← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:2458

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Familie- en Jeugdrecht Locatie Bakkum, gemeente Castricum Zaaknummers: C/15/361981 / JU RK 25-222 (mgj) C/15/362338 / JU RK 25-262 (verl. ondertoezichtstelling) Datum uitspraak: 20 februari 2025 Beschikking over een machtiging gesloten jeugdhulp (na spoed) en een verlenging ondertoezichtstelling in de zaak van de gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers, gevestigd in Alkmaar, hierna te noemen de GI, over [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] , hierna te noemen [de minderjarige] , advocaat mr. M. van der Weide, kantoorhoudende te Heerhugowaard. De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, [de vader] , hierna te noemen de vader, wonende in [plaats] . 1Het verloop van de procedure 1.

  1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 13 februari 2025, strekkende tot een machtiging gesloten jeugdhulp; de beschikking van de kinderrechter bij deze rechtbank van 13 februari 2025; de instemmende verklaring van de gekwalificeerde gedragswetenschapper van 13 februari 2025; het verzoekschrift, ontvangen op 20 februari 2025, strekkende tot verlenging van de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] . 1.
  2. Aan [de minderjarige] is als advocaat toegevoegd mr. M. van der Weide, kantoorhoudende te Heerhugowaard. 1.
  3. De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 februari 2025 bij [een gesloten accommodatie voor jeugdhulp] , locatie [locatie] in [plaats] , gemeente [gemeente] (hierna te noemen: [locatie] ). Daarbij waren aanwezig: de jeugdige [de minderjarige] , bijgestaan door haar advocaat; de moeder; de vader; [vertegenwoordiger van de GI] en [vertegenwoordiger van de GI] namens de GI; [pedagogisch medewerker] , pedagogisch medewerker bij [locatie] ; 1.
  4. [de minderjarige] heeft voorafgaand aan de zitting, in het bijzijn van haar advocaat, apart een gesprek gevoerd met de kinderrechter. 2De feiten 2.
  5. Het ouderlijk gezag over [de minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders. 2.
  6. Bij beschikking van 3 april 2019 is [de minderjarige] onder toezicht gesteld. Deze ondertoezichtstelling is voor het laatst verlengd op 29 februari 2024 tot 3 april
  7. 2.
  8. Bij beschikking van 13 februari 2025 is voor [de minderjarige] een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp verleend voor de duur van vier weken, waarbij de beslissing over het meer verzochte is aangehouden. 2.
  9. Op grond van laatstgenoemde beschikking verblijft [de minderjarige] bij [locatie] . 3Het verzoek 3.
  10. De GI heeft verzocht om –aansluitend op de verleende spoedmachtiging gesloten jeugdhulp– een machtiging gesloten jeugdhulp te verlenen voor [de minderjarige] voor de duur van drie maanden. Ook heeft de GI verzocht de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen met een jaar. De GI heeft de verzoeken als volgt onderbouwd. 3.
  11. Er zijn al langere tijd zorgen over de ontwikkeling en de veiligheid van [de minderjarige] , onder andere vanwege middelengebruik, wegloopgedrag en vermoedens van seksuele contacten. Vanwege de ernst van de zorgen is [de minderjarige] twee keer eerder gesloten geplaatst op [locatie] en is twee keer een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp verleend op de momenten dat het beter leek te gaan met [de minderjarige] . De afgelopen maanden verbleef [de minderjarige] op de open groep van [locatie] , [open groep] . De laatste weken is de situatie rondom [de minderjarige] echter weer verslechterd en wordt gezien dat zij (opnieuw) keuzes maakt die niet in haar belang zijn. [de minderjarige] trekt zich terug op haar kamer, vermijdt het contact met de groepsleiding en laat signalen van depressie zien. Ze is niet meer gemotiveerd voor school, waardoor er sprake is van verzuim en ze wil geen enkele andere vorm van dagbesteding, wat ook een belemmering is voor het vinden van een perspectiefbiedende vervolgplek. Daarnaast neemt [de minderjarige] niet meer structureel deel aan haar therapieën en afspraken bij de Brijder en zijn er steeds meer signalen dat zij weer drugs gebruikt. In de nacht van 9 op 10 februari is [de minderjarige] weggebleven van de groep en uiteindelijk onder invloed teruggevonden in [plaats] . De volgende dag leverde ze uiteindelijk een zakje met vier 2CB-pillen, zes XTC-pillen en een restant roze poeder in. 3.
  12. De weerstand van [de minderjarige] tegen begeleiding, het stagneren van haar ontwikkeling en haar gebrek aan motivatie om te stoppen met drugs, maken dat er geen grip meer is op haar veiligheid en welzijn. Eerder is gezien dat [de minderjarige] zich in een gesloten setting wél aan de afspraken kon houden en dat haar veiligheid beter gewaarborgd was. Een gesloten plaatsing is daarom noodzakelijk om haar veiligheid te waarborgen, waarbij het van cruciaal belang is dat er gezocht wordt naar een duidelijk en passend perspectief voor [de minderjarige] in een andere setting waar zij verder kan groeien. Een verlenging van de ondertoezichtstelling is noodzakelijk zodat de GI de regie kan voeren over de ingezette en nog in te zetten hulpverlening en kan inzetten op het vinden van een passende vervolgplek voor [de minderjarige] . 3.
  13. Ter zitting heeft de GI de verzoeken toegelicht. Er is een patroon zichtbaar dat als [de minderjarige] vanuit de geslotenheid naar een open groep gaat, zij op een gegeven moment terugvalt in oud gedrag en dan niet meer in contact is met de hulpverlening. Het is van belang dat dit patroon doorbroken wordt. Het is echter lastig voor [de minderjarige] om gemotiveerd te blijven omdat zij nog geen perspectief heeft. Het is dan ook belangrijk dat er duidelijkheid komt voor de langere termijn. Verder wordt gezien dat [de minderjarige] erg in de knel zit en dat er sprake is van flinke problematiek. De therapie komt echter niet goed van de grond. Het is belangrijk dat [de minderjarige] de gesloten setting niet ziet als een straf, maar ziet dat deze is bedoeld om tot rust te komen, hulpverlening aan te gaan en een dagbesteding te vinden. Het is verder van belang dat [de minderjarige] , als het weer beter gaat, niet te snel wordt losgelaten. Eerder is dat wel gebeurd vanuit een stukje vertrouwen, maar als het niet goed gaat moet er worden ingegrepen, ook omdat [de minderjarige] nog erg jong is en extra begeleiding en aandacht nodig heeft. 4De standpunten 4.
  14. [de minderjarige] begrijpt dat er zorgen zijn, maar ze heeft het gevoel dat de time out te snel is gegaan. Haar motivatie voor school was een beetje weg, maar ze is wel gemotiveerd voor behandeling. [de minderjarige] vindt dat ze haar best doet. Ze gaat weer naar school, heeft gesprekken met haar therapeut en de Brijder en volgt dramatherapie. Volgens [de minderjarige] denkt zij teveel over dingen na en is er geen moment dat ze nergens aan denkt. Ze wil eerst rust in haar hoofd en ze hoopt dat er snel een vervolgplek voor haar komt waar niet teveel mensen bij haar betrokken zijn want dat geeft teveel druk. 4.
  15. De raadsvrouw heeft geen bezwaar tegen een verlenging van de ondertoezicht-stelling en refereert zich wat betreft de verzochte machtiging gesloten jeugdhulp. [de minderjarige] zou het liefst haar vrijheden weer hebben, maar ze snapt dat ze, bij wijze van time out, weer gesloten is geplaatst. Het is van belang, ook voor haar motivatie, dat [de minderjarige] snel duidelijkheid krijgt over haar perspectief en dat zal een plek moeten zijn met weinig jongeren en veel begeleiding. [de minderjarige] zou graag begeleid willen wonen, maar daar is zij helaas nog te jong voor. 4.
  16. De pedagogisch medewerker heeft naar voren gebracht dat zij denkt dat de stap van een gesloten setting naar een open setting voor [de minderjarige] te groot is geweest. Er zou een middenweg moeten zijn waarbij [de minderjarige] bij de overstap van gesloten naar open aan de hand wordt genomen omdat zij behoefte heeft aan een stukje begeleiding en coaching. 4.
  17. De moeder is het eens met de verzoeken. Zij, de ouders, hebben al eerder aan de bel getrokken omdat zij zich zorgen maakten om [de minderjarige] omdat zij aangaf dat het niet meer ging op de groep. Ook de moeder is van mening dat de stap van open naar gesloten te groot is geweest, en daarnaast moet de communicatie beter. [de minderjarige] heeft baat bij duidelijkheid. De moeder kan zich vinden in de gesloten plaatsing zodat [de minderjarige] tot rust kan komen, maar vindt het belangrijk dat er snel een perspectief komt. Dat zou een kleine groep moeten zijn omdat [de minderjarige] zelf aangeeft dat zij niet gedijt in een grote groep. 4.
  18. De vader heeft een brief geschreven en heeft deze ter zitting voorgelezen. Hij heeft onder meer naar voren gebracht dat zij, als ouders, altijd hebben geprobeerd om in het belang van [de minderjarige] te handelen. Ze zijn bekend met de patronen van [de minderjarige] en weten wat haar grenzen en mogelijkheden zijn. Ze hebben [een gesloten accommodatie voor jeugdhulp] (voorheen: [een gesloten accommodatie voor jeugdhulp] ) en de GI steeds gewaarschuwd voor de gevaren, maar zijn daarin niet serieus genomen. De vader heeft zelfs een stap terug gedaan in het belang van [de minderjarige] . [de minderjarige] heeft nog steeds geen behandeling gehad en kan niet omgaan met vrijheden. Zij is pasgeleden door het oog van de naald gekropen en de vader is bang dat de politie de volgende keer voor de deur staat. De vader wil dan ook niet akkoord gaan met de bemoeienis van de GI en [een gesloten accommodatie voor jeugdhulp] . Hij vindt niet dat ze verder kunnen gaan op de manier waarop het de afgelopen maanden is gegaan. De vader is het eens met een machtiging gesloten jeugdhulp, maar niet bij wijze van time out, maar voor een langere periode waarin [de minderjarige] behandeling krijgt. 5De beoordeling verlenging van de ondertoezichtstelling 5.
  19. De kinderrechter is op basis van de stukken en de zitting van oordeel dat nog steeds is voldaan aan de wettelijke criteria voor een ondertoezichtstelling, genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). 5.
  20. Het is duidelijk dat [de minderjarige] nog altijd ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. [de minderjarige] heeft veel meegemaakt in haar leven, er is sprake van trauma en complexe problematiek. Ze heeft op veel verschillende plekken verbleven, mede waardoor de noodzakelijke behandeling niet goed van de grond is gekomen. [de minderjarige] laat echter ook een patroon zien dat, als zij meer vrijheid krijgt omdat het beter met haar gaat, zij weer terugvalt in oud gedrag en vervolgens uit het contact met de hulpverlening gaat. Dit heeft er ook nu weer toe geleid dat [de minderjarige] met spoed gesloten is geplaatst, nadat zij niet was teruggekeerd naar de open groep en onder invloed van harddrugs in [plaats] is aangetroffen. Het is belangrijk dat dit terugkerende patroon wordt doorbroken, dat [de minderjarige] behandeling krijgt én dat er snel duidelijkheid komt over haar toekomstperspectief. Gelet op de zorgen is de kinderrechter van oordeel dat het van belang is dat de GI regie blijft voeren over de ingezette en de nog in te zetten hulpverlening. Daarnaast is de inzet van de GI nodig voor het vinden van een passende vervolgplek voor [de minderjarige] . 5.
  21. Op dit moment zijn de bedreigingen in de ontwikkeling van [de minderjarige] waaraan in ieder geval gewerkt moet worden: - haar ontwikkelings- en gedragsproblematiek; - haar middelengebruik; - de verstoorde verstandhouding met de vader; - het ontbreken van een perspectief. 5.
  22. De kinderrechter verlengt daarom de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] voor de duur van een jaar. 5.
  23. De kinderrechter verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. Ten aanzien van de spoedmachtiging gesloten jeugdhulp 5.
  24. In wat ter zitting naar voren is gekomen, heeft de kinderrechter geen aanleiding gezien om het in de voormelde beschikking van 13 februari 2025 geformuleerde oordeel te wijzigen. Deze beschikking zal dan ook worden gehandhaafd. Ten aanzien van het resterende deel van de verzochte machtiging gesloten jeugdhulp 5.
  25. De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [de minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [de minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. 5.
  26. Uit de stukken en wat op de zitting is besproken, blijkt dat er sprake is van forse problematiek bij [de minderjarige] , maar dat de noodzakelijke behandeling nog niet goed genoeg van de grond is gekomen. [de minderjarige] verbleef de afgelopen maanden op een open groep, maar is vanwege recente zorgen over haar ontwikkeling en veiligheid opnieuw gesloten geplaatst. De kinderrechter acht de gesloten plaatsing noodzakelijk voor de veiligheid van [de minderjarige] , maar ook zodat zij tot rust kan komen en goed haar behandeling kan aangaan. Verder acht de kinderrechter het, net als [de minderjarige] zelf, haar ouders, de GI en [locatie] in het belang van [de minderjarige] dat er snel duidelijkheid komt over een vervolgplek waar [de minderjarige] kan opgroeien. Het is positief dat [de minderjarige] op de zitting heeft verteld mee te werken aan behandeling, maar het ontbreken van een perspectief maakt het niet makkelijk om gemotiveerd te blijven. Tot slot benadrukt de kinderrechter dat het noodzakelijk is dat [de minderjarige] goed wordt begeleid en ondersteund bij de overgang naar een passende vervolgplek met meer vrijheden om te voorkomen dat zij weer terugvalt in oud gedrag. 5.
  27. Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter de machtiging gesloten jeugdhulp van [de minderjarige] verlenen, met ingang van 13 maart, na afloop van de spoedmachtiging, tot het einde van de huidige ondertoezichtstelling, te weten tot 3 april
  28. Daarnaast zal de kinderrechter, nu de ondertoezichtstelling is verlengd tot 3 april 2026, het resterende deel van de machtiging gesloten jeugdhulp verlenen tot 13 juni
  29. De beslissing De kinderrechter: 6.
  30. Verleent een machtiging om [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] , uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 13 maart 2025 tot 3 april 2025; 6.
  31. verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] , met ingang van 3 april 2025 tot 3 april 2026; 6.
  32. verleent een machtiging om [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] , uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 3 april 2025 tot 13 juni 2025; 6.
  33. Verklaart de beslissing over de verlenging van de ondertoezichtstelling uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. van Leeuwen, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2025, in aanwezigheid van M. Woudman als griffier, en op schrift gesteld op 28 februari
  34. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Amsterdam. Artikel 1:260, eerste lid, BW. Artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet (Jw).

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.