RECHTBANK NOORD-HOLLAND Familie- en Jeugdrecht Locatie Haarlem Zaaknummer: C/15/360439 / JU RK 24-1949 Datum uitspraak: 11 februari 2025 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Regio Amsterdam te Amsterdam, hierna te noemen: de GI, over [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] , hierna te noemen: [de minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, [de vader] , hierna te noemen: de vader, wonende in [plaats] , hierna tezamen ook te noemen: de ouders. 1Het verloop van de procedure 1.
- De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen van 23 december 2024, binnengekomen bij de rechtbank op 24 december
- 1.
- De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 11 februari
- Daarbij was aanwezig en gehoord: - de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] . 1.
- De kinderrechter heeft [de minderjarige] in de gelegenheid gesteld om zijn mening kenbaar te maken, maar hij heeft daar geen gebruik van gemaakt. 1.
- De moeder is, met afmeldbericht, niet ter zitting verschenen. De vader is, zonder afmeldbericht, niet ter zitting verschenen. 2De feiten 2.
- De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] . 2.
- [de minderjarige] verblijft bij een woonvoorziening van [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] in [plaats] . 2.
- Bij beschikking van de kinderrechter van 17 mei 2011 is [de minderjarige] onder toezicht gesteld, welke ondertoezichtstelling daarna is verlengd en heeft voortgeduurd tot 17 mei
- 2.
- Bij beschikking van de kinderrechter van 15 februari 2023 is [de minderjarige] opnieuw onder toezicht gesteld, welke ondertoezichtstelling daarna is verlengd en nu nog voortduurt tot 15 februari
- 2.
- Bij beschikking van de kinderrechter van 24 september 2024 is [de minderjarige] ook uit huis geplaatst in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 15 februari
- 3Het verzoek 3.
- De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen tot aan zijn meerderjarigheid, te weten tot [datum] . Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen tot aan zijn meerderjarigheid. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.
- De GI heeft de verzoeken als volgt toegelicht. [de minderjarige] wordt nog altijd ernstig in zijn ontwikkeling bedreigd. Zo is er sprake van langdurig school- en stageverzuim, waardoor een dagbesteding ontbreekt en de leerplichtambtenaar een proces-verbaal heeft opgemaakt. Daarnaast is er sprake van een onderlinge strijd tussen de ouders, waarbij zij nauwelijks met elkaar communiceren en geen beslissingen kunnen nemen in het belang van [de minderjarige] . Het lukt de ouders niet om [de minderjarige] voldoende te sturen en te begrenzen en om (fysiek en emotioneel) bij hem aan te sluiten. Tussen de vader en [de minderjarige] vinden regelmatig verbale en fysieke escalaties plaats, waardoor de veiligheid van [de minderjarige] in gevaar is. [de minderjarige] wordt met de (onduidelijke) situatie belast. Hij ervaart gevoelens van afwijzing door zijn ouders en hij heeft moeite met zijn emotieregulatie. Van volwassenen tolereert hij geen gezag, waardoor hij onverstandige keuzes maakt en steeds verder verwijderd raakt van de ouders. [de minderjarige] veilige ontwikkeling naar volwassenheid is dan ook in gevaar. Verder heeft de GI zorgen over het middelengebruik van [de minderjarige] , zijn sociale contacten en zijn (toegenomen) delictgedrag, wat heeft geleid tot strafbeschikkingen en een omgezette taakstraf in 4,5 dagen jeugddetentie. In de periode van 13 juli 2024 tot en met 16 december 2024 is [de minderjarige] meermaals met de politie in aanraking gekomen of sliep hij op vreemde locaties, zoals portieken. Op 10 maart 2025 dient [de minderjarige] ook voor de rechter te verschijnen vanwege 4 verdenkingen van diefstal in vereniging. 3.
- De ouders zijn onmachtig gebleken om de situatie te verbeteren. De ouders verwachten van [de minderjarige] dat hij zich aanpast aan hun verschillende opvoedstijlen en leggen de verantwoordelijkheid bij [de minderjarige] . Zij zien – net als [de minderjarige] – hun eigen aandeel onvoldoende in. Daarnaast staat de moeder weigerachtig tegenover gesprekken met de vader en met de hulpverlening, waaronder het intakegesprek bij [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] . Ook de vader heeft weinig vertrouwen in de hulpverlening. Het is daarom noodzakelijk dat de hulpverlening in het gedwongen kader plaatsvindt. De ouders moeten met name hun onderlinge communicatie leren te verbeteren en zij moeten zich inzetten voor de in januari 2025 gestarte systeemgerichte hulpverlening van Nova Forte Zorg. Deze hulp kan namelijk doorlopen tot na [de minderjarige] meerderjarigheid. 3.
- Gelet op het voorgaande is ook een verlenging van de uithuisplaatsing van [de minderjarige] nodig, omdat hij (op korte termijn) niet bij een van de ouders kan wonen en de zorgen over [de minderjarige] sterk toenemen. Gezien de verstoorde relatie en de situatie bij de vader thuis is de vader onvoldoende in staat om [de minderjarige] een veilige woonplek te bieden. De moeder toont weinig betrokkenheid, zij woont op een grote afstand van [de minderjarige] en zij heeft duidelijk aangegeven hem geen woonplek te willen bieden. Voordat kan worden bekeken of [de minderjarige] weer bij de vader kan wonen, is het dan ook noodzakelijk dat er met de juiste vorm van hulpverlening gewerkt wordt aan 1) het verbeteren van de relatie tussen de vader en [de minderjarige] , 2) het stoppen van [de minderjarige] drugsgebruik en 3) het vinden en behouden van dagbesteding voor [de minderjarige] . De GI verwacht dat het contact tussen [de minderjarige] en de vader zal verbeteren als zij eerst op afstand van elkaar verblijven en de GI hoopt dat de uithuisplaatsing bijdraagt aan het verbeteren van de relatie tussen [de minderjarige] en de moeder. Bovendien is het volgens de GI enkel vanuit specialistische zorg mogelijk om een blijvende gedragsverandering te weeg te kunnen brengen bij [de minderjarige] . 3.
- Ter zitting heeft de GI hieraan toegevoegd dat zij het verzoek handhaaft, omdat de zorgen rondom [de minderjarige] nog altijd aanwezig zijn en het van belang is dat er in de korte tijd tot aan zijn meerderjarigheid zo veel mogelijk wordt geprobeerd om een gedragsverandering bij [de minderjarige] teweeg te brengen. [de minderjarige] diende gisteren, op 10 februari 2025, voor de rechter-commissaris te verschijnen vanwege het overtreden van een contactverbod. Volgens de GI is ingrijpen in het strafrechtelijk kader van belang. In het kader van de ondertoezichtstelling is het van belang dat er zo snel mogelijk een dagbesteding wordt gevonden voor [de minderjarige] . Ook moet het contact tussen de moeder en [de minderjarige] worden opgepakt. [de minderjarige] heeft namelijk aangegeven dat hij de moeder mist en de GI wil onderzoeken of het contactherstel van positieve invloed zal zijn op het gedrag van [de minderjarige] . Hoewel de GI vermoedt dat [de minderjarige] – ondanks zijn verblijf bij [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] wekelijks bij de vader overnacht – ziet de GI ook een positieve wending in [de minderjarige] deelname aan de groep bij [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] . 4De beoordeling 4.
- Uit stukken en de zitting blijkt dat [de minderjarige] zodanig opgroeit dat hij ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. De concrete ontwikkelingsbedreigingen bestaan eruit dat er bij [de minderjarige] al langere tijd sprake is van bovenmatig schoolverzuim en een gebrek aan een dagbesteding. [de minderjarige] vertoont sterk zelfbepalend gedrag en hij tolereert geen gezag van volwassenen, waaronder zijn ouders. Ook komt hij steeds vaker in aanraking met politie en justitie, waarvoor hij op korte termijn opnieuw voor de rechter dient te verschijnen. Het lukt de ouders niet om [de minderjarige] te begrenzen en om hem voldoende duidelijkheid te bieden. De ouders communiceren nauwelijks met elkaar, waardoor zij geen afspraken kunnen maken in het belang van [de minderjarige] . Daar komt bij dat er tussen [de minderjarige] en de vader geregeld gewelddadige incidenten hebben plaatsgevonden en het contact tussen hen verloopt moeizaam. Het contact tussen [de minderjarige] en de moeder is gestopt. In de komende periode is het van groot belang dat het gedrag van [de minderjarige] spoedig verandert, zodat hij zich verder kan ontwikkelen richting zijn naderende volwassenheid. Nova Forte Zorg dient dan ook te worden voortgezet, zodat [de minderjarige] delict-, blow- en zelfbepalende gedrag wordt ingeperkt. [de minderjarige] dient een dagbesteding te vinden en het is van belang dat wordt onderzocht hoe er kan worden gewerkt aan het contactherstel tussen [de minderjarige] en de ouders. 4.
- Ook blijkt dat de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is in dit geval ook nu niet of onvoldoende wordt geaccepteerd. De moeder staat weigerachtig tegenover het accepteren van hulpverlening en zij houdt het contact met de GI af. De vader heeft het vertrouwen in de hulpverlening verloren. De inzet van Nova Forte Zorg is onlangs gestart en het is van belang dat zowel de ouders als [de minderjarige] zich hiervoor (blijven) inzetten. Gelet daarop, en gelet op de naderende meerderjarigheid van [de minderjarige] , is het noodzakelijk dat hulpverlening in het gedwongen kader plaatsvindt, zodat de juiste hulpverlening geborgd blijft en verder wordt ingezet. 4.
- De verwachting is gerechtvaardigd dat de ouders die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, in staat zijn de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding weer zelf te dragen. 4.
- Uit het voorgaande volgt dat nog steeds is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek. Gelet op de aanwezige problematiek, in te zetten hulpverlening en gestelde doelen, verlengt de kinderrechter de duur van de ondertoezichtstelling tot [datum] . 4.
- Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding (artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek). 4.
- De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. [de minderjarige] kan op korte termijn niet bij een van de ouders wonen. Het contact tussen [de minderjarige] en de vader is verstoord en het contact tussen [de minderjarige] en de moeder is verbroken. De ouders kunnen [de minderjarige] onvoldoende sturen en begrenzen, zodat de veiligheid van [de minderjarige] daar niet gewaarborgd kan worden. Daar komt bij dat beide ouders hebben aangegeven dat [de minderjarige] niet bij hen kan wonen. Pas nadat het contact tussen de vader en [de minderjarige] is verbeterd, kan worden onderzocht of [de minderjarige] weer bij de vader kan wonen. In de komende maanden is het van belang dat [de minderjarige] gedrag verandert, wat enkel mogelijk is vanuit specialistische zorg, zodat de plek bij [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] geborgd moet blijven. 4.
- De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 5De beslissing De kinderrechter: 5.
- verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot aan de meerderjarigheid, te weten tot [datum] ; 5.
- verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot aan de meerderjarigheid, te weten tot [datum] ; 5.
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2025 door mr. J. van Beek, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. F.G. van der Erve als griffier, en op schrift gesteld op 28 februari
- Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Amsterdam.