← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:3721

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 10500357 \ CV EXPL 23-2852 Uitspraakdatum: 26 maart 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1 [eiser 1], wonende te [plaats 1]

  1. [eiser 2]wonende te [plaats 2]
  2. [eiser 3]wonende te [plaats 3]
  3. [eiser 4]wonende te [plaats 4]
  4. [eiser 5],
  5. [eiser 6], beiden wonende te [plaats 2] eisers hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers gemachtigde: [gemachtigde] (Yource B.V.) tegen de vennootschap naar buitenlands recht British Airways Plc gevestigd te Cardiff (Verenigd Koninkrijk) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. J.J.O. Zandt (Ploum Rotterdam Law Firm) De zaak in het kort De passagiers hebben van de vervoerder compensatie gevraagd voor een meer dan 3 uur vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de passagiers geen vorderingsrecht hebben, omdat de vertraagde vlucht niet onder het toepassingsbereik van de Verordening 261/2004 valt. De vlucht werd na het einde van het Terugtrekkingsakkoord uitgevoerd. Het betoog van de vervoerder slaagt. De vordering wordt afgewezen. 1Het procesverloop 1.
  6. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.
  7. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  8. De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 11 maart 2023 vervoeren van Heathrow International Airport, Londen (Verenigd Koninkrijk) naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht BA442 (hierna: de vlucht). 2.
  9. De vervoerder had de vlucht vertraagd uitgevoerd. De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming. 2.
  10. De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.
  11. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
  12. De passagiers vorderen, na een vermindering van eis, dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.700,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- € 502,15 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten. 3.
  13. Ook verzoeken de passagiers de kantonrechter om een certificaat af te geven als bedoeld in artikel 53 van de herziene EEX-Verordening 1215/2012 (hierna: de Brussel I bis-Verordening). 3.
  14. De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 300,00 per passagier voor passagiers sub 1,2,5 en 6 en € 250,00 per passagiers voor passagiers sub 3 en 4 (artikel 7 van de Verordening). 3.
  15. De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling. 4De beoordeling 4.
  16. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
  17. De kantonrechter oordeelt dat hij ambtshalve gehouden is te toetsen of de onderhavige vordering onder het toepassingsbereik van de Verordening valt. De kantonrechter beantwoordt deze vraag ten aanzien van de passagiers vooralsnog ontkennend. Het volgende is hiervoor redengevend. 4.
  18. Artikel 3, lid 1, van de Verordening luidt als volgt: “Deze verordening is van toepassing a. op passagiers die vertrekken vanaf een luchthaven die gelegen is op het grondgebied van een lidstaat waarop het Verdrag van toepassing is; b. op passagiers die vertrekken vanaf een in een derde land gelegen luchthaven naar een luchthaven op het grondgebied van een lidstaat waarop het Verdrag van toepassing is, tenzij zij bepaalde voordelen of compensatie hebben ontvangen en bijstand hebben gekregen in dat derde land, indien de luchtvaartmaatschappij die de vlucht in kwestie uitvoert, een communautaire luchtvaartmaatschappij is”. 4.
  19. Nu Londen als vertrekplaats moet worden aangemerkt, is de luchthaven van vertrek buiten de EU gelegen, zodat niet wordt voldaan aan artikel 3, lid 1, aanhef en sub a van de Verordening. De kantonrechter stelt vast dat de vervoerder is gevestigd in het Verenigd Koninkrijk, dat op 31 januari 2020 de Europese Unie heeft verlaten (de zogenaamde ‘Brexit’). In dat kader is tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie het zogenaamde Terugtrekkingsakkoord gesloten, dat voorziet in een overgangsperiode die op 31 december 2020 is geëindigd. Dit houdt in dat de vervoerder op de geplande vluchtdatum, 11 maart 2023, niet als een communautaire luchtvaartmaatschappij is aan te merken, zodat er evenmin is voldaan aan artikel 3, lid 1, aanhef en sub b van de Verordening. De kantonrechter is dan ook voorshands van oordeel dat de Verordening niet van toepassing is op de betreffende vlucht. 4.
  20. De passagiers zullen in het ongelijk worden gesteld. Daarom zullen zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. 4.
  21. De gevorderde afgifte van het certificaat als bedoeld in artikel 53 van de Brussel I bis-Verordening wordt bij gebrek aan belang afgewezen. Een dergelijk certificaat is bedoeld voor de tenuitvoerlegging van beslissingen in een EU-lidstaat en de vervoerder is niet in een lidstaat gevestigd. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
  22. wijst de vordering af; 5.
  23. veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 408,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 102,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening; 5.
  24. verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.