RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11324875 \ CV EXPL 24-6757 Uitspraakdatum: 2 april 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: de vennootschap naar het recht harer vestiging AirHelp Germany GmbH gevestigd te Berlijn (Duitsland) eiseres hierna te noemen: AirHelp gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services) tegen de buitenlandse vennootschap Air Europa Lineas Aereas S.A. gevestigd te Balearen (Spanje) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. N. Bekri (De La Fuente Advocaten) De zaak in het kort AirHelp heeft van de vervoerder (onder meer) compensatie gevraagd in verband met een vermeende vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming te Amsterdam. De kantonrechter oordeelt echter dat de Verordening in onderhavig geval niet van toepassing is, nu de passagier door de vervoerder is aangemerkt als ‘no-show’. De vordering van AirHelp wordt daarom afgewezen. 1Het procesverloop 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding; - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- [betrokkene] (hierna: de passagier) heeft een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hem op 12 juli 2024 moest vervoeren van Punta Cana International Airport (Dominicaanse Republiek) naar Madrid-Barajas International Airport (Spanje) en op 13 juli 2024 van Madrid naar Amsterdam-Schiphol Airport (hierna: de vlucht), met de vluchtcombinatie UX034 en UX
- 2.
- De passagier heeft zijn vermeende vorderingsrecht middels cessie overgedragen aan AirHelp. 2.
- AirHelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd in verband met een vermeende vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming te Amsterdam. 2.
- De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
- AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente; - de nakosten. 3.
- AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,
- 3.
- De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling ingegaan. 4De beoordeling 4.
- De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
- De vervoerder betwist dat de Verordening in onderhavig geval van toepassing is. Hij voert in dit verband aan dat de vlucht niet vertraagd is uitgevoerd en dat de passagier is aangemerkt als ‘no-show’. De passagier heeft zich dan ook niet tijdig bij de incheckbalie gemeld, aldus de vervoerder. 4.
- De kantonrechter overweegt als volgt. Uit de Verordening volgt dat voor toepassing van de Verordening onder meer is vereist dat de passagier zich – behalve in geval van annulering – bij de incheckbalie meldt. De vervoerder heeft gemotiveerd betwist dat de passagier zich (tijdig) bij de incheckbalie heeft gemeld. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft hij een afschrift van de ‘Passenger Name Record’ overgelegd. Hieruit blijkt dat hij een ‘no-show’ was. De verantwoordelijkheid om tijdig bij de gate te zijn ligt bij de passagier, hetgeen hij heeft nagelaten. Daarmee heeft hij niet aan de voorwaarden voor toepassing van de Verordening voldaan. De vordering van AirHelp zal daarom worden afgewezen. 4.
- AirHelp zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
- wijst de vordering af; 5.
- veroordeelt AirHelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 270,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder; en veroordeelt AirHelp tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt; 5.
- verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Artikel 7 van de Verordening. Artikel 3 lid 2 van de Verordening.