← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:3349

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Alkmaar Zaaknummer: 11332152 \ CV EXPL 24-3244 Vonnis van 15 januari 2025 in de zaak van [eiser] , te [woonplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , gemachtigde: mr. M. Heimensem, tegen 1 [de VOF] , te Apeldoorn,

  1. [vennoot van de VOF 1] , VENNOOT VAN DE GEDAAGDE PARTIJ SUB 1, te Apeldoorn,
  2. [vennoot van de VOF 2], VENNOOT VAN DE GEDAAGDE PARTIJ SUB 1 procederend voor zichzelf en namens gedaagden sub 1 en sub 2 te Apeldoorn, gedaagde partijen, hierna te noemen: [gedaagden] . De zaak in het kort Eiser (consument) heeft een auto gekocht van gedaagde (bedrijf). Volgens eiser voldoet de auto niet aan de koopovereenkomst omdat de auto binnen één maand na aankoop niet meer rijdt. Het gaat om een tweedehands auto uit
  3. Ondanks dat tijdens de proefrit lampjes gingen branden en gedaagde een garantie op de koopovereenkomst heeft uitgesloten, heeft eiser de auto gekocht zonder enig onderzoek te (laten) verrichten. De kantonrechter oordeelt dat de auto niet non-conform is en dat er geen sprake is van een onjuiste voorstelling van zaken. De vordering wordt afgewezen. 1De procedure 1.
  4. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 18 september 2024 - het mondeling antwoord van 2 oktober 2024 - het tussenvonnis van 16 oktober 2024 - de mondelinge behandeling van 9 december 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt 1.
  5. Vervolgens is vonnis bepaald 1.
  6. Ten slotte is op 27 december 2024 een brief ontvangen waarbij [eiser] zijn eis wenst te verduidelijken c.q. vermeerderen. 2De feiten 2.
  7. Op 5 april 2024 heeft [eiser] bij [gedaagden] een tweedehands auto (hierna: de auto), bouwjaar 2008, met een kilometerstand van 276.335 gekocht voor € 2.950,
  8. 2.
  9. Kort na de levering bleken er diverse problemen te zijn met de auto. De Stadsgarage te Hoorn (hierna: de Stadsgarage) heeft in opdracht van [eiser] een analyse van de auto uitgevoerd. De Stadsgarage stelt de herstelkosten vast op € 6.270,
  10. 2.
  11. Per brief van 29 mei 2024 heeft de gemachtigde van [eiser] aan [gedaagden] geschreven dat de auto meerdere gebreken heeft. Hij vraagt daarbij om kosteloos herstel van de gebreken en geeft de optie om de overeenkomst in plaats daarvan te ontbinden. 2.
  12. In een e-mailbericht van 30 mei 2024 heeft [gedaagden] aan de gemachtigde van [eiser] laten weten dat [eiser] ten tijde van de aankoop op de hoogte was van de gebreken. [gedaagden] biedt daarbij aan om de auto te bekijken. 2.
  13. Per brief van 25 juli 2024 heeft de gemachtigde van [eiser] aan [gedaagden] laten weten dat hij de koopovereenkomst buitengerechtelijk ontbindt. 3Het geschil 3.
  14. [eiser] vordert primair – samengevat – een verklaring voor recht dat [gedaagden] tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst (en subsidiair dat de koopovereenkomst onder invloed van een wilsgebrek tot stand is gekomen) en vordert [gedaagden] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van € 2.950,
  15. [eiser] vordert verder [gedaagden] te veroordelen binnen zeven dagen na betekening van het vonnis de auto terug te nemen op straffe van een dwangsom. Ook vordert [eiser] veroordeling van [gedaagden] tot betaling van een schadevergoeding van € 302,
  16. 3.
  17. [gedaagden] voert verweer. 3.
  18. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.
  19. [eiser] heeft nadat de zitting op 9 december 2024 was gehouden, per brief van 27 december 2024 zijn eis verduidelijkt c.q. vermeerderd. De kantonrechter laat deze eisverduidelijking c.q. eisvermeerdering buiten beschouwing wegens strijd met de goede procesorde. 4.
  20. De overeenkomst die partijen hebben gesloten is een consumentenkoop, omdat [gedaagden] heeft gehandeld als bedrijf en [eiser] een natuurlijk persoon is die bij de aankoop van de auto niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf. non-conformiteit 4.
  21. Het gaat in deze zaak om de vraag of sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst aan de zijde van [gedaagden] , op grond waarvan [eiser] de koopovereenkomst rechtsgeldig buitengerechtelijk mocht ontbinden en [gedaagden] de koopsom moet terugbetalen. [eiser] beroept zich erop dat de auto die [gedaagden] heeft geleverd niet voldoet aan de koopovereenkomst die partijen hebben gesloten (non-conformiteit). 4.
  22. In consumentenzaken is er een wettelijk vermoeden dat de zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt als zich binnen een jaar na aflevering een afwijking voordoet van wat partijen zijn overeengekomen. Hierdoor geniet de consument een grote mate van bescherming. Maar voordat de kantonrechter kan toekomen aan de toepassing van het hiervoor genoemde bewijsvermoeden, moet worden beoordeeld of sprake is van non-conformiteit. 4.
  23. In de wet is bepaald dat een zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt indien deze, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefte te betwijfelen. De koper kan geen beroep doen op non-conformiteit als dit hem bij het sluiten van de overeenkomst bekend was of redelijkerwijs bekend kon zijn. 4.
  24. Bij de koop van een tweedehandsauto die bestemd is om aan het verkeer deel te nemen, wordt volgens vaste rechtspraak aangenomen dat deze niet aan de overeenkomst beantwoordt als het gebruik ervan een gevaar oplevert voor de verkeersveiligheid door een gebrek dat niet eenvoudig door de koper kan worden ontdekt en hersteld. Hierop zijn uitzonderingen mogelijk, bijvoorbeeld wanneer de koper het risico van het gebrek heeft aanvaard of sprake is van een gebrek waarmee de koper gezien de aard van de overeenkomst rekening had moeten houden. 4.
  25. [eiser] stelt dat de auto binnen één maand na aankoop stil is komen te staan en dat daarom moet worden aangenomen dat de gebreken al voor aankoop van de auto aanwezig waren. [gedaagden] heeft niet voldoende weersproken dat de auto binnen een maand na aankoop stil is komen te staan, de kantonrechter gaat daar dan ook van uit. Dit brengt nog niet mee dat sprake is van non-conformiteit. Wat [eiser] van de auto mocht verwachten, wordt bepaald op basis van de overeenkomst die partijen hebben gesloten, waarbij alle omstandigheden van belang zijn, zoals de kenmerken van de auto, mededelingen van [gedaagden] en het door [eiser] verrichte onderzoek. Bij de koop van een tweedehands auto moet de koper er rekening mee houden dat deze bij normaal gebruik aan slijtage onderhevig is en in het algemeen geldt dat de kans op gebreken groter wordt naarmate de auto ouder is en meer kilometers heeft gereden. 4.
  26. In deze procedure beroept [gedaagden] zich erop dat voorafgaand aan de koop duidelijk met [eiser] is afgesproken dat de auto zonder garantie werd verkocht. Dit vindt steun in de koopovereenkomst, waarin onder het kopje “opmerkingen/bijzonderheden” staat “koper ziet af van garantie; kilometertellerstand is als zijnde onlogisch geaccepteerd door koper; motor en versnellingsbak zijn defect; bij geïmporteerde voertuigen staat [gedaagden] niet garant voor de afgelezen km stand en/of onderhoudsgeschiedenis; voertuig heeft achterstallig onderhoud; voertuig heeft schade en schade gehad; voertuig heeft meerdere zichtbare en onzichtbare gebreken; klant is van bovengenoemde op de hoogte en neemt dit op de koop toe.” [eiser] betwist niet dat deze bepalingen in de overeenkomst zijn opgenomen, maar zegt ter zitting dat hij zich niet kan herinneren of hij deze overeenkomst heeft getekend. De kantonrechter is van oordeel dat [eiser] onvoldoende heeft weersproken dat hij de koopovereenkomst voor akkoord heeft getekend. Weliswaar wijst [eiser] er terecht op dat een verkoper bij een consumentenkoop de wettelijke garantie niet mag uitsluiten, maar dat neemt echter niet weg dat sprake is van een uitdrukkelijke mededeling van [gedaagden] op de koopovereenkomst. Los van de details van de mededeling is de kantonrechter van oordeel dat die mededeling wel zodanig is dat van [eiser] mede daardoor onderzoek had mogen worden verwacht. 4.
  27. Bij de beantwoording van de vraag wat [eiser] van de auto had mogen verwachten is ook van belang wat partijen hebben besproken voorafgaand aan de koop. Partijen verschillen van mening over de inhoud van het verkoopgesprek. [gedaagden] voert aan dat zij tijdens het gesprek duidelijk tegen [eiser] heeft gezegd dat de auto een inruilauto is, achterstallig onderhoud heeft en dat er geen garantie op de auto zit. Op de vraag hoe de verkoop volgens [eiser] is gegaan, verklaart hij ter zitting dat hij via een advertentie op internet bij deze auto terecht is gekomen en dat hij vervolgens de auto heeft bekeken en een proefrit heeft gemaakt. [eiser] verklaart dat de auto er netjes uitzag en dat de auto goed reed maar dat er wel lampjes op het dashboard gingen branden van de tank, het oliepeil en de ruitenvloeistof. [eiser] verklaart dat hij na de koop bij het eerste tankstation is gestopt om vloeistoffen bij te vullen en maatregelen te nemen om de auto zo veilig mogelijk te maken. Verder verklaart [eiser] dat hij het onderhoudsboekje had bekeken, en dat dat er tot twee jaar terug netjes uitzag. Daarna is niets meer geregistreerd in het boekje. [eiser] ontkent dat tegen hem is gezegd dat de auto gebreken zou hebben. [gedaagden] heeft alleen gezegd dat het een inruilauto en meeneemauto is. [eiser] heeft echter niet gesteld en dit is ook niet gebleken dat hij naar aanleiding van de mededeling op de koopovereenkomst heeft geïnformeerd naar de staat van de auto. Het lag echter wel vanwege die mededeling in combinatie met de leeftijd van de auto, de kilometerstand en het feit dat het een inruilauto betreft voor de hand dat [eiser] enig onderzoek zou (laten) verrichten. 4.
  28. De conclusie is dat niet kan worden aangenomen dat de auto die [gedaagden] aan [eiser] heeft geleverd niet voldoet aan de koopovereenkomst die partijen hebben gesloten. De primaire vordering wordt om die reden afgewezen. Ook de vordering tot het terugnemen van de auto wordt gelet op het voorgaande afgewezen. dwaling 4.
  29. In het verlengde hiervan is het beroep van [eiser] op dwaling ongegrond. Hiervoor is immers geoordeeld dat [eiser] ten tijde van de koop van de auto geen onjuiste voorstelling van zaken had (of had moeten hebben). Daarom is van dwaling geen sprake, althans blijft die dwaling in de gegeven omstandigheden voor rekening en risico van [eiser] . Dit deel van de vordering wordt dus ook afgewezen. schadevergoeding 4.
  30. Het beroep van [eiser] op schadevergoeding is niet toewijsbaar, omdat geen sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst. conclusie 4.
  31. De vorderingen van [eiser] worden afgewezen. 4.
  32. [eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. Omdat [gedaagden] in persoon procedeert en op de zitting is verschenen, komen alleen de noodzakelijke reis-, verblijf-, en verletkosten voor vergoeding in aanmerking. Deze kosten worden tot en met vandaag aan haar kant ambtshalve vastgesteld op een forfaitair bedrag van € 50,
  33. 5De beslissing De kantonrechter 5.
  34. wijst de vorderingen van [eiser] af, 5.
  35. veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 50,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.
  36. verklaart dit vonnis wat de proceskosten betreft uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. D.D.M. Hazeu en in het openbaar uitgesproken op 15 januari
  37. Artikel 7:5 lid 1 sub a van het Burgerlijk Wetboek (BW). Artikel 7:17 lid 1,2, en 5 BW. Zie onder meer Hoge Raad 15 april 1994 (ECLI:NL:HR:1994:ZC1338).

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.