← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:2355

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Familie- en Jeugdrecht Locatie Alkmaar Zaaknummers: C/15/361080 / JU RK 25-74 (muhp tot 21 maart 2025) C/15/361204 / JU RK 25-97 (verl. ots en muhp vanaf 21 maart 2025) Datum uitspraak: 14 februari 2025 Beschikking over een verlenging ondertoezichtstelling en (verlenging) machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd in Amsterdam;hierna te noemen de GI, over [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] , hierna te noemen [de minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende in [plaats] , gemeente [gemeente] , advocaat mr. M. Erkens, kantoorhoudende te Wateringen. 1Het verloop van de procedure 1.

  1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 17 januari 2025, strekkende tot een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] tot 21 maart 2025; het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 21 januari 2025, strekkende tot verlenging van de ondertoezichtstelling en verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing. 1.
  2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 14 februari
  3. Daarbij waren aanwezig: de moeder, bijgestaan door haar advocaat; [vertegenwoordiger van de GI] namens de GI; de grootvader van [de minderjarige] , [de grootvader] , die als informant is gehoord. 1.
  4. [de minderjarige] is in de gelegenheid gesteld om door de kinderrechter te worden gehoord en hij heeft hiervan gebruik gemaakt. [de minderjarige] heeft voorafgaand aan de zitting een gesprek gehad met de kinderrechter.
  5. De feiten 2.
  6. [de minderjarige] verblijft sinds november 2024 bij de grootouders (mz). 2.
  7. [de minderjarige] heeft twee halfbroers, de veertienjarige [halfbroer] en de zesjarige [halfbroer] . De jongens hebben alle drie een andere vader. [halfbroer] en [halfbroer] wonen ook sinds november 2024 bij de grootouders (mz). 2.
  8. Bij beschikking van de kinderrechter in Alkmaar van 21 september 2018 is [de minderjarige] (opnieuw) onder toezicht gesteld. Deze ondertoezichtstelling is telkens verlengd, voor het laatst door de kinderrechter in Amsterdam op 9 september 2024 tot 21 maart 2025, waarbij de kinderrechter het resterende deel van het verzoek heeft aangehouden. 2.
  9. [de minderjarige] heeft sinds 28 december 2020 op grond van machtigingen tot uithuisplaatsing op verschillende plekken verbleven. Bij beschikking van 18 oktober 2022 heeft het gerechtshof Amsterdam geoordeeld dat een plaatsing bij de vader het meest in het belang van [de minderjarige] was, waarop de rechtbank Noord-Holland, bij beschikking van 21 november 2022 de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij de vader heeft bepaald. 2.
  10. Bij beschikking van deze rechtbank van 8 september 2023 is het gezamenlijk gezag van de ouders beëindigd en is de vader belast met het gezag over [de minderjarige] . 2.
  11. De kinderrechter in Amsterdam heeft bij beschikking van 6 juni 2024 een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] verleend voor verblijf bij de niet met het gezag belaste moeder, met ingang van 6 juni 2024 tot 20 september
  12. 2.
  13. Bij beschikking van de kinderrechter in Amsterdam van 9 september 2024, is het gezag van de vader beëindigd en is de moeder belast met de uitoefening van het gezag over [de minderjarige] . 3Het verzoek 3.
  14. De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een pleeggezin voor de duur van de lopende ondertoezichtstelling, te weten tot 21 maart
  15. Daarnaast verzoekt de GI de ondertoezichtstelling én de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een pleeggezin te verlengen met ingang van 21 maart 2025 tot 21 maart
  16. Verder wordt verzocht de beslissingen uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De verzoeken zijn als volgt onderbouwd. 3.
  17. In mei 2024 is [de minderjarige] bij zijn moeder en zijn twee halfbroers, [halfbroer] en [halfbroer] , gaan wonen, nadat de plaatsing van [de minderjarige] bij zijn vader was mislukt. Sindsdien hebben zich veel ontwikkelingen voorgedaan die bij [de minderjarige] voor veel onrust hebben gezorgd. Onveilige situaties met de buurvrouw hebben ertoe geleid dat de moeder met de kinderen in de zomervakantie is verhuisd naar [plaats] . Vervolgens is de moeder na de zomervakantie een nieuwe relatie aangegaan, waarbij regelmatig sprake was van ernstig geweld en misbruik richting de moeder. De kinderen zijn geen slachtoffer geworden van fysiek geweld, maar [de minderjarige] is wel getuige geweest van conflicten en er is door de partner van de moeder tegen [de minderjarige] geschreeuwd en gescholden. De familie van de moeder was erg bezorgd over de situatie en heeft zich ontfermd over de kinderen. In overeenstemming met de moeder en de familie is besloten dat de kinderen bij de ouders van de moeder (hierna: grootouders) verblijven. Inmiddels heeft een netwerkscreening plaatsgevonden en is de plek bij de grootouders positief bevonden. Gezien wordt dat de moeder, de familie en de kinderen bang zijn voor een nieuwe uithuisplaatsing. Dit is echter niet de bedoeling van de GI. Het moet duidelijk zijn dat het perspectief van [de minderjarige] en zijn broers binnen de familie ligt. De GI wil de komende tijd met de moeder, het netwerk en de kinderen, zorgvuldig onderzoeken op welke manier dat vorm gegeven moet worden. 3.
  18. Voor [de minderjarige] is het belangrijk dat hij individuele hulp krijgt om te verwerken wat er allemaal in zijn leven is gebeurd. Daarnaast wordt gezien dat er nog steeds sprake is van loyaliteitsproblematiek bij [de minderjarige] . Het is belangrijk dat de deur open blijft staan voor [de minderjarige] , voor het geval hij behoefte heeft aan contact met zijn vader. Vanuit Wij Zijn Sterk! is er de mogelijkheid om [de minderjarige] therapie en individuele hulp te bieden. De GI ziet er op toe dat de mensen om [de minderjarige] heen ervoor zorgen dat hij de hulp krijgt die hij nodig heeft. Over het algemeen wordt er meer rust gezien bij [de minderjarige] en dat hij erg op zijn gemak is in aanwezigheid van zijn familie. 3.
  19. Naast individuele hulp voor [de minderjarige] is het nodig dat er ook voor de moeder individuele hulp komt. De moeder is goed in samenwerking met de jeugdbeschermers en heeft een goed contact met de begeleiders van Wij zijn Sterk!. Zij hebben echter niet de expertise en mogelijkheid om de moeder de ondersteuning te bieden die zij nodig heeft naar aanleiding van alles wat zij heeft meegemaakt. Verder is een zorg dat de ex-partner van de moeder in maart 2025 hoogst waarschijnlijk weer vrij komt. De GI vindt het moeilijk om in te schatten wat dit betekent voor de veiligheid van de kinderen en is hierover nauw in contact met de politie en het openbaar ministerie. 3.
  20. Gezien alle ontwikkelingen acht de GI betrokkenheid in het gedwongen kader noodzakelijk. Er zijn al langere tijd ernstige zorgen om het gezin en het is belangrijk dat de GI de noodzakelijke hulpverlening kan inzetten en monitoren en zicht kan houden op de veiligheid en de ontwikkeling van [de minderjarige] . Een machtiging tot uithuisplaatsing is noodzakelijk om het verblijf van [de minderjarige] bij de grootouders te borgen. De moeder kan de zorg voor de kinderen niet aan in haar huidige situatie. Zij heeft nog heel veel te verwerken. Daarnaast zijn er, los van de afgelopen periode, zorgen over de algehele draagkracht van moeder. De grootouders zijn bereid om [de minderjarige] en zijn halfbroers te verzorgen en op te voeden en de moeder staat hier achter. 3.
  21. Ter zitting heeft de GI de verzoeken gehandhaafd en toegelicht. Er is inmiddels passende hulpverlening gevonden voor de moeder, alleen heeft het kennismakingsgesprek nog niet kunnen doorgaan. De hulpverlening van Wij zijn Sterk! is vooral bedoeld voor de kinderen. Er is niet echt zicht op de veiligheid van de kinderen en hoe het met ze gaat. Dat zullen ze, vanwege door het verleden ontstaan wantrouwen tegen de GI, ook nooit uit zichzelf aan de betrokken jeugdbeschermers vertellen. Gelukkig spreken ze zich wel uit bij de moeder en de grootouders. Wel is te zien dat de kinderen tot rust zijn gekomen en dat ze het goed hebben. [de minderjarige] heeft aangegeven dat hij wel contact zou willen met zijn vader en gebleken is dat de vader wel contact wil met [de minderjarige] . Dit is echter lastig te realiseren omdat er geen contact is tussen de ouders en de vader niet in gesprek wil met de GI. 4De standpunten 4.
  22. [de minderjarige] vindt het fijn bij zijn grootouders, maar hij zou ook wel weer bij zijn moeder willen wonen. Hij vindt dat het wel goed met hem gaat. Volgend schooljaar gaat hij naar het [school] in [plaats] , maar hij vindt school niet leuk. [de minderjarige] zou zijn vader af en toe wel een paar uurtjes willen zien. Hij heeft twee jaar bij hem gewoond en soms was het niet leuk, als hij te streng was, maar hij heeft het ook fijn gehad bij zijn vader. Bovendien heeft hij nu ook een halfzusje want zijn vader en zijn vriendin hebben een baby gekregen. Volgens [de minderjarige] vindt iedereen het goed als hij contact heeft met zijn vader, hij weet alleen niet goed hoe hij met hem in contact kan komen, want zijn vader en moeder praten niet met elkaar en zijn vader praat niet met de jeugdbeschermer. 4.
  23. De moeder is het eens met de verzoeken. Het gaat nu heel goed met de jongens en de moeder krijgt hulp vanuit het Veiligheidshuis voor haar weerbaarheid. Verder heeft zij hulp van Wij zijn Sterk!, maar zij zijn er vooral voor de kinderen. De moeder heeft nog geen hulpverlening voor zichzelf en is nog niet toegekomen aan de verwerking van wat zij heeft meegemaakt. Er loopt een procedure tegen de ex-partner en de moeder vindt het belangrijk dat als hij vrijkomt, de kinderen veilig zijn. De moeder is bang dat hij naar haar terugkeert en dan is het voor de veiligheid van de kinderen verstandig dat ze naar de grootouders gaan. De moeder wil het beste voor de kinderen en zij denkt dat dit het beste is. 4.
  24. De grootvader heeft aangegeven dat de grootouders op dit moment met de kinderen bij de moeder in huis wonen, in afwachting van een woning in [plaats] . [halfbroer] gaat in [plaats] naar school en [de minderjarige] in het nieuwe schooljaar ook. Bovendien ligt het meer buiten de gevarenzone. De familie is erg betrokken, er is vaak overleg en ze willen dat de kinderen zoveel mogelijk stabiliteit krijgen. Het is vreselijk wat er is gebeurd en de grootvader vindt het belangrijk dat de moeder psychische hulp krijgt. Dat er sprake is van wantrouwen tegen de jeugdbeschermers is begrijpelijk omdat die destijds een grote fout hebben gemaakt door [halfbroer] uit huis te plaatsen terwijl het juist goed ging. De familie is wel blij met de huidige jeugdbeschermer omdat ze goed met haar kunnen praten en zij hen goed begrijpt. De grootvader geeft verder aan dat zij er voor open staan dat [de minderjarige] een paar uurtjes bij zijn vader op bezoek gaat, want het is en blijft zijn vader. Het is echter wel van belang dat eerst duidelijk wordt of de vader dat wel wil om te voorkomen dat [de minderjarige] opnieuw teleurgesteld wordt. Verder vindt de grootvader het vanwege de zorgen over drugshandel, niet wenselijk dat [de minderjarige] bij zijn vader overnacht. 4.
  25. Mr. Erkens heeft onder meer naar voren gebracht dat de rechtbank in Amsterdam de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] heeft verlengd tot 21 maart 2025, en het resterende deel van het verzoek heeft aangehouden. Gelet op het onderhavige verzoek van de GI acht de raadsman het wenselijk dat de GI aan de rechtbank Amsterdam laat weten het aangehouden verzoek niet te handhaven. Verder zou de raadsman graag in de beschikking opgenomen zien dat het een machtiging tot uithuisplaatsing betreft in een netwerkpleeggezin, te weten bij grootouders (mz) in plaats van een pleeggezin. Tot slot stelt de raadsman zich op het standpunt dat veel informatie in de stukken over de moeder en het gezin achterhaald, onvolledig of onjuist is. Hoewel ook de kwaliteiten van de moeder worden benoemd, staan er veel dingen in over vroeger, ook dingen die onjuist zijn, en dat is vervelend voor de moeder. Het is voor de moeder belangrijk dat zij zich gezien en gehoord voelt en het is fijn dat de betrokken jeugdbeschermers zien dat de moeder krachten heeft maar ook dingen waar aan gewerkt moet worden en dat daarom de bemoeienis van de grootouders en de samenwerking zo belangrijk is. 5De beoordeling 5.
  26. Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De kinderrechter overweegt hiertoe als volgt. verlenging van de ondertoezichtstelling 5.
  27. Er is veel gebeurd in het leven van [de minderjarige] . Hij heeft op verschillende plekken gewoond en veel onrust en onveiligheid meegemaakt. Recentelijk is hij nog getuige en slachtoffer geweest van het dreigende en agressieve gedrag van de laatste ex-partner van de moeder. Deze zorgelijke relatie heeft ertoe geleid dat [de minderjarige] en zijn twee halfbroers om veiligheidsredenen bij de grootouders (mz) zijn gaan wonen. Op dit moment gaat het goed met [de minderjarige] . Hij heeft het naar zijn zin bij de grootouders en is er tot rust gekomen. Gebleken is dat er een zeer goede samenwerking is tussen de grootouders en de moeder. De kinderrechter vindt het mooi om te horen dat de grootouders en de moeder elkaar goed aanvullen, in die zin dat de grootouders sterk zijn in het bieden van regels en structuur en dat de moeder de kinderen veel liefde en nabijheid biedt. Ook is het positief dat de moeder en de pleegouders een goede klik hebben met de huidige jeugdbeschermers en goed in de samenwerking zijn. Voor [de minderjarige] is het van belang dat de komende periode wordt gekeken wat hij nodig heeft aan individuele hulpverlening om vervelende gebeurtenissen in het verleden te verwerken. Ook vindt de kinderrechter het belangrijk dat er aandacht is voor de wens van [de minderjarige] om contact te hebben met zijn vader. Op de zitting is gebleken dat er inmiddels passende hulpverlening voor de moeder is gevonden en het is positief dat de moeder hiervoor open staat. Daarnaast is het belangrijk dat er zicht komt op de draagkracht van de moeder en op de mogelijke veiligheidsrisico’s voor de kinderen als de ex-partner van de moeder vrij komt. 5.
  28. Vanwege alle ontwikkelingen acht de kinderrechter betrokkenheid van de GI in het gedwongen kader noodzakelijk. Er is al lange tijd sprake van ernstige zorgen en het is belangrijk dat de GI de noodzakelijke hulpverlening kan inzetten en monitoren en zicht kan houden op de veiligheid en de ontwikkeling van de kinderen. 5.
  29. Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] verlengen voor de duur van een jaar (artikel 1:260, eerste lid, BW). (verlenging van de) machtiging tot uithuisplaatsing 5.
  30. Ook is de (verlenging van) de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk in het belang van zijn verzorging en de opvoeding, zoals genoemd in artikel 1:265c, tweede lid, BW. 5.
  31. De kinderrechter is van oordeel dat het in het belang van [de minderjarige] is dat hij bij zijn grootouders blijft wonen. Het doel van de GI is dat de zorg voor [de minderjarige] uiteindelijk gedeeld wordt tussen de moeder en haar netwerk. De komende periode zal de GI samen met de moeder, het netwerk en de kinderen, zorgvuldig onderzoeken op welke manier dat vorm gegeven moet worden. De kinderrechter vindt het van grote waarde dat [de minderjarige] , die al zo vaak van woonplek is gewisseld, nu binnen de familie kan opgroeien waar hij zich veilig en vertrouwd voelt. Het is mooi om te zien dat de moeder en haar netwerk zo betrokken zijn, goed in contact zijn met de hulpverlening en dat alle neuzen in dezelfde richting staan als het gaat om het welzijn van [de minderjarige] . 5.
  32. Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een netwerkpleeggezin verlenen tot het einde van de huidige ondertoezichtstelling, te weten tot 21 maart
  33. Daarnaast zal de kinderrechter, nu de ondertoezichtstelling is verlengd tot 21 maart 2026, de machtiging tot uithuisplaatsing verlengen tot 21 maart
  34. 5.
  35. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 6De beslissing De kinderrechter: 6.
  36. Verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige: [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] , in een (netwerk)pleeggezin, te weten de grootouders (mz) tot 21 maart 2025; 6.
  37. verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] met ingang van 21 maart 2025 tot 21 maart 2026; 6.
  38. verlengt een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een (netwerk)pleeggezin, te weten de grootouders (mz) met ingang van 21 maart 2025 tot 21 maart 2026; 6.
  39. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. van Leeuwen, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2025, in aanwezigheid van M. Woudman als griffier en op schrift gesteld op 21 februari
  40. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Amsterdam.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.