RECHTBANK NOORD-HOLLAND Familie- en Jeugdrecht Locatie Alkmaar Zaaknummer: C/15/360433 / JU RK 24-1948 Datum uitspraak: 30 januari 2025 Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp in de zaak van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering te Amsterdam, hierna te noemen de GI, over [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] , hierna te noemen [de minderjarige] , advocaat mr. J.J.C. Engels te Heerhugowaard. De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende in [plaats] , gemeente [gemeente] . 1Het verloop van de procedure 1.
- De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 27 december 2024; de instemmingsverklaring van de gekwalificeerde gedragswetenschapper van 25 januari 2025, ontvangen op 29 januari
- 1.
- De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 30 januari
- Daarbij waren aanwezig: - [de minderjarige] met zijn advocaat; - de moeder, bijgestaan door haar begeleider [begeleider] ; - [vertegenwoordiger van de GI] , namens de GI. 1.
- De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [de minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige] heeft verteld. 2De feiten 2.
- De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] . 2.
- De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 7 augustus 2024 [de minderjarige] onder toezicht gesteld tot 7 augustus
- 2.
- Bij beschikking van 12 december 2024 heeft de kinderrechter een (opvolgende) machtiging gesloten jeugdhulp verleend met betrekking tot [de minderjarige] , tot 7 februari
- 2.
- [de minderjarige] verblijft op grond van voornoemde machtiging in [een accommodatie voor gesloten jeugdhulp] , locatie [locatie] . 3Het verzoek 3.
- De GI verzoekt een machtiging tot plaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp te verlenen voor de duur van drie maanden. Ter onderbouwing van het verzochte heeft de GI het volgende aangevoerd. 3.
- Sinds 31 oktober 2024 verblijft [de minderjarige] binnen de setting van gesloten jeugdhulp in [een accommodatie voor gesloten jeugdhulp] , daarvoor heeft [de minderjarige] zijn onvoorwaardelijke gevangenisstraf uitgezeten binnen de Justitiële Jeugdinrichting. De GI vindt het in het belang van [de minderjarige] dat hij behandeling krijgt in een gesloten setting, om een goede basis te vormen voor doorstroom naar een meer open plek. Dit omdat de kans op recidive erg groot is wanneer de behandeling en progressie van [de minderjarige] worden verstoord. Er is al systeemtherapie gestart binnen [een accommodatie voor gesloten jeugdhulp] en [de minderjarige] staat op de wachtlijst voor traumabehandeling. De GI vindt het nodig dat er een verlenging van de machtiging gesloten jeugdhulp komt, omdat er meer tijd nodig is voor behandeling en om aan de gestelde doelen te werken. Ook heeft [de minderjarige] nog maar korte tijd van de groepsdynamiek kunnen profiteren. De vertegenwoordiger van de GI heeft ter zitting het verzoek als volgt aangevuld. De komende periode wil de GI inzetten op een gezinsopname van [een accommodatie voor gesloten jeugdhulp] . Daarvoor is van belang dat het verlof van [de minderjarige] wordt opgebouwd. Momenteel heeft hij onbegeleid verlof rondom [een accommodatie voor gesloten jeugdhulp] . Vanuit [een accommodatie voor gesloten jeugdhulp] is gezegd dat zij een gezinsopname in februari 2025 nog te vroeg vinden. De GI verzoekt daarom een gesloten machtiging voor de duur van drie maanden. Mocht een gezinsopname eerder mogelijk zijn, dan kan dat zeker eerder in werking gezet worden. Daarnaast is de keus gemaakt om muziek- en systeemtherapie binnen [een accommodatie voor gesloten jeugdhulp] te houden, zodat [de minderjarige] niet in aanmerking komt met verkeerde vrienden en criminaliteit en aan zijn toekomst kan werken. 4De standpunten [de minderjarige] 4.
- heeft tijdens het gesprek met de kinderrechter naar voren gebracht dat het goed met hem gaat. [de minderjarige] heeft verschillende therapieën en gebruikt ADHD-medicatie. [de minderjarige] houdt zich aan de verlofafspraken en regels binnen [een accommodatie voor gesloten jeugdhulp] . [de minderjarige] begrijpt dat hij nog langer binnen [een accommodatie voor gesloten jeugdhulp] moet verblijven, maar wil toch liever naar [een accommodatie voor gesloten jeugdhulp] (voorheen [een accommodatie voor gesloten jeugdhulp] ) omdat hij dan dichterbij zijn moeder is. [de minderjarige] vindt het verzoek van de GI vervelend, maar hij accepteert het en wil het liefst zo snel mogelijk een gezinsopname. 4.
- Mr. Engels heeft ter zitting – samengevat – het volgende meegedeeld. Er is sprake van een positieve ontwikkeling bij [de minderjarige] waarbij hij richting een gezinsopname gaat. [de minderjarige] heeft daardoor iets waar hij naar toe kan werken. Hij staat daarom achter het verzoek. De moeder 4.
- De moeder heeft ter zitting naar voren gebracht dat zij het eens is met het verzochte. De moeder heeft verder naar voren gebracht dat zij trots is op [de minderjarige] , omdat hij positieve stappen heeft gezet in de afgelopen periode. 5Het standpunt van de gedragswetenschapper 5.
- De gedragswetenschapper, die [de minderjarige] op 24 januari 2025 heeft gesproken, stemt in met een gesloten plaatsing van [de minderjarige] . De gedragswetenschapper heeft overwogen dat er op dit moment geen minder ingrijpende mogelijkheid is om [de minderjarige] te beschermen tegen zichzelf en de risico’s die hij loopt. De gedragswetenschapper acht het in het belang van [de minderjarige] dat hij binnen het huidige kader zijn behandeling kan doorzetten en op termijn positief kan afronden. 6De beoordeling 6.
- De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [de minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [de minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. 6.
- De kinderrechter overweegt als volgt. Het is de kinderrechter gebleken dat [de minderjarige] sinds oktober 2023 binnen verschillende woonvormen heeft verbleven. Sinds oktober 2024 verblijft hij binnen de gesloten setting van [een accommodatie voor gesloten jeugdhulp] . [de minderjarige] is, ondanks zijn jonge leeftijd, meerdere keren in aanraking geweest met de politie en is sprake van verschillende gedragsstoornissen. Vanwege het wegloopgedrag en het gevaar en risico op herhaling van het delictgedrag, is [de minderjarige] binnen de gesloten setting geplaatst. Het is de kinderrechter gebleken dat [de minderjarige] zich in de afgelopen periode positief heeft ontwikkeld. [de minderjarige] heeft verschillende therapieën en werkt toe naar een gezinsopname met zijn moeder. De kinderrechter acht het in het belang van [de minderjarige] dat de huidige positieve lijn wordt voortgezet waarbij hij blijft profiteren van de geboden hulpverlening. De kinderrechter acht het net als de gedragswetenschapper en de GI van belang dat [de minderjarige] binnen de gesloten setting, waarbij de veiligheid en bescherming wordt geboden die hij nodig heeft, zijn verblijf en behandeling voortzet. De kinderrechter vindt het positief dat zowel [de minderjarige] als zijn moeder dit inzien en instemmen met het verzochte. 6.
- Gelet op voorgaande zal de kinderrechter de machtiging tot plaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp verlenen voor de periode van drie maanden, te weten tot 30 april
- 7De beslissing De kinderrechter: 7.
- verleent een machtiging om de minderjarige [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] , te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 30 januari 2025 tot 30 april
- Deze beschikking is gegeven door mr. S.I.A.C. Angenent-Bakker, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 30 januari 2025, in aanwezigheid van G. Tosun-Izci als griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 20 februari
- Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Amsterdam. Artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet (Jw).