← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:3709

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 8394649 \ CV EXPL 20-2625 Uitspraakdatum: 19 februari 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1 [eiser 1], wonende te [plaats 1]

  1. [eiser 2],
  2. [eiser 3], pro se en in hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger voor zijn minderjarige kinderen [minderjarige 1] en [minderjarige 2], allen wonende te [plaats 2]
  3. [eiser 4],
  4. [eiser 5], beiden wonende te [plaats 1]
  5. [eiser 6],
  6. [eiser 7],
  7. [eiser 8], allen wonende te [plaats 1] eisers hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp (EUclaim B.V.) tegen De buitenlandse vennootschap British Airways Plc gevestigd te Cardiff (Verenigd Koninkrijk) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. J.J.O. Zandt (Ploum Rotterdam Law Firm) De zaak in het kort De passagiers hebben van de vervoerder compensatie gevraagd voor een meer dan 3 uur vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van (een doorwerking van) buitengewone omstandigheden, namelijk slechte weersomstandigheden. Het betoog van de vervoerder slaagt niet. De vordering wordt toegewezen. 1Het procesverloop 1.
  8. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek;- de akte eisers. 1.
  9. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  10. De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder passagier 1 op 19 en 20 juli 2019 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport via Heathrow International Airport, Londen (Verenigd Koninkrijk) naar Hong Kong International Airport, met vluchtcombinatie BA441 en VS
  11. Passagiers 2 en 3 op 19 en 20 juli 2019 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport via Heathrow International Airport, Londen (Verenigd Koninkrijk) naar OR Tambo International Airport, Johannesburg (Zuid-Afrika), met vluchtcombinatie BA441 en BA
  12. Passagiers 4, 5 en 6 op 19 en 20 juli 2019 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport via Heathrow International Airport, Londen (Verenigd Koninkrijk) en OR Tambo International Airport, Johannesburg (Zuid-Afrika) naar Hosea Kutako International Airport, Windhoek (Namibië), met vluchtcombinatie BA441, BA57 en BA
  13. 2.
  14. De vervoerder heeft vlucht BA441 van Amsterdam naar Londen (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagiers hebben de overstap op de aansluitende vluchten gemist. De passagiers zijn omgeboekt naar alternatieve vluchten waarmee zij met een vertraging van meer dan drie uur zijn aangekomen op de eindbestemmingen. 2.
  15. De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.
  16. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
  17. De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 6.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van vertraging tot aan de dag der algehele voldoening;- € 816,75 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.
  18. De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening). 3.
  19. De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging van de vlucht gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening). 4De beoordeling 4.
  20. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
  21. Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van (een doorwerking van) buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. 4.
  22. Volgens de vervoerder maakte de vlucht in kwestie onderdeel uit van de rotatievlucht Londen-Amsterdam-Londen (vluchtnummers BA440 en BA441). Vlucht BA440 van Londen naar Amsterdam werd met 41 minuten vertraging uitgevoerd vanwege slechte weersomstandigheden. Ter onderbouwing heeft de vervoerder weerrapporten over Heathrow International Airport en Amsterdam-Schiphol Airport overgelegd. De luchtverkeersleiding besloot om het toestel langer aan de grond te houden door de slechte weersomstandigheden. Hierdoor kon de vlucht niet op de geplande vertrektijd vertrekken. De vlucht is uiteindelijk met een vertraging van 41 minuten aangekomen te Amsterdam. Vlucht BA441 kreeg ‘slot delays’ opgelegd door restricties op Heathrow Airport. Bij aankomst liep de vertraging op tot 92 minuten door ‘slot delays’. Echter, de aankomstvertraging van vlucht BA441 in Londen werd ingelopen tot 77 minuten. Deze restricties en de weersomstandigheden moeten aangemerkt worden als buitengewone omstandigheden, omdat de vervoerder geen invloed kan uitoefenen op een besluit van de luchtverkeersleiding. De vervoerder moet de restricties van de luchtverkeersleiding opvolgen. De vertraging was hier het gevolg van. 4.
  23. De passagiers betwisten dit. De vervoerder heeft niet met stukken onderbouwd dat er door de luchtverkeersleiding restricties waren opgelegd aan vluchten BA440 en BA
  24. Daarnaast heeft de vervoerder niet met een deugdelijk meteorologisch rapport aangetoond dat er niet vertrokken kon worden uit Amsterdam en geland kon worden in Londen. De passagiers stellen dat het weer goed genoeg was om te vliegen. Ter onderbouwing hebben zij weerrapporten van de luchthavens Amsterdam-Schiphol Airport en Heathrow International Airport overgelegd, waaruit blijkt dat dat er geen sprake was van verhinderende weersomstandigheden. Met betrekking tot de vlucht in kwestie heeft de vervoerder ook geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat er ‘slot delays’ waren opgelegd aan de vlucht. 4.
  25. De vervoerder brengt hier tegenin dat vlucht BA440 meerdere ‘slot delays’ opgelegd heeft gekregen en een langere taxitijd. Vlucht BA440 had 54 minuten vertraging door ‘slot delays’, 37 minuten vertraging door een extra taxi out tijd en 6 minuten vertraging door een extra taxi in tijd. Een ‘slot delay’ is niet inherent aan de normale bedrijfsoefening en de vervoerder had hier geen invloed op. De taxi out tijd was het langst van het seizoen en de vervoerder kon hier geen invloed op uitoefenen. De vervoerder heeft de vertraging met 5 minuten ingelopen. Ter onderbouwing heeft de vervoerder een CFMU-rapport, ‘Seasonal Block Time rapport’ overgelegd. Bij aankomst op de luchthaven in Schiphol heeft de vervoerder nog eens 7 minuten ingehaald. De vlucht in kwestie had een ‘start-up delay’ van 2 minuten. Dit kwalificeert volgens de vervoerder als een buitengewone omstandigheid en verwijst naar een uitspraak van de rechtbank. Dat betekent dat de vlucht in kwestie een vertrekvertraging had van 87 minuten. Onderweg had de vlucht 10 minuten vertraging ingelopen, waardoor de vlucht een aankomstvertraging had van 77 minuten. Hierdoor hebben de passagiers hun aansluiting gemist. 4.
  26. Het verweer van de vervoerder dat de vlucht is vertraagd wegens langere taxi-out tijden en ‘start-up delays’, is eerst bij conclusie van dupliek naar voren gebracht door de vervoerder. De vervoerder heeft niet toegelicht waarom hij de hiervoor uiteengezette standpunten eerst in dupliek heeft ingenomen en gesteld noch gebleken is dat hij dit niet al bij conclusie van antwoord naar voren heeft kunnen brengen. Hiertoe was hij op grond van het in artikel 128 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering neergelegde vereiste van concentratie van verweer wel gehouden. Nu hij dit heeft nagelaten, is dit verweer tardief. De kantonrechter zal dan ook aan dit verweer voorbij gaan. 4.
  27. De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder onvoldoende met stukken onderbouwd heeft dat er sprake was van buitengewone omstandigheden en in hoeverre dit is ontstaan door deze slechte weersomstandigheden en de ‘slot delays’. Weliswaar heeft de vervoerder weersrapporten overgelegd waaruit blijkt dat er vertraging is ontstaan door slecht zicht, hij heeft niet de overige vertragingsoorzaken met stukken aangetoond. Het had op de weg van de vervoerder gelegen om onder meer vluchtrapporten van beide vluchten over te leggen, waaruit blijkt dat er restricties waren opgelegd aan de vluchten. Nu is niet vast komen te staan dat de vertraging het gevolg is van (een doorwerking van) buitengewone omstandigheden. De vordering zal toegewezen worden aan de passagiers. 4.
  28. De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. Passagier sub 1 heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij buitengerechtelijke werkzaamheden heeft laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven uit het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II. De tarieven uit het Besluit worden redelijk geacht. Het gevorderde bedrag is hoger dan het tarief dat in het Besluit is bepaald. De kantonrechter zal de vordering daarom toewijzen tot het wettelijke tarief, namelijk € 108,90 (inclusief btw), en voor het overige afwijzen. 4.
  29. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten is ook toewijsbaar, behalve dat deze wordt toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding. Passagier sub 1 heeft daar in ieder geval vanaf die datum recht op. Het is niet gesteld of gebleken dat hij dit ook al vanaf een eerdere datum had. 4.
  30. De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
  31. veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 6108,90, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 6.000,00 vanaf 20 juli 2019, en over € 108,90 vanaf 30 december 2019, tot aan de dag van voldoening van deze bedragen; 5.
  32. veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd: dagvaarding € 99,01;griffierecht € 236,00;salaris gemachtigde € 847,50; vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis; 5.
  33. veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 169,50 aan nakosten, voor zover de passagiers daadwerkelijk nakosten zullen maken, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis; 5.
  34. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 5.
  35. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.