← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:3916

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 10831246 \ CV EXPL 23-7974 Uitspraakdatum: 9 april 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: de rechtspersoon naar buitenlands recht AirHelp Germany GmbH gevestigd te Berlijn, Duitsland eiseres hierna te noemen: AirHelp gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services) tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht Royal Air Maroc gevestigd te Amsterdam gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. T. Teke (Warendorf Advocaten en Notarissen) De zaak in het kort AirHelp heeft compensatie namens een passagier gevorderd vanwege een vertraagde vlucht. AirHelp heeft deze vordering echter al eerder bij de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland een ingesteld. In die procedure is AirHelp niet-ontvankelijk verklaard. De vervoerder doet een beroep op het gezag van gewijsde van dat vonnis. Het verweer van de vervoerder slaagt. AirHelp wordt niet-ontvankelijk verklaard. AirHelp wordt in de werkelijke proceskosten van de vervoerder veroordeeld omdat er hier sprake was van misbruik van procesrecht. 1Het procesverloop 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  3. [betrokkene] (hierna: de passagier) heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 16 juli 2022 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Tanger, Marokko, met vlucht AT1643 (hierna: de vlucht). 2.
  4. AirHelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.
  5. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
  6. AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.
  7. AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder de vlucht met een vertraging van meer dan drie uur heeft uitgevoerd. Daarnaast stelt zij dat de passagier zijn vermeende vorderingsrecht aan haar heeft overgedragen. Zij stelt dat de vervoerder haar daarom en vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,-. 3.
  8. De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling van het geschil. 4De beoordeling 4.
  9. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
  10. De vervoerder stelt dat AirHelp niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Volgens hem AirHelp al eerder dezelfde vordering ingesteld bij de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland. In die procedure is al op 18 oktober 2023 vonnis gewezen. De vervoerder doet een beroep op het gezag van gewijsde van dat vonnis. AirHelp heeft daar tegenin gebracht dat in de eerdere procedure nog niet inhoudelijk over de vordering is geoordeeld. 4.
  11. Het verweer van de vervoerder slaagt. In het vonnis van 18 oktober 2023 heeft de kantonrechter AirHelp – samengevat – niet-ontvankelijk verklaard omdat niet vast was komen te staan dat de passagier zijn vorderingsrecht (geldig) aan AirHelp had overgedragen. Het vonnis van 18 oktober 2023 is in kracht van gewijsde gegaan. Het gaat in dit geschil om dezelfde rechtsbetrekking, namelijk het eventuele aan AirHelp overgedragen vorderingsrecht van de passagier. Dat betekent dat de kantonrechter hier niet nogmaals over kan oordelen, ook als AirHelp in deze procedure hier nader bewijs van zou hebben geleverd. Dit betekent dat AirHelp ook in deze procedure niet-ontvankelijk zal worden verklaard. 4.
  12. De vervoerder vordert vergoeding van de werkelijke proceskosten. De kantonrechter overweegt dat een veroordeling in de volledige proceskosten volgens vaste jurisprudentie alleen toewijsbaar is in geval van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen. Daarvan is pas sprake als het instellen van de vordering, gelet op de evidente ongegrondheid ervan, in verband met de betrokken belangen van de wederpartij, achterwege had behoren te blijven. Hiervan kan pas sprake zijn als de eiser zijn vordering baseert op feiten en omstandigheden waarvan hij de onjuistheid kende dan wel behoorde te kennen of op stellingen waarvan hij op voorhand moest begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden. Bij het aannemen van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen door het voeren van een procedure past terughoudendheid, gelet op het recht op toegang tot de rechter dat mede gewaarborgd wordt door artikel 6 EVRM. 4.
  13. AirHelp heeft deze vordering al ingesteld in de procedure van 18 oktober
  14. De kantonrechter oordeelt, gelet op deze en alle andere omstandigheden van het geval, dat AirHelp daarom haar vordering heeft gebaseerd op stellingen waarvan zij op voorhand in ieder geval moest begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden vanwege het gezag van gewijsde van het eerder gewezen vonnis. De vordering was daarmee evident ongegrond en had achterwege moeten blijven, gelet op onder meer het belang van de vervoerder om geen dubbele proceskosten te maken. De kantonrechter oordeelt daarom dat er in dit geval sprake was van misbruik van procesrecht. 4.
  15. De werkelijke kosten die door de vervoerder in deze procedure zijn gemaakt komen daarom voor vergoeding in aanmerking, voor zover die in redelijkheid zijn gemaakt. De vervoerder heeft zijn werkelijke proceskosten begroot op een bedrag van € 1.500,- exclusief btw. AirHelp heeft de hoogte van het door de vervoerder begrote bedrag niet betwist. De hoogte van het bedrag komt de kantonrechter ook niet onredelijk voor. Daarom zal de kantonrechter de vordering van de vervoerder tot veroordeling van AirHelp in de werkelijke proceskosten van € 1.500,- toewijzen. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
  16. verklaart AirHelp niet-ontvankelijk; 5.
  17. veroordeelt AirHelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 1.500,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder; 5.
  18. verklaart dit vonnis, voor wat de proceskostenveroordeling betreft, uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Artikel 7 van de Verordening. Zoals bedoeld in artikel 236 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) HR 29 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA
  19. HR 6 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV7828.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.