RECHTBANK NOORD-HOLLAND Familie- en Jeugdrecht Locatie Alkmaar Zaaknummer: C/15/353279 / JU RK 24-841 Datum uitspraak: 11 februari 2025 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: de GI, over [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] , hierna te noemen: [de minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de vader] , hierna te noemen: de vader, wonende in [plaats] , advocaat: mr. C.M. Sent, kantoorhoudende in Amsterdam. 1Het verloop van de procedure 1.
- De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: de beschikking van 1 augustus 2024 met de daarin vermelde stukken; de brief van de GI van 16 januari 2025, ontvangen op 30 januari 2025, waarin het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing wordt gehandhaafd; de brief met bijlagen van de advocaat van de vader van 3 januari 2025, ontvangen op 3 januari 2025; e-mailbericht van de advocaat van de vader met bijlage van 6 februari 2025, ontvangen op 10 februari
- 1.
- De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 11 februari 2025 . Daarbij waren aanwezig: - de vader, bijgestaan door zijn advocaat; - [vertegenwoordiger van de GI 1] en [vertegenwoordiger van de GI 2] , namens de GI. 2De feiten 2.
- De moeder van [de minderjarige] , [de moeder] , is op [datum] overleden. De vader is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] . 2.
- Bij beschikking van 16 augustus 2021 is [de minderjarige] onder toezicht gesteld en deze maatregel is daarna steeds verlengd en loopt op dit moment tot 16 augustus
- 2.
- Bij beschikking van 28 september 2021 is voor [de minderjarige] een machtiging tot uithuisplaatsing verleend. De machtiging tot uithuisplaatsing is daarna steeds verlengd, voor het laatst op 1 augustus 2024, tot 16 februari 2025, waarbij het overige gedeelte van het verzoek is aangehouden tot de onderhavige zitting. 2.
- [de minderjarige] verblijft op basis van voornoemde machtiging sinds 22 december 2023 op een groep van [zorginstelling] in [plaats] . 3Het verzoek 3.
- De GI handhaaft het resterende aangehouden deel van het verzoek, te weten de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing tot 16 augustus
- De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Ter onderbouwing van het verzochte heeft de GI het volgende naar voren gebracht. 3.
- Het afgelopen half jaar is gewerkt aan het contactherstel tussen [de minderjarige] en de vader en haar opa en oma. [de minderjarige] ziet de vader nu tweemaal per week twee uur lang. De verzorgtaken van de vader zijn uitgebreid, waardoor de vader zicht krijgt op de zorgzwaarte van [de minderjarige] en de Gl zicht krijgt op de vaardigheden van de vader. De Gl ziet dat de vader en [de minderjarige] positief op elkaar reageren. [de minderjarige] laat voor en na de bezoeken met de vader (of opa en oma) geen afwijkend gedrag zien. De GI is van mening dat het contact tussen de vader en [de minderjarige] uitgebreid kan worden als het de vader met regelmaat lukt om ook de ontlastingluiers te verschonen. De omgangsmomenten worden opgebouwd met 30 minuten. De vader zet positieve stappen, is positief in contact met alle partijen en ook de bezoekverslagen zijn positief. De vader ziet ook in dat [de minderjarige] veel zorg en begeleiding nodig heeft. Ook het contact tussen [de minderjarige] en opa en oma is uitgebreid van eens per zes weken naar eens per twee weken. In de bezoekverslagen komen geen zorglijke dingen naar voren. Daarbij ziet Het Orthopedagogisch Dagcentrum (hierna: OCD) dat [de minderjarige] kleine stapjes zet in haar ontwikkeling. [de minderjarige] haar woordenschat wordt groter, waardoor zij steeds beter duidelijk kan maken wat zij wil. In februari 2025 start binnen het ODC een diagnostisch onderzoek om zicht te krijgen op de zorgbehoefte ten aanzien van haar cognitie. Verder wordt [de minderjarige] binnen het ODC ondersteund door een fysiotherapeut, logopedist, ergotherapeut, muziekagoog en speltherapeut. Ook [zorginstelling] ziet dat [de minderjarige] positieve stappen zet in haar ontwikkeling. Het is belangrijk dat [de minderjarige] één op één toezicht heeft. [de minderjarige] heeft naast de vaste begeleiders op de groep ook een eigen begeleider die de hele dag met haar bezig is. [zorginstelling] heeft echter wel aangegeven dat zij op de langere termijn niet kunnen voldoen aan de zorgzwaarte/zorgvraag van [de minderjarige] . Het is belangrijk dat [de minderjarige] 24/7 één-op-één begeleiding heeft en [zorginstelling] kan deze continuïteit niet bieden, waardoor [de minderjarige] veel verschillende gezichten ziet. Dit is niet bevorderlijk voor de ontwikkeling van [de minderjarige] . De Gl is, in overleg met de vader, op zoek naar een verblijfsplek voor [de minderjarige] in de buurt van de vader, zodat het uitbreiden van contact kan worden voortgezet en een overwogen perspectiefbesluit kan worden genomen. Bovendien hebben zowel de GI als [zorginstelling] zorgen over de seksuele ontwikkeling van [de minderjarige] . Doordat [de minderjarige] zichzelf uitkleedt waar en wanneer zij wil, kan zij wederom slachtoffer worden van grensoverschrijdend gedrag of mogelijk in de toekomst zelf grensoverschrijdend zijn. De Gl gaat in samenwerking met de vader kijken welke therapie het meest aansluit bij [de minderjarige] haar ontwikkelniveau zodat zij kan worden geholpen om het grensoverschrijdende gedrag te verwerken. 3.
- De GI is van mening dat de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is tot het einde van de ondertoezichtstelling, omdat [de minderjarige] professionele opvoeders nodig heeft om te kunnen voldoen aan de zorg- en opvoedtaken die er nu liggen. De rol van de vader, opa en oma, zijn op dit moment nog te beperkt om te overwegen of [de minderjarige] (gedeeltelijk) bij de vader zou kunnen verblijven. Ondanks alle positieve stappen die [de minderjarige] zet, zijn er nog te veel vragen rondom de ontwikkeling en het perspectief van [de minderjarige] . 3.
- Op de zitting heeft de GI het verzoek nader toegelicht. Het is nog steeds de insteek van de GI om het genetisch onderzoek bij [de minderjarige] te laten verrichten. Er moet worden gezocht naar een passende vervolgplek voor [de minderjarige] . Het zou mooi zijn als de vader en een organisatie naast elkaar kunnen staan, zodat zij de zorgvraag van [de minderjarige] samen invulling kunnen geven. De GI wil hiermee niks zeggen over de kwaliteiten van de vader, maar [de minderjarige] heeft een extreem grote zorgvraag. Daarbij kan [de minderjarige] wel naar het ODC blijven gaan. Bovendien wil de GI de omgang met de vader gaan uitbreiden en er wordt al gekeken naar de mogelijkheden. 4De standpunten Het standpunt van de vader 4.
- Door en namens de vader is het volgende - samengevat - naar voren gebracht. De vader wenst dat de omgangsmomenten met [de minderjarige] worden uitgebreid, aangezien hier tot op heden te weinig aandacht voor is. De GI moet zich hier meer voor inspannen, bijvoorbeeld door het inzetten van hechtingsinterventie. Het zou fijn zijn als [de minderjarige] ook eens bij de vader thuis langs kan komen. [de minderjarige] begint zich steeds meer aan de vader te hechten. De vader realiseert zich dat [de minderjarige] op dit moment niet thuis kan wonen. Verder is het klinisch genetisch onderzoek bij [de minderjarige] niet gericht geweest op het uitsluiten van [het syndroom] . Het genetisch onderzoek bij [de minderjarige] zal binnenkort opnieuw, met nu wel de juiste onderzoeksvraag, moeten plaatsvinden. De vader en zijn advocaat hebben contact opgenomen met een andere kinderarts teneinde het onderzoek te verrichten. Het is nog onduidelijk wanneer dit onderzoek exact kan plaatsvinden, maar de vader en de advocaat van de vader zijn er actief mee bezig. 5De beoordeling 5.
- Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. 5.
- Het is de kinderrechter duidelijk geworden dat [de minderjarige] nu niet terug naar huis kan. De vader begrijpt ook dat [de minderjarige] op dit moment niet thuis kan wonen. [de minderjarige] heeft een specifieke zorgbehoefte en zij heeft 24/7 intensieve één-op-één begeleiding nodig. Hoewel [zorginstelling] [de minderjarige] momenteel de benodigde één-op-één begeleiding biedt en [de minderjarige] zich hier positief lijkt te ontwikkelen, is tijdens de zitting gebleken dat [zorginstelling] voor de langere termijn geen perspectief biedende verblijfsplek is voor [de minderjarige] vanwege haar zorgzwaarte. Vanwege de complexe problematiek en de zorgzwaarte van [de minderjarige] is het ingewikkeld om een woonplek te vinden waar [de minderjarige] de zorg en begeleiding kan krijgen die zij nodig heeft. De GI zal zich daarom moeten blijven inspannen om in overleg met de vader een passende verblijfsplek te vinden voor [de minderjarige] . Positief is dat [de minderjarige] naar het ODC kan blijven gaan en dat zij ook hier stappen lijkt te zetten in haar ontwikkeling. De omgang tussen [de minderjarige] en de vader is momenteel twee keer per week twee uur lang en [de minderjarige] begint zich zichtbaar aan de vader te hechten. Het is dan ook van belang dat de omgang met de vader wordt uitgebreid, zodra de vader voldoende zorg- en opvoedtaken op zich kan nemen, zoals dit ook de insteek is van de GI. De behoeften van [de minderjarige] zijn daarbij bepalend voor de uitbreiding van de omgang. 5.
- Gelet op het bovenstaande zal de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] verlengen tot 16 augustus
- 5.
- De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 6De beslissing De kinderrechter: 6.
- verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] , in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 16 augustus 2025; 6.
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2025 door mr. A.S. van Leeuwen, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R.M. Bergmans als griffier, en op schrift gesteld op 27 februari
- Artikel 1:265c, tweede lid, Burgerlijk Wetboek. Artikel 1:265c, tweede lid, BW.