← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:2408

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Familie- en Jeugdrecht Locatie Haarlem Zaaknummer: C/15/360619 / JU RK 25-11 Datum uitspraak: 13 februari 2025 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers, hierna te noemen: de GI, gevestigd te Amsterdam, over [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] , hierna te noemen: [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] , hierna te noemen: [de minderjarige 2] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [plaats] , [de vader] , hierna te noemen: de vader, wonende in [plaats] , advocaat: mr. M.D. Balesar, kantoorhoudende te Heerhugowaard, [de pleegmoeder] , hierna te noemen de pleegmoeder, wonende in [plaats] , [de pleegvader] , hierna te noemen de pleegvader, wonende in [plaats] . 1Het verloop van de procedure 1.

  1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 2 januari 2025, ontvangen op 3 januari
  2. 1.
  3. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 13 februari
  4. Daarbij waren aanwezig: - de moeder; - de vader, bijgestaan door zijn advocaat; - de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] . 2De feiten 2.
  5. Het ouderlijk gezag over [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] wordt uitgeoefend door de ouders. 2.
  6. De kinderen wonen (samen met de moeder) bij de grootouders van moederszijde. 2.
  7. Bij beschikking van de kinderrechter van 19 februari 2024 zijn [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] onder toezicht gesteld met ingang van 19 februari 2024 tot 19 februari
  8. 2.
  9. In diezelfde beschikking is een machtiging tot uithuisplaatsing verleend bij de grootouders moederszijde met ingang van 19 februari 2024 tot 19 augustus
  10. Bij beschikking van de kinderrechter van 15 augustus 2024 is de machtiging tot uithuisplaatsing bij de grootouders moederszijde verlengd tot 19 februari
  11. 3Het verzoek 3.
  12. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van drie maanden. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.
  13. Ter onderbouwing van het verzoek heeft de GI het volgende naar voren gebracht. [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] worden nog steeds ernstig in hun ontwikkeling bedreigd, omdat de in te zetten hulpverlening niet van de grond is gekomen en de beoogde resultaten daardoor niet zijn behaald. Zo is de speltherapie voor [de minderjarige 1] nog niet gestart. De GI heeft hiervoor een aanvraag gedaan bij [praktijk] . Afgelopen week is hierover contact opgenomen met de ouders en is aangegeven dat de speltherapie binnenkort zal starten. Ook is er nog geen opvoedondersteuning vanuit [jeugdhulpverlener] gestart, wat maakt dat er nog geen zicht is op de opvoedvaardigheden van de ouders. In eerste instantie zou alleen aan de moeder opvoedondersteuning worden geboden. De GI is vlak voorafgaand aan de zitting op de hoogte gesteld van het feit dat de ouders weer bij elkaar zijn. Daarom zal de GI contact opnemen met [jeugdhulpverlener] om te kijken of de opvoedondersteuning aan beide ouders kan worden geboden. Wel heeft de moeder voor zichzelf hulpverlening gezocht. Op 20 maart 2024 is contact geweest met Psyned. Toen is gebleken dat de moeder een EMDR traject heeft afgerond. De vader heeft nog geen hulp voor zijn persoonlijke problematiek gezocht. De vader laat weinig bereidheid zien voor hulpverlening en, gelet op de onvoorspelbaarheid in zijn problematiek, kan de GI de veiligheid van de kinderen niet waarborgen. Er is een zorgmachtiging voor de vader aangevraagd. De vader is inmiddels gestopt met het gebruik van drugs en het gaat beter met hem, maar de GGZ vindt een zorgmachtiging nog steeds noodzakelijk. Ook bestaan er nog zorgen over de huisvesting van de moeder. De moeder had een woning toegewezen gekregen en de GI zou gaan onderzoeken of [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] bij de moeder zouden kunnen wonen. Deze woning is niet doorgegaan waardoor de moeder op dit moment toch nog geen eigen woning heeft. 3.
  14. Gelet op het voorgaande verzoekt de GI de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen te verlengen. 4De standpunten 4.
  15. De moeder heeft naar voren gebracht dat het veel beter met het gezin gaat dan vorig jaar. De ouders zijn weer bij elkaar en zij hebben samen afgesproken dat zij alle hulp die hen wordt geboden om het gezin te stabiliseren en bij elkaar te houden, zullen aannemen. De moeder is voornemens om opnieuw een urgentieverklaring voor een woning aan te vragen. 4.
  16. Door en namens de vader is naar voren gebracht dat in het afgelopen jaar veel stappen in de goede richting zijn genomen en dat de ouders de ondertoezichtstelling als een kans zien, waarbij zij alle hulp die hen wordt geboden zullen aannemen. De ouders willen samen het beste voor de kinderen. De vader is gestopt met zijn drugsgebruik en merkt dat zijn hoofd steeds helderder wordt. De vader heeft in het vrijwillig kader hulp van een psycholoog en van de huisarts. De vader staat negatief tegenover een zorgmachtiging en wil eerst zelf proberen om de nodige hulp te accepteren. De vader wil graag samen met de moeder een nieuwe woning zoeken in een andere omgeving, gelet op de problemen die zij in het verleden in de buurt hebben ervaren. 5De beoordeling 5.
  17. Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] nog steeds zodanig opgroeien dat zij ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. De in te zetten hulpverlening is nog niet van de grond gekomen, waardoor de beoogde doelen van de ondertoezichtstelling nog niet zijn behaald. Zo is de opvoedondersteuning voor de ouders nog niet gestart, waardoor nog geen zicht bestaat op de opvoedvaardigheden van de ouders. Daarnaast zal [de minderjarige 1] binnenkort starten met speltherapie. 5.
  18. Tevens blijkt dat de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is in dit geval ook nu niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, omdat hulp in het vrijwillige kader niet van de grond is gekomen. Dit komt voornamelijk omdat de vader weinig bereidheid voor hulpverlening heeft laten zien. Inmiddels zijn de ouders weer bij elkaar en hebben zij naar voren gebracht dat zij openstaan voor hulpverlening. Deze situatie is nog erg pril. De kinderrechter vindt het daarom op dit moment nog noodzakelijk dat er hulpverlening komt in het kader van een ondertoezichtstelling, zodat de GI als regievoerder middels haar begeleiding en ondersteuning de nodige hulpverlening kan borgen. 5.
  19. Ten slotte lijkt de verwachting gerechtvaardigd dat de ouders in staat zijn de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding te dragen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] aanvaardbaar te achten termijn. 5.
  20. Uit het voorgaande volgt dat nog steeds is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek. Het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling zal daarom worden toegewezen. Gelet op de aanwezige problematiek en de in te zetten hulpverlening, zal de kinderrechter de duur van de ondertoezichtstelling verlengen met een jaar (art. 1:260, eerste lid, BW). 5.
  21. Ook is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] nog noodzakelijk is in het belang van hun verzorging en opvoeding (art. 1:265c, tweede lid, BW). [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] wonen op dit moment samen met de moeder bij de grootouders van moederszijde. Op dit moment heeft de moeder geen eigen woning en bestaat bij de vader de wens om samen met de moeder een nieuwe woning te zoeken. Dit is nog een prille situatie. Ook is op dit moment nog geen zicht op de opvoedvaardigheden van de ouders. Gelet op de termijn die de GI verwacht nodig te hebben om tot een mogelijke thuisplaatsing van de kinderen te komen, zal de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing verlengen voor de (verzochte) duur van drie maanden. 5.
  22. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 6De beslissing De kinderrechter: 6.
  23. verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] tot 19 februari 2026; 6.
  24. verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg, te weten een netwerkpleeggezin, met ingang van 19 februari 2025 voor drie maanden, te weten tot 19 mei 2025; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2025 door mr. T.M. van Wassenaer-Westgeest, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. E.C.W. Coesel als griffier, en op schrift gesteld op 27 februari 2025.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.