bijzondere bijstand ter hoogte van € 499,94 per maand verstrekt voor de kosten van medicinale cannabis. 15.
  18. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst moet het college het griffierecht aan verzoekster vergoeden. Verzoekster krijgt ook een vergoeding van haar proceskosten. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat verweerder hangende deze procedure ook een herstelbesluit ex artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht ten gunste van verzoekster heeft genomen. Het college moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoekster een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend en aan de zitting deelgenomen. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 907,-. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.814,-. Beslissing De voorzieningenrechter: - treft de voorlopige voorziening dat het college vanaf 31 mei 2025 tot zes weken na de beslissing op bezwaar verzoekster bijzondere bijstand ter hoogte van € 499,94 per maand verstrekt voor de kosten van medicinale cannabis; - bepaalt dat het college het griffierecht van € 53,- aan verzoekster moet vergoeden; - veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.814,- aan proceskosten aan verzoekster. Deze uitspraak is gedaan door mr.drs. J.H.A.C. Everaerts, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.H. Bosveld, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 24 juli
  19. griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.