RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11302747 \ CV EXPL 24-6373 Uitspraakdatum: 12 maart 2025 Vonnis in het incident in de zaak van: [eiser] wonende te [plaats] eiser hierna te noemen: de passagier gemachtigde: mr. M.H. Hogeman (Hogeman Dooijeweerd Advocaten) tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht Royal Air Maroc gevestigd te Schiphol gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. T. Teke (Advocatenpraktijk Teke) 1Het procesverloop 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding; - de incidentele conclusie tot onbevoegdheid; - de conclusie van antwoord in het incident. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2Het geschil 2.
- De vervoerder heeft de kantonrechter verzocht zich onbevoegd te verklaren omdat de kantonrechter niet bevoegd is kennis te nemen van de vordering van de passagier, met veroordeling van de passagiers in de kosten van het incident. 2.
- Hij stelt daartoe – samengevat – dat de passagier zijn vordering heeft gebaseerd op het Verdrag tot het brengen van eenheid in enige bepalingen inzake het internationale luchtvervoer (hierna: het Verdrag van Montreal). De vervoerder stelt dat hij geen woonplaats heeft op zijn vestiging op Schiphol omdat zijn statutaire zetel, het hoofdbestuur en de hoofdvestiging zich in Casablanca, Marokko bevinden. Ter onderbouwing verwijst hij naar een uittreksel van de Kamer van Koophandel. Weliswaar heeft hij een kantoor op Schiphol, maar dat is niet betrokken geweest bij de totstandkoming van de vervoersovereenkomst. Ten slotte heeft de vordering van de passagier betrekking op een retourvlucht van Conakry, Guinee, naar Brussel, België, zodat Schiphol ook niet kan worden aangemerkt als de plaats van bestemming van deze vluchten. 2.
- De passagier betwist dit. Hij voert aan dat de hoofdzetel van de vervoerder wel op Schiphol is gelegen. Deze vestiging is volgens hem de plaats waar de belangrijkste beslissingen worden genomen en waar de centrale bestuurstaken worden uitgeoefend. Dit blijkt ook uit het uittreksel uit de Kamer van Koophandel dat de vervoerder heeft overgelegd, aldus de passagier. 3De beoordeling in het incident 3.
- In het incident staat de vraag centraal of de kantonrechter bevoegd is kennis te nemen van het geschil dat tussen partijen is gerezen. 3.
- Deze vraag moet beoordeeld worden aan de hand van artikel 33 van het Verdrag van Montreal. Deze bepaling luidt – voor zover relevant – als volgt: “
- De rechtsvordering tot schadevergoeding moet ter keuze van de eiser worden ingesteld binnen het gebied van een der staten die partij zijn bij dit verdrag, hetzij voor de rechter van de woonplaats van de vervoerder, of van de hoofdzetel van diens onderneming of van de plaats waar hij een vestiging heeft, door de zorg waarvan de overeenkomst is gesloten, hetzij voor de rechter van de plaats van bestemming. (…)” 3.
- Als onbetwist staat vast dat de bestemming van de vluchten in kwestie niet in Nederland zijn gelegen, zodat de kantonrechter hier geen bevoegdheid kan ontlenen. In geschil is slechts of de vestiging van de vervoerder op Schiphol kan worden gezien als de ‘hoofdzetel van diens onderneming’, zoals bedoeld in artikel 33 van het Verdrag van Montreal. 3.
- De kantonrechter stelt voorop dat de bepalingen van het Verdrag van Montreal verdragsautonoom moeten worden uitgelegd. Gelet op het betoog van de vervoerder heeft de passagier onvoldoende onderbouwd dat de hoofzetel van de vervoerder zich op Schiphol bevindt. Het uittreksel van de Kamer van Koophandel vermeldt immers dat de statutaire zetel van de vervoerder zich in Casablanca, Marokko, bevindt. Het had daarom op de weg van de passagier gelegen om aanvullende gegevens te verstrekken waaruit blijkt dat de hoofdzetel van de vervoerder zich daarentegen toch op Schiphol bevindt. Van andere aanknopingspunten waarop de kantonrechter zijn bevoegdheid kan baseren is evenmin gebleken. Daarom zal de kantonrechter zich onbevoegd verklaren. 3.
- De passagier zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de proceskosten in het incident. 4De beslissing De kantonrechter: 4.
- verklaart zich onbevoegd om van de zaak kennis te nemen; 4.
- veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten in het incident, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 271,00; 4.
- verklaart dit vonnis – wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter HvJEU 6 mei 2010, C-63/20, ECLI:EU:C:2010:251.