RECHTBANK NOORD-HOLLAND Familie- en Jeugdrecht Locatie Haarlem Zaaknummer: C/15/361697 / JU RK 25/175 Datum uitspraak: 14 februari 2025 Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling en (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming, gevestigd in Haarlem, hierna te noemen: de Raad, over [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] , hierna te noemen: [de minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, [de vader] , hierna te noemen: de vader, beide wonende in [plaats] , advocaat ouders: mr. M. Verkijk, kantoorhoudende in Haarlem, en de gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers, gevestigd in Amsterdam, hierna te noemen: de GI. 1Het verloop van de procedure 1.
- De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: de beschikking van 5 februari 2025; het verzoekschrift van de Raad van 6 februari 2025; het bericht van de ouders, zijnde hun reactie op het raadsrapport, ontvangen op 13 februari
- 1.
- De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 14 februari
- Daarbij waren aanwezig: de ouders, bijgestaan door hun advocaat; [vertegenwoordiger van de raad] , als vertegenwoordiger van de Raad; [vertegenwoordiger van de GI] , namens de GI. 1.
- De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar haar mening over het verzoek van de Raad gevraagd. [de minderjarige] heeft hierover een gesprek met de kinderrechter gevoerd en de kinderrechter gevraagd de inhoud van het gesprek vertrouwelijk te houden. 2De feiten 2.
- De ouders zijn gehuwd. Zij zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] . 2.
- Bij mondelinge beslissing van de kinderrechter van deze rechtbank van 5 februari 2025 is [de minderjarige] voorlopige onder toezicht gesteld tot 5 mei 2025 en is een spoedmachtiging verleend om [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen tot 5 maart
- Voor het overige deel is de beslissing op het verzoek aangehouden. Om de belanghebbenden in de gelegenheid te stellen te worden gehoord, is de mondelinge behandeling vervolgens bepaald op 14 februari
- 2.
- [de minderjarige] verblijft momenteel in een netwerkpleeggezin, namelijk bij de ouders van haar vriendje. 3Het verzoek 3.
- De Raad heeft de kinderrechter eerder verzocht [de minderjarige] voorlopig onder toezicht te stellen en een spoedmachtiging te verlenen om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder. Dit verzoek is door de kinderrechter (gedeeltelijk) toegewezen en wordt nu door de Raad gehandhaafd. Daarnaast is aan de orde het verzoek tot het verlenen van een zogeheten trajectmachtiging om [de minderjarige] voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling, namelijk tot 5 mei 2025, uit huis te plaatsen. Daarbij gaat het om een machtiging voor plaatsing in een netwerkpleeggezin en aansluitend in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder. De Raad heeft de kinderrechter verzocht de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.
- Als aanvulling op het mondelinge verzoek van 5 februari 2025 en het verzoekschrift van 6 februari 2025 heeft de Raad naar voren gebracht dat de eerder verzochte machtiging tot plaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder op dit moment niet toereikend is. [de minderjarige] zal op korte termijn naar een geschikte accommodatie met behandeling moeten, maar de plekken liggen niet voor het oprapen. Daar komt bij dat uit diagnostiek duidelijk zal moeten worden waar [de minderjarige] op haar plek is en welke problematiek bij haar speelt. Ondanks de contra-indicaties voor een plaatsing in het gezin van het vriendje van [de minderjarige] , is het in haar belang dat deze plaats voor nu wordt gewaarborgd. 4De standpunten van de belanghebbenden De ouders 4.
- Door en namens de ouders is ter zitting duidelijk gemaakt dat zij zich zorgen maken over [de minderjarige] en met hun handen in het haar zitten. Dat betekent niet dat zij hun handen van [de minderjarige] aftrekken. Zij willen dat de juiste hulp voor [de minderjarige] wordt ingezet en zullen er altijd voor [de minderjarige] zijn. De ouders staan achter het verzoek van de Raad en hopen daarmee dat de nodige hulpverlening in het gedwongen kader wel van de grond komt en [de minderjarige] op korte termijn op een passende plek wordt geplaatst. De GI 4.
- Ter zitting heeft de GI aangegeven dat het van belang is dat [de minderjarige] op korte termijn wordt overgeplaatst naar een woongroep of een andere passende plek. Op dit moment is [de minderjarige] gescreend door Levvel en aangemeld bij Planet Young. 5De beoordeling De voorlopige ondertoezichtstelling en de spoedmachtiging tot uithuisplaatsing 5.
- In de stukken en wat ter zitting naar voren is gekomen, heeft de kinderrechter geen aanleiding gevonden om het oordeel, zoals geformuleerd in de beschikking van 5 februari 2025, te wijzigen. Die beschikking moet daarom worden gehandhaafd. Het aangehouden deel van de machtiging tot uithuisplaatsing 5.
- De kinderrechter is verder van oordeel dat de aansluitende (traject)machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk is in het belang van haar verzorging en opvoeding (artikel 1:256b, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek). Het is de kinderrechter gebleken dat de zorgen over [de minderjarige] , zoals die naar voren komen in de beschikking van 5 februari 2025, nog onverminderd aanwezig zijn. Vaststaat dat de veiligheid van [de minderjarige] en het gezin in de thuissituatie niet gewaarborgd kan worden. Ondanks de verleende spoedmachtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verblijft [de minderjarige] in het gezin van haar vriendje. Gelet op wat de Raad en de GI over deze plaatsing naar voren hebben gebracht, benadrukt de kinderrechter dat het verblijf van [de minderjarige] in het netwerkpleeggezin van tijdelijke aard moet zijn en slechts dient ter overbrugging naar een plaatsing in een voor [de minderjarige] passende accommodatie van een jeugdhulpaanbieder. Daarvoor is het onder meer noodzakelijk dat de geïndiceerde diagnostiek op zeer korte termijn plaatsvindt, zodat inzicht wordt verkregen in de persoon en problematiek van [de minderjarige] . 5.
- Zoals door de Raad is verzocht, zal de kinderrechter de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Dat betekent dat de beslissing, ook als iemand in hoger beroep gaat, direct geldt. 5.
- Al voorgaande leidt tot de volgende beslissing 6De beslissing De kinderrechter: 6.
- verleent tot 5 mei 2025 een (traject)machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg (netwerkpleeggezin) en aansluitend in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder; 6.
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. J. van Beek, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2025, in aanwezigheid van mr. I.N. Inge als griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beslissing is vastgesteld en ondertekend op 28 februari
- Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Amsterdam.