← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:1987

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Familie- en Jeugdrecht Locatie Haarlem Zaaknummer: C/15/360273 / JU RK 24-1906 Datum uitspraak: 6 februari 2025 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering te Amsterdam, hierna te noemen: de GI, over [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] , hierna te noemen: [de minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [plaats] , advocaat: mr. M-J. Bouwman te Zaandam. 1Het verloop van de procedure 1.

  1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 19 december 2024; een emailbericht van de GI van 6 februari
  2. 1.
  3. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 6 februari
  4. Daarbij waren aanwezig: - de moeder, bijgestaan door mr. C. Peters, waarnemend advocaat voor mr. M-J. Bouwman; - de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] . 1.
  5. De moeder heeft op haar verzoek de zitting via beeldbellen bijgewoond, echter was de moeder merendeels niet in beeld. In de zittingszaal was voor de moeder een tolk in de gebarentaal aanwezig en deze heeft aangegeven dat hij alleen ‘live’ in de zittingszaal zijn taak kan uitvoeren. Na overleg met de advocaat, waaruit bleek dat de moeder geen verweer zou voeren, heeft de zitting doorgang gevonden. 1.
  6. De minderjarige [de minderjarige] is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. 2De feiten 2.
  7. De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] . 2.
  8. [de minderjarige] woont bij haar moeder. 2.
  9. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 8 februari 2023 [de minderjarige] onder toezicht gesteld. Deze ondertoezichtstelling is verlengd en duurt nog voort tot 8 februari
  10. 3Het verzoek 3.
  11. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen tot haar meerderjarigheid. Ook verzoekt de GI een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen tot haar meerderjarigheid. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.
  12. De GI heeft de verzoeken als volgt onderbouwd. [de minderjarige] is een meisje van 17 jaar dat ingrijpende gebeurtenissen heeft meegemaakt. Zij heeft sinds haar vierde jaar geen contact meer met haar vader die drugsgebruiker is en heeft zeer waarschijnlijk in haar jonge jeugd (indirect) meegekregen dat er sprake was van huiselijk geweld. De moeder van [de minderjarige] is doof en heeft PTSS. [de minderjarige] kan met haar beperkt communiceren. [de minderjarige] leeft geïsoleerd en heeft een beperkt netwerk. De GI herkent het gedrag van haar, dat zou kunnen vallen onder trauma gerelateerd gedrag, zoals het terugtrekken in haar kamer, niet willen praten, de deur voor niemand open willen doen en schoolverzuim. De moeder kan [de minderjarige] onvoldoende beschermen en stimuleren in haar ontwikkeling. Zij geeft aan dat [de minderjarige] angstig, verdrietig en depressief is en soms ook agressief gedrag vertoont. Het lukt de moeder niet om [de minderjarige] richting school en/of hulpverlening te bewegen. Zij probeert conflicten met [de minderjarige] te vermijden. [de minderjarige] is zelfbepalend en hulp mijdend en moeder is onmachtig. Sinds een jaar heeft de moeder een partner, wat aanleiding geeft tot zorg vanwege politiecontacten (meerdere geweldsincidenten, drugsgebruik en vermoedens dat moeders geld wordt gebruikt voor drugs). Ook financiert de moeder de blowverslaving van [de minderjarige] . Dit zet moeder in een tweestrijd tussen haar dochter en haar partner. Moeders hulpverlening vanuit GGMD is stopgezet omdat zij niet meewerkt. De moeder is niet weerbaar om afstand te nemen van haar partner. [de minderjarige] kan niet bouwen/vertrouwen op haar moeder omdat de moeder niet in staat is in het belang van [de minderjarige] te denken. [de minderjarige] gaat niet naar school, heeft geen werk of andere vorm van dagbesteding en heeft een verstoorde dag/nachtritme. Daarnaast is zij verslaafd aan blowen. Recent heeft [de minderjarige] een positieve verandering doorgemaakt. Ze is meer in contact met de jeugdzorgwerker en staat open voor hulp. Ze overweegt begeleid wonen om aan haar toekomst te werken en samen met de jeugdzorgwerker wordt gekeken naar een passende begeleid wonen plek voor haar. Onlangs is er een aanmelding gedaan bij Brijder voor haar blowverslaving en is er binnenkort een ambulant begeleider vanuit Bureau Mars beschikbaar die haar kan begeleiden bij verschillende zaken zoals bijvoorbeeld het zoeken naar een baan en het aankomen bij andere afspraken. Verder is [de minderjarige] aangemeld bij Bijelkaar voor diagnostiek en behandeling (zij kunnen ongeveer in februari 2025 starten) en is zij aangemeld bij het Regionaal expertise team vanuit de gemeente [gemeente] die samen met de jeugdzorg optrekt om de juiste lijnen uit te zetten. Een ondertoezichtstelling en een machtiging uithuisplaatsing is noodzakelijk om zaken op te pakken richting haar volwassenheid, zoals het vinden van een plek voor begeleid wonen, het afnemen van diagnostiek en behandeling, het opstarten van ambulante hulpverlening vanuit Bureau Mars, een WMO traject in gang zetten voor na haar 18de verjaardag, het installeren van een JIM uit haar eigen netwerk en aanmelden voor mentorschap en bewindvoering. 3.
  13. De GI heeft ter zitting het volgende toegevoegd. [de minderjarige] accepteert niet alle hulp. Zij vindt een verlenging van de ondertoezichtstelling prima, maar ze wil niets weten van de doelen die wij voor ogen hebben. [de minderjarige] staat op meerdere wachtlijsten voor behandeling en begeleiding. Paraat Zorg heeft op dit moment geen plek. Bij Wilskracht heeft een intakegesprek plaatsgevonden, maar Wilskracht wil de uitkomst van deze zitting afwachten. BG-wonen heeft als voorwaarden gesteld dat [de minderjarige] aan haar verslavingsproblematiek moet werken en dat zij een dagbesteding moet hebben. [de minderjarige] houdt dit echter af. Behandeling bij Brijder heeft zij afgezegd en begeleiding vanuit Bureau Mars houdt zij ook af. Behandeling bij Bijelkaar is nog niet gestart. Bij een nieuwe machtiging uithuisplaatsing kan er direct gehandeld worden als er een plek voor [de minderjarige] beschikbaar is. 4De standpunten De advocaat heeft namens de moeder ter zitting aangegeven dat de moeder zich niet verzet tegen de verzoeken. Zij wil wat in het belang is voor haar kind. 5De beoordeling 5.
  14. Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat [de minderjarige] zodanig opgroeit dat zij nog steeds ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. De concrete ontwikkelingsbedreiging bestaat uit het feit dat zij trauma gerelateerd gedrag vertoont. Zij gaat niet naar school, heeft ook geen andere dagbesteding, is verslaafd aan blowen, leeft geïsoleerd, heeft een verstoorde dag- en nachtritme en heeft een beperkt netwerk. [de minderjarige] is zelfbepalend en accepteert hulp niet of onvoldoende. De moeder is onmachtig om haar voldoende te beschermen en te stimuleren in haar ontwikkeling. 5.
  15. Uit het voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek. 5.
  16. Gelet op de aanwezige problematiek, de in te zetten hulpverlening en gestelde doelen, zal de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] verlengen tot haar meerderjarigheid, te weten tot [datum] . 5.
  17. Ook is de kinderrechter van oordeel dat een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. [de minderjarige] wordt eind mei meerderjarig. Het is in haar belang dat goede en passende hulp snel kan worden geboden. Indien een plek bij begeleid wonen beschikbaar is, moet zij direct kunnen worden geplaatst. 5.
  18. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 6De beslissing De kinderrechter: 6.
  19. verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot [datum] ; 6.
  20. verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 6 februari 2025 tot [datum] ; 6.
  21. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. F. W. van Dongen, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 6 februari 2025, in aanwezigheid van W. van den Bergh als griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld en ondertekend op 13 februari
  22. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Amsterdam. Artikel 1:260, eerste lid, BW. Artikel 1:265b, eerste lid, BW.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.