RECHTBANK NOORD-HOLLAND Familie- en Jeugdrecht Locatie: Haarlem Zaaknummer: C/15/360298 / JU RK 24/1911 Datum uitspraak: 14 februari 2025 Beschikking van de kinderrechter over de vervanging van de gecertificeerde instelling in de zaak van [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [plaats] , advocaat: mr. M.D. Balesar, kantoorhoudende in Heerhugowaard, over [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] , hierna te noemen: [de minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: de gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers, gevestigd in Amsterdam, hierna te noemen: de GI. 1Het verloop van de procedure 1.
- De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: het verzoekschrift met bijlagen van de advocaat van de moeder, ontvangen op 23 december 2024; het bericht met producties van de advocaat van de moeder, ontvangen op 30 december 2024; het bericht met producties van de advocaat van de moeder, ontvangen op 12 februari
- 1.
- Op 14 februari 2025 heeft de zitting met gesloten deuren plaatsgevonden. De behandeling heeft gelijktijdig plaatsgevonden met de behandeling van het verzoek van de GI tot verlenging van de ondertoezichtstelling en verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] (zaaknummer C/15/360629 / JU RK 25/15). Bij de zitting waren aanwezig: - de moeder, bijgestaan door haar advocaat; - [vertegenwoordiger van de GI] , namens de GI. 1.
- Als toehoorder was aanwezig mr. J.J.C. Engels.
- De feiten 2.
- De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] . 2.
- Bij beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 29 februari 2024 is [de minderjarige] onder toezicht gesteld tot 28 februari
- In diezelfde beschikking is een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend tot 29 augustus
- De machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] is daarna verlengd en duurt nu nog tot 28 februari
- In de periode 2016 tot 2020 heeft [de minderjarige] onder toezicht gestaan van Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering. 2.
- [de minderjarige] verblijft op de groep [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] in [plaats] . Eén weekend per maand verblijft [de minderjarige] bij de moeder in [plaats] . 3Het verzoek van de moeder 3.
- De moeder heeft de kinderrechter verzocht om de gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers, die de ondertoezichtstelling uitvoert, te vervangen door een andere gecertificeerde instelling, welke al dan niet in een andere regio is gevestigd. 3.
- Als onderbouwing van het verzoek is door en namens de moeder in het verzoekschrift en op de zitting het volgende aangevoerd. De moeder is ontevreden over (de samenwerking met) de huidige jeugdbeschermer. De moeder heeft het gevoel dat zij – al dan niet bewust – overal buiten wordt gehouden en dat alle beslissingen worden genomen zonder haar daarbij als gezaghebbende ouder te betrekken. Tevens heeft de moeder het gevoel dat er informatie achter wordt gehouden en dat niet de volledige waarheid wordt verteld bij het recent ingediende verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] . Volgens de moeder wordt vastgehouden aan het verleden, terwijl de situatie positief verandert. Verder ervaart de moeder dat er afspraken over [de minderjarige] worden gemaakt zonder dat zij hierover goed wordt geïnformeerd, waardoor zij in haar rol als moeder wordt beperkt. Dit belemmert de band tussen moeder en zoon. De moeder heeft haar goede wil getoond en meegewerkt, maar er blijft vastgehouden worden aan het verleden, in plaats van te kijken naar de grote stappen die de moeder en [de minderjarige] in de afgelopen tijd hebben gezet. 3.3 Het voorgaande maakt dat de moeder geen vertrouwen meer heeft in de deskundigheid van de GI en zij meent dat de belangen van [de minderjarige] niet naar behoren worden behartigd, laat staan haar belangen als betrokken moeder. Dit terwijl de kinderrechter in haar laatste beschikking het belang van een goede samenwerking tussen de moeder en de GI heeft benadrukt. De moeder meent dat sprake is van een dusdanig verstoorde verstandhouding tussen de moeder en de GI, waardoor de vervanging van de GI in het belang van [de minderjarige] noodzakelijk is. 4Het standpunt van de GI Door de GI is ter zitting verweer gevoerd tegen het verzoek tot vervanging van de GI. Daartoe is aangevoerd dat de GI zich voldoende inzet voor het creëren van een samenwerkingsrelatie met de moeder. Evengoed heeft de GI de afgelopen periode (intern) gereflecteerd op haar eigen rol. Daaruit volgt dat bij de moeder sprake is van een terugkerend patroon, waardoor het wijzigen van de GI of de jeugdbeschermer niet tot een structurele oplossing voor de ontstane situatie zal leiden. Daarbij is de vervanging van de GI niet in het belang van [de minderjarige] . 5De beoordeling 5.
- Op grond van artikel 1:259 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank onder meer op verzoek van de met het gezag belaste ouder de gecertificeerde instelling die het toezicht heeft, vervangen door een andere gecertificeerde instelling. 5.
- De kinderrechter is van oordeel dat een vervanging van de huidige GI op dit moment niet in het belang van [de minderjarige] is. Hoewel duidelijk is geworden dat de verstandhouding tussen de moeder en de jeugdbeschermer moeizaam is, ziet de kinderrechter de vervanging van de GI door een andere GI niet als oplossing. Evenwel is niet is gebleken dat de verstandhouding tussen de moeder en de GI door toedoen van de GI dusdanig verstoord is geraakt dat de ondertoezichtstelling niet langer uitvoerbaar is. De oorzaak van de ontstane problematiek ligt naar het oordeel van de kinderrechter bij de houding en het gedrag van de moeder en niet bij de GI. De moeder treedt niet in constructieve samenwerking met de jeugdbeschermer, maar ook niet – en dat is anders dan door de moeder is gesteld – met andere betrokken hulpverleners. Zo heeft de moeder in december 2024 vanuit Levvel een officiële waarschuwing gekregen wegens bedreiging en intimidatie, eerder De Raad voor de Kinderbescherming niet binnengelaten en komt de traumabehandeling van [de minderjarige] door de houding van de moeder onvoldoende van de grond. Ook de hulpverlening vanuit Actief&Advies is inmiddels gestopt omdat de moeder zich dreigend en agressief zou hebben opgesteld. De moeder heeft veel weerstand tegen de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing en de verplichte hulpverlening. Maar ook een andere GI heeft tot taak beslissingen te nemen in het belang van [de minderjarige] . De kinderrechter is er onvoldoende van overtuigd dat de moeder zich met een andere GI meewerkend zal opstellen wanneer de visie van deze GI niet strookt met haar eigen visie. Het is van groot belang dat de moeder de strijd die zij voert in het belang van [de minderjarige] staakt. Een eerste positieve stap is dat dat de moeder de omgangsbegeleiding vanuit Bureau Mars toelaat. 5.
- De kinderrechter neemt hierbij eveneens in overweging dat sprake is van een complexe situatie die vraagt om regievoering door een GI die bekend is met de complexe voorgeschiedenis en de problematiek van [de minderjarige] . Daarbij heeft de GI ter zitting aangegeven dat zij zichzelf nog steeds in staat acht de ondertoezichtstelling uit te voeren en blijvend zoekt naar de samenwerking met de moeder. 5.
- Gelet op het voorgaande, in samenhang bezien, zal het verzoek van de moeder tot vervanging van de GI worden afgewezen. In het belang van [de minderjarige] is het noodzakelijk dat de moeder op korte termijn in samenwerking treedt met de GI en de hulpverlening. Daarom hoopt de kinderrechter dat de moeder, al dan via een bemiddelingsgesprek, met behulp van een ervaringsdeskundige of anderszins, het vertrouwen in de GI hervindt, zodat de moeizame verstandhouding in het belang van [de minderjarige] verbetert. Wellicht ten overvloede wijst de kinderrechter erop dat de basis hiervoor is gelegen in wederzijds respect. Uit de door de advocaat van de moeder overgelegde appconversatie volgt in elk geval dat de moeder zich eerder niet respectvol heeft opgesteld jegens de jeugdbeschermer. 6De beslissing De kinderrechter: wijst het verzoek tot vervanging van de GI af. Deze beschikking is gegeven door mr. J. van Beek, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2025, in aanwezigheid van mr. I.N. Inge als griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beslissing is vastgesteld en ondertekend op 28 februari 2025.