← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:3657

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Familie- en Jeugdrecht Locatie Alkmaar Zaaknummer: C/15/361905 / JU RK 25/212 Datum uitspraak: 24 maart 2025 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging van de ondertoezichtstelling in de zaak van de gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers, gevestigd in Amsterdam, hierna te noemen: de GI, over [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] , hierna te noemen: [de minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [plaats] . Als informant merkt de kinderrechter aan: [de vader] , hierna te noemen: de vader, wonende in [plaats] . De moeder en de vader hierna gezamenlijk te noemen: de ouders. 1Het verloop van de procedure 1.

  1. De kinderrechter neemt het volgende mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen van de GI, ontvangen op 11 februari
  2. 1.
  3. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 maart
  4. Daarbij waren aanwezig: - de moeder; - [vertegenwoordiger van de GI] , als vertegenwoordiger van de GI. 1.
  5. De vader is hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen en zonder bericht van afwezigheid niet verschenen. 2De feiten 2.
  6. Het ouderlijk gezag over [de minderjarige] wordt uitgeoefend door de moeder. [de minderjarige] woont nu nog met de moeder en zijn halfzusje [halfzusje] bij [verblijfplaats] in [plaats] . Op korte termijn zal het gezin verhuizen naar een zelfstandige woning in [plaats] . 2.
  7. De kinderrechter in deze rechtbank heeft [de minderjarige] bij beschikking van 26 januari 2021 voorlopig onder toezicht gesteld. Bij beschikking van 22 april 2021 is de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] definitief uitgesproken. Die ondertoezichtstelling is daarna telkens verlengd en duurt nu nog tot 21 april
  8. 3Het verzoek van de GI 3.
  9. De GI heeft de kinderrechter verzocht de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.
  10. Ter zitting heeft de GI het volgende naar voren gebracht. Sinds het indienen van het verzoekschrift is de situatie zodanig in positieve zin positief veranderd, dat niet langer sprake is van een ernstig ontwikkelingsbedreiging bij [de minderjarige] . Duidelijk is geworden waar de moeder en de kinderen ( [de minderjarige] en zijn halfzusje [halfzusje] ) zullen verblijven, waardoor de hulpverlening in het vrijwillig kader is opgezet. De resterende termijn van de ondertoezichtstelling is voldoende om de warme overdracht naar het vrijwillig kader te realiseren. Ondanks de eerder geuite zorgen over de bereidwilligheid van de moeder tot het toelaten van de hulpverlening in het vrijwillig kader, heeft de GI er nu voldoende vertrouwen in dat de moeder de opvoedondersteuning vanuit Parlan en de praktische ondersteuning vanuit de wijkconsulent (vanuit het WMO) zal accepteren. Daarnaast is de GI ervan overtuigd dat de ouders zich zullen inzetten voor een soortgelijk traject als Ouderschap Blijft, zoals zij zelf ook hebben aangegeven bij [naam] . 4De standpunten van de ouders De moeder 4.
  11. Ter zitting heeft de moeder naar voren gebracht dat zij de verlenging van de ondertoezichtstelling niet nodig vindt. Zij staat open voor de hulpverlening, ook in het vrijwillig kader. De vader 4.
  12. De vader is niet ter zitting verschenen. Uit het verzoekschrift leidt de kinderrechter af dat de vader zich kan vinden in het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] . Ook leidt de kinderrechter uit het verzoekschrift af dat de vader openstaat voor de nodige hulpverlening. 5De beoordeling 5.
  13. De kinderrechter is van oordeel dat niet langer wordt voldaan aan de vereisten voor de verlenging van de ondertoezichtstelling, zoals genoemd in artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek (hierna te noemen: BW) in samenhang met artikel 1:255 BW. Daarom zal zij het verzoek van de GI tot verlenging van de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] afwijzen. De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. 5.
  14. Gebleken is dat er op dit moment geen ernstige ontwikkelingsbedreigingen meer zijn die de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] rechtvaardigen. Gedurende de ondertoezichtstelling hebben de ouders, zowel individueel als gezamenlijk, stappen vooruit gezet. Tijdens de zitting is duidelijk geworden dat de moeder op zeer korte termijn zal verhuizen naar een zelfstandig appartement in [plaats] . Om de overstap van de begeleide woonomgeving van [verblijfplaats] naar de zelfstandigheid te waarborgen en de opvoedondersteuning aan de moeder te continueren, is de hulpverlening vanuit Parlan en het WMO ingekaderd. De overdracht vanuit [verblijfplaats] naar de hulpverlening in het vrijwillig kader moet nog plaatsvinden, maar de kinderrechter heeft er voldoende vertrouwen in dat de resterende termijn van de ondertoezichtstelling voldoende is om de warme overdracht te bewerkstelligen. Daarbij neemt de kinderrechter ook in overweging dat de moeder ter zitting heeft toegezegd zich te zullen openstellen voor de hulpverlening van het wijkteam, ondanks dat zij hen nog nooit heeft ontmoet. Het is de kinderrechter daarnaast gebleken dat de ouders positief staan tegenover een soortgelijk traject als Ouderschap Blijft, aangeboden door [naam] . De ouders erkennen de noodzaak van een goede samenwerking en communicatie, in het belang van hun zoon. Daarmee is de kinderrechter van oordeel dat de doelen van de ondertoezichtstelling, zoals deze blijken uit het verzoekschrift, voldoende zijn behaald. De GI heeft ter zitting dezelfde conclusie getrokken. 5.
  15. Ten overvloede merkt de kinderrechter het volgende op. De komende tijd staat de moeder en de kinderen een spannend periode te wachten, waarin veel zal veranderen. Ongetwijfeld zal dat veel impact hebben op het gezin. Gelet op wat de GI en de moeder ter zitting naar voren hebben gebracht, heeft de kinderrechter er alle vertrouwen in dat de moeder haar verantwoordelijkheid zal nemen en zich blijvend in zal zetten voor het welzijn van haar kinderen. Tegelijkertijd gaat de kinderrechter ervanuit dat ook de vader zich blijvend zal inzetten voor het welzijn en de ontwikkeling van [de minderjarige] . In ieder geval is al positief te noemen dat de omgangsbegeleiding tijdens de omgangsmoment tussen [de minderjarige] en de vader wordt stopgezet en de vader bij de GI te kennen heeft gegeven meer betrokken te willen zijn in het leven van [de minderjarige] . 6De beslissing De kinderrechter: wijst het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling af. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2025 door mr. E.G. van Roest, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. I.N. Inge als griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beslissing is vastgesteld en ondertekend op 1 april
  16. De griffier is buiten staat om te ondertekenen. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Amsterdam.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.