RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 10847567 \ CV EXPL 23-8264 Uitspraakdatum: 26 maart 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: de vennootschap naar het recht harer vestiging AirHelp Germany GmbH gevestigd te Berlijn (Duitsland) eiseres hierna te noemen: AirHelp gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services) tegen de buitenlandse vennootschap Egyptair Airlines Company gevestigd te Caïro (Egypte) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. T. Teke (Warendorf advocaten) De zaak in het kort AirHelp heeft van de vervoerder compensatie gevraagd voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van een buitengewone omstandigheid, namelijk een botsing tussen de vrachtlader en het vliegtuig. Het betoog van de vervoerder slaagt niet. De vordering van AirHelp wordt toegewezen. 1Het procesverloop 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- [betrokkene 1] en [betrokkene 2] (hierna: de passagiers) hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 1 september 2022 vervoeren van Amsterdam Schiphol Airport via Caïro International Airport (Egypte) naar Bin Abdulaziz Airport, Medina (Saudi-Arabië), met vluchtcombinatie MS758 en MS
- 2.
- De vervoerder heeft vlucht MS758 van Amsterdam naar Caïro geannuleerd. De passagiers zijn omgeboekt naar een alternatieve vlucht en zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming. 2.
- De passagiers hebben hun eventuele vorderingsrecht overgedragen aan AirHelp. 2.
- AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.
- De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
- AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- en de proceskosten. 3.
- AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening). 3.
- De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering van de vlucht gevolg was van een buitengewone omstandigheid. Dit kon ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening). 4De beoordeling 4.
- De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
- Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van een buitengewone omstandigheid die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen kon worden. 4.
- De vervoerder voert aan dat er sprake was van een buitengewone omstandigheid, namelijk dat de vrachtlader van Swissport tegen het toestel is aangebotst. Dit veroorzaakte schade aan het toestel, namelijk een kras van 15 centimeter. Het toestel moest eerst geïnspecteerd en gerepareerd worden, voordat het vrijgegeven kon worden. De vervoerder had hier geen invloed op. Ter onderbouwing heeft de vervoerder stukken overgelegd, waaruit hoort te blijken dat de schade is veroorzaakt door Swissport en niet door vervoerder zelf. 4.
- AirHelp betwist dit. Volgens AirHelp is de botsing inherent aan de normale uitoefening van de activiteiten van de vervoerder en verwijst naar een uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie. De kantonrechter overweegt dat het Hof heeft geoordeeld dat een botsing met een mobiele vliegtuigtrap of loopbrug niet aangemerkt kan worden als een buitengewone omstandigheid, omdat ze onmisbaar zijn in het luchtvervoer van passagiers. Daarom worden luchtvaartmaatschappijen regelmatig geconfronteerd met situaties die het gevolg zijn van het gebruik van deze apparaten. Dit geldt ook voor vrachtladers die de bagage van de passagiers in het toestel laden. Deze zijn immers ook onmisbaar in het luchtvervoer van passagiers. Gelet op het voorgaande oordeelt de kantonrechter dat er geen sprake is van een buitengewone omstandigheid in de zin van de Verordening. De kantonrechter komt daarom niet toe aan de beantwoording van de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om de annulering dan wel vertraging ten gevolge van de annulering te voorkomen. Het betoog van de vervoerder slaagt niet. De vordering van de hoofdsom zal worden toegewezen aan AirHelp. 4.
- Ten slotte heeft de vervoerder aangevoerd dat de nevenvorderingen niet toewijsbaar zijn, omdat hij rauwelijks is gedagvaard. In de aanmaning heeft AirHelp namens de passagiers compensatie gevorderd, terwijl AirHelp de eisende partij is. AirHelp had een aanmaning moeten sturen namens de juiste eisende partij. 4.
- De kantonrechter overweegt als volgt. De e-mail luidt – voor zover relevant – als volgt: ‘On behalf of the following passenger, commissioned by AirHelp, I hereby would like to address the following’. Daarmee is voldoende aangetoond dat de aanmaning van 15 mei 2023 (mede) namens AirHelp is verstuurd en dus door de juiste partij aan de vervoerder is verzonden. Daarnaast heeft de vervoerder niet betwist dat de aanmaning hem heeft bereikt. Van rauwelijks dagvaarden is dan ook geen sprake. 4.
- De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door AirHelp worden gemaakt. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling aan AirHelp van € 1200,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 september 2022, tot aan de dag van voldoening van dit bedrag; 5.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van AirHelp tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd: dagvaarding € 129,14;griffierecht € 328,00;salaris gemachtigde € 408,00; 5.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 102,00 aan nakosten, voor zover AirHelp daadwerkelijk nakosten zullen maken; 5.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter HvJEU 14 november 2014, C-394/14, ECLI:EU:C:2014:2377.