RECHTBANK NOORD-HOLLAND Familie- en Jeugdrecht Locatie Haarlem Zaaknummer: C/15/360423 / JU RK 24-1944 Datum uitspraak: 6 februari 2025 Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming te Haarlem, hierna te noemen: de Raad, over [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] ( [land] ), hierna te noemen: [de minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, en [de vader] , hierna te noemen: de vader, beiden wonende in [plaats] , advocaat: mr. N. Hendriksen te Hoorn. De kinderrechter merkt als informant aan: de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Regio Amsterdam, hierna te noemen: de GI. 1Het verloop van de procedure 1.
- De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 24 december 2024; het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming van 16 januari
- 1.
- De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 6 februari
- Daarbij waren aanwezig: - [de minderjarige] en zijn advocaat mr. N. Hendriksen; - de Raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] ; - de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] . De moeder en de vader zijn, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. 1.
- De kinderrechter heeft voorafgaand aan de zitting [de minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [de minderjarige] heeft hierover, in het bijzijn van mr. N. Hendriksen, een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. 2De feiten 2.
- De moeder en de vader zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] . 2.
- [de minderjarige] woont bij zijn ouders, maar zit momenteel gedetineerd in JJI [JJI] te [plaats] . 2.
- De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 8 november 2024 [de minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 8 februari
- 2.
- De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 3 december 2024 een machtiging verleend [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 8 februari
- 3Het verzoek 3.
- De Raad verzoekt [de minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.
- De Raad heeft de verzoeken als volgt onderbouwd. [de minderjarige] is op 30 april 2024 aangehouden voor het mishandelen van een conducteur. Sindsdien is hij diverse malen geschorst uit zijn voorarrest. Op 6 november 2024 is hij wederom door de raadkamer geschorst. Vervolgens heeft de kinderrechter [de minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld van de GI voor de duur van drie maanden en een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] verleend in een accommodatie jeugdhulpaanbieder, waarbij [de minderjarige] is geplaatst op een open groep bij [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] te [plaats] , een kleinschalige begeleid-wonenvoorziening. Op 28 november 2024 is [de minderjarige] neergestoken op het treinstation van [plaats] . Een dag later is hij aangehouden vanwege een verdenking van verduistering en openlijke geweldpleging op 10 november 2024 en is hij op 3 december 2024 strafrechtelijk geplaatst in de JJI [JJI] te [plaats] . De Raad maakt zich veel zorgen over [de minderjarige] . Dit komt voort uit de vele politie- en justitie contacten en het feit dat het hem onvoldoende lukt om zich aan afspraken te houden. De Raad maakt zich veel zorgen over het oplopende conflict en de onveiligheid in Purmerend en [de minderjarige] betrokkenheid daarbij. De incidenten lijken toe te nemen in ernst. De Raad maakt zich zorgen dat als er niets verandert, [de minderjarige] andere mensen bang maakt of pijn doet door hen te mishandelen, steken, bedreigen of spullen af te pakken, of dat diezelfde dingen bij [de minderjarige] zelf gebeuren door jongeren waar hij of zijn vriendengroep een steeds verder oplopend conflict mee hebben. [de minderjarige] is zelf al een keer neergestoken en de Raad acht de kans reëel dat hij opnieuw wordt neergestoken, waarbij hij in levensgevaar kan komen te verkeren of kan overlijden. Ook maakt de Raad zich zorgen dat als er niets verandert [de minderjarige] in aanraking blijft komen met politie en justitie en niet toekomt aan school, een baantje, sport en andere normale bezigheden voor jongeren van zijn leeftijd. Hij komt dan steeds dieper in het criminele circuit en zo is het steeds moeilijker om zijn plek in de maatschappij weer te vinden. Daarbij veroorzaakt [de minderjarige] al langere tijd veel angst en stress bij het gehele gezin. De Raad maakt zich zorgen dat hierdoor de gezinsbanden steeds meer verslechteren. Daarnaast maakt de Raad zich zorgen over dat [de minderjarige] op dit moment nog niet de juiste hulp ontvangt, maar dat het ook lastig is voor hem om hulp te ontvangen omdat hij in een overlevingsstand lijkt te staan. Verder lijkt het erop dat [de minderjarige] last heeft van zijn traumatische ervaringen, maar niet de hulp krijgt om deze ervaringen te verwerken zodat hij hier minder last van ondervindt. Het lukt de betrokken hulpverlening en ouders onvoldoende om grip te krijgen op [de minderjarige] . Hij belooft keer op keer beterschap, maar het lukt hem niet om die goede voornemens ook langere tijd waar te maken. Hij is enorm loyaal aan zijn vrienden en deze vrienden beïnvloeden elkaar op een negatieve manier. Het belangrijkste doel is dat [de minderjarige] zich veilig kan gaan ontwikkelen en dat zowel hij als de maatschappij rust en veiligheid krijgen. Daarvoor is behandeling, dagstructuur en professioneel toezicht nodig. [de minderjarige] is aangemeld bij Combi Kracht voor behandeling. Het is belangrijk dat hij de behandeling krijgt die hij nodig heeft om uit de overlevingsstand te kunnen komen en minder last van alle gebeurtenissen uit zijn verleden te krijgen. [de minderjarige] kan nu niet naar huis, daar zou hij te vatbaar zijn voor vrienden die aan hem gaan trekken. Ouders hebben ook aangegeven dat zij vinden dat het niet in het belang van [de minderjarige] is dat hij nu naar huis toe gaat. Dat zal de situatie verergeren en brengt de andere gezinsleden ook in gevaar. [de minderjarige] heeft aangegeven dat hij terug wil naar [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] en dat hij zich wil gaan houden aan de afspraken. [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] heeft aangegeven dat [de minderjarige] welkom is. Ook nu hij in de jeugdgevangenis zit, wordt zijn kamer voor hem vrijgehouden. Het is belangrijk dat de GI langdurig betrokken blijft zodat zij een duurzaam plan kunnen maken. Een plan met een visie en stip op de horizon. [de minderjarige] moet weten waar hij aan toe is, wat het plan is en waar hij het voor doet. Het is belangrijk dat de ouders vanuit de GI en de hulpverlening die wordt ingezet, worden ondersteund en versterkt in hun gezag richting [de minderjarige] en dat er iemand anders is die knopen kan doorhakken en beslissingen kan maken in het belang van [de minderjarige] als de ouders onmachtig zijn. 3.
- De Raad heeft ter zitting het volgende aangegeven. [de minderjarige] was geschorst uit zijn voorlopige hechtenis, maar is inmiddels weer aangehouden voor een nieuw feit en verblijft nu in JJI [JJI] . Zijn problematiek staat erg op de voorgrond. Hij heeft hulp nodig om verder te komen. Het is aan de GI om de koers te bepalen. Daarbij is het belangrijk om de koers steeds te evalueren. 3.
- De GI heeft ter zitting het volgende naar voren gebracht. De problematiek van [de minderjarige] is hardnekkig. Hij maakt steeds verkeerde keuzes. We moeten de komende tijd goed nadenken over een juiste koers en waar hij terecht kan. [de minderjarige] heeft traumabehandeling nodig: er is een plek voor hem gevonden, hij zou vandaag een intake hebben gehad als hij niet vast zou zitten. Ook heeft hij een coach nodig, en ook die is beschikbaar voor hem. De GI zal op korte termijn met een plan komen. Daarbij zal het civiele met het strafrechtelijke traject worden verenigd. Ook de plek bij [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] in [plaats] blijft voor [de minderjarige] beschikbaar en daar kan passende hulpverlening worden geboden. Hij houdt zich alleen niet aan de voorwaarden waardoor zijn behandeling nog niet kon starten. Zijn school komt ook nog niet van de grond. Indien hij niet gedetineerd zou zijn, had hij naar School2care kunnen gaan. Deze plek blijft ook voor hem beschikbaar. 4De standpunten 4.
- [de minderjarige] heeft aangegeven dat hij het eens is met de verzoeken. Hij wil graag terug naar [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] . Hij voelt zich daar veilig. Hij vindt het ook fijn als hij met iemand goed kan praten over zijn trauma’s. 4.
- De advocaat heeft ter zitting aangegeven dat de ouders accepteren dat [de minderjarige] weer bij [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] gaat wonen. De advocaat begrijpt dat er eerst een plan moet worden gemaakt. Er zal al snel, mogelijk al volgende week, een raadkamer zijn voor een vordering verlenging van de voorlopige hechtenis en de advocaat zou het fijn vinden als er dan een standpunt is van de Raad of de GI. 5De beoordeling 5.
- De concrete bedreigingen in de ontwikkeling van [de minderjarige] zijn gelegen in zijn traumatische ervaringen. Hij heeft veel politie- en justitiecontacten en er zijn grote zorgen over zijn eigen veiligheid. Daarnaast gaat hij niet naar school en heeft hij geen andere dagbesteding. [de minderjarige] veroorzaakt ook al langere tijd veel angst en stress bij het gehele gezin. 5.
- Tevens blijkt dat de zorg die noodzakelijk is om de bedreiging weg te nemen in dit geval niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, omdat hulp in het vrijwillige kader niet van de grond komt. [de minderjarige] ontvangt op dit moment nog niet de juiste hulp. Hij vindt het ook lastig om hulp te ontvangen omdat hij in een overlevingsstand lijkt te staan. De betrokken hulpverlening en zijn ouders krijgen onvoldoende grip op hem. 5.
- Ten slotte blijkt dat de verwachting is gerechtvaardigd dat de ouders, die het gezag uitoefenen, binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van [de minderjarige] aanvaardbaar te achten termijn, in staat zullen zijn de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding te dragen. 5.
- Uit het voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek. Het verzoek tot ondertoezichtstelling zal daarom worden toegewezen, zoals hierna bepaald. 5.
- Gelet op de aanwezige problematiek en de in te zetten hulpverlening zal de kinderrechter de minderjarige [de minderjarige] onder toezicht stellen voor de duur van een jaar. 5.
- Ook is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. 5.
- De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 6De beslissing De kinderrechter: 6.
- stelt [de minderjarige] onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Regio Amsterdam met ingang van 6 februari 2025 tot 6 februari 2026; 6.
- verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 6 februari 2025 tot 6 februari 2026; 6.
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld en ondertekend op 13 februari
- Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Amsterdam. Artikel 1:265b, eerste lid, BW.