← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:1864

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Familie- en Jeugdrecht Locatie Alkmaar Zaaknummer: C/15/360267 / JU RK 24-1905 Datum uitspraak: 6 februari 2025 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van De gecertificeerde instelling de Jeugd- & Gezinsbeschermers, hierna te noemen de GI, gevestigd te Amsterdam, over [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ( [land] ), hierna te noemen [de minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, [de vader] , hierna te noemen de vader, wonende in [plaats] , advocaat: mr. J.J.C. Engels, kantoorhoudende te Heerhugowaard. 1Het verloop van de procedure 1.

  1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 19 december
  2. 1.
  3. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 6 februari
  4. Daarbij waren aanwezig: [vertegenwoordiger van de GI] en [vertegenwoordiger van de GI] (jeugdreclasseerder), namens de GI; de vader, bijgestaan door zijn advocaat en ondersteund door [tolk] , tolk [taal] . 1.3 De moeder is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen. 1.4 [de minderjarige] is uitgenodigd voor een kindgesprek om zijn mening te geven over het verzoek, maar heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt. 2De feiten 2.
  5. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] . 2.
  6. [de minderjarige] verblijft bij [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder (24 uurs)] in [plaats] . 2.
  7. De kinderrechter heeft [de minderjarige] bij beschikking van 15 februari 2022 onder toezicht gesteld en een machtiging tot uithuisplaatsing verleend voor plaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder 24-uurs. Beide maatregelen zijn laatstelijk verlengd tot 15 februari
  8. 3Het verzoek 3.
  9. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Ter onderbouwing van de verzoeken heeft de GI in de stukken en ter zitting het volgende aangevoerd. 3.2 Na een onrustige tijd laat [de minderjarige] een positieve ontwikkeling zien. Sinds augustus 2024 verblijft [de minderjarige] bij [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder (24 uurs)] , een kleinschalige woonvoorziening in [plaats] , waar hij goed in contact is met de begeleiding. [de minderjarige] zit nog in [plaats] op school, omdat nog niet duidelijk was of hij bij [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder (24 uurs)] kon blijven. Inmiddels heeft de gemeente (mondeling) akkoord gegeven voor de financiering en wordt gezocht naar een school dichterbij. [de minderjarige] gaat binnenkort naar een open dag voor een [opleiding] opleiding (Mbo) in [plaats] . Ook zal hij gaan starten met traumabehandeling. [de minderjarige] is niet meer in beeld geweest bij de politie en lijkt, mede door zijn huidige woonplek, geen zorgelijke contacten meer te hebben met oude vrienden. Met zijn ouders en broers en zusjes heeft [de minderjarige] af en toe contact. De GI moet zich ten aanzien van de ouders actief inzetten, omdat zij weinig initiatief nemen. De GI regelt allerlei praktische zaken voor [de minderjarige] . De moeder lijkt inmiddels stabiliteit te hebben gevonden, dus gekeken zal worden welke taken zij gefaseerd terug kan nemen. Ten aanzien van de vader zijn de mogelijkheden onduidelijk, zeker nu hij recentelijk zijn woonplek kwijt is geraakt en zijn hulpverlening ook zal stoppen. 3.3 De GI acht een verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk, om de positieve ontwikkeling van [de minderjarige] en zijn huidige woonplek te waarborgen en zijn belangen te kunnen blijven behartigen. 4Het standpunt van de vader Mr. Engels heeft namens de vader verzocht om de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen met zes maanden en het verzoek van de GI voor het overige aan te houden dan wel af te wijzen. De vader heeft hierop aangevuld dat hij graag weer voor [de minderjarige] (en zijn broer) wil zorgen zodra hij een stabiele woonsituatie heeft. Desgevraagd heeft de vader bevestigd dat hij zijn woonplek kwijt is geraakt. Hij verblijft nu bij vrienden. 5De beoordeling 5.
  10. Op basis van de stukken is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de grond voor de ondertoezichtstelling bedoeld in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De kinderrechter neemt hierbij het volgende in overweging. 5.2 De kinderrechter stelt op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting vast dat er tot enkele maanden geleden grote zorgen bestonden over de ontwikkeling van [de minderjarige] . Sinds zijn plaatsing bij [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder (24 uurs)] in augustus 2024 laat [de minderjarige] een positieve ontwikkeling zien. Hij staat open voor begeleiding en heeft geen politiecontacten en andere zorgelijke contacten meer gehad. De afstand tot zijn oude woonomgeving en de kleinschaligheid van de woonvoorziening waar hij verblijft lijken hierbij een rol te spelen. De ernstige bedreiging in de ontwikkeling van [de minderjarige] is hiermee echter nog niet opgeheven. De positieve ontwikkeling is nog pril, zeker gelet op de heftige voorgeschiedenis, en er bestaan nog veel doelen om aan te werken. School en stage (het is voor [de minderjarige] lastig om stages vast te houden) hebben aandacht nodig en daarnaast zal [de minderjarige] een intensieve traumabehandeling moeten ondergaan. Dit zal nog het nodige van hem gaan vragen. Het is dan ook belangrijk dat er toezicht wordt gehouden op [de minderjarige] en hij bij [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder (24 uurs)] kan blijven wonen. De ouders zijn om verschillende, persoonlijke redenen, niet in staat om [de minderjarige] de structuur en duidelijkheid te bieden die hij nodig heeft. 5.3 De kinderrechter ziet geen aanleiding om de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing voor een kortere termijn te verlengen, zoals namens de vader is verzocht. De situatie van de vader is niet stabiel nu hij recentelijk zijn woonplek kwijt is geraakt. Los hiervan is het gelet op zijn persoonlijke problematiek nog maar zeer de vraag of de vader überhaupt in staat is om [de minderjarige] voldoende stabiliteit te bieden en aan te sluiten bij zijn behoeftes. 5.4 Gelet op het voorgaande verlengt de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] voor de duur van een jaar. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. 5.5 De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 6De beslissing De kinderrechter: 6.1 verlengt de ondertoezichtstelling van de minderjarige [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ( [land] ), met een jaar, tot 16 februari 2026; 6.2 verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van voornoemde minderjarige, in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, met een jaar, tot 16 februari 2026; 6.3 verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. W.C. Oosterbroek, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 6 februari 2025, in aanwezigheid van S. Rebel als griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beslissing is vastgesteld op 12 februari
  11. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Amsterdam. Artikel 1:260, eerste lid, BW. Artikel 1:265c, tweede lid, BW.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.