RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 10860741 \ CV EXPL 24-26 Uitspraakdatum: 19 maart 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: de vennootschap naar het recht harer vestiging AirHelp Germany GmbH gevestigd te Berlijn (Duitsland) eiseres hierna te noemen: AirHelp gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services) tegen de buitenlandse vennootschap Egyptair Airlines Company gevestigd te Caïro (Egypte) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. T. Teke (Warendorf Advocaten) De zaak in het kort AirHelp heeft van de vervoerder (onder meer) compensatie gevraagd voor een meer dan drie uur vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk het ontbreken van voldoende personeel bij de security check op Schiphol als gevolg van de COVID-19 pandemie en een defecte gate printer. Dit laatste betoog van de vervoerder slaagt. Daarnaast heeft hij alle redelijke maatregelen genomen om de vertraging te voorkomen. De vordering van AirHelp wordt daarom afgewezen. 1Het procesverloop 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding; - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- [betrokkene] (hierna: de passagier) heeft een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hem op 13 november 2022 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport via Caïro International Airport (Egypte) naar Entebbe Airport (Oeganda), met de vluchtcombinatie MS758 en MS
- 2.
- De vervoerder heeft vlucht MS758 van Amsterdam naar Caïro (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagier is met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming. 2.
- De passagier heeft zijn vermeende vorderingsrecht middels cessie overgedragen aan AirHelp. 2.
- AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.
- De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
- AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente; - de nakosten. 3.
- AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,
- 3.
- De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling ingegaan. 4De beoordeling 4.
- De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
- Vast staat dat de passagier met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming is aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. 4.
- De vervoerder stelt in dit verband dat de vlucht onder meer met 5 minuten vertraging is uitgevoerd door drukte op Schiphol. Er was sprake van een groot tekort aan (met name) beveiligingspersoneel. Dit heeft volgens de vervoerder onder meer geleid tot lange(re) rijen bij de security check en beperkingen door de luchtverkeersleiding. 4.
- De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder onvoldoende heeft onderbouwd dat er op 13 november 2022 sprake was van bovengemiddelde drukte op Schiphol. Weliswaar heeft hij verschillende publicaties en nieuwsartikelen overgelegd, echter deze stukken zien niet op het najaar van
- Bovendien heeft hij onvoldoende onderbouwd dat het toestel moest wachten op toestemming om te mogen vertrekken. Het ontbreken van voldoende personeel bij de security check op Schiphol levert als zodanig dan ook geen buitengewone omstandigheid op. 4.
- Daarnaast stelt de vervoerder dat er op 13 november 2022 sprake was van een inactieve gate printer. Dit heeft blijkens het overgelegde vluchtoverzicht tot een vertraging van 20 minuten geleid, aldus de vervoerder. AirHelp heeft dit niet betwist, zodat dit vast is komen te staan. De kantonrechter is daarom van oordeel dat de vertraging voor de duur van 20 minuten is veroorzaakt door een buitengewone omstandigheid. 4.
- Als onbetwist staat vast dat de buitengewone omstandigheid ertoe heeft geleid dat de passagier zijn aansluitende vlucht heeft gemist. Als er geen buitengewone omstandigheid was opgetreden had de passagier de aansluitende vlucht dus kunnen halen. Daarom is de uiteindelijke vertraging van de passagier op de eindbestemming het gevolg van een buitengewone omstandigheid. 4.
- Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging te beperken. De vervoerder stelt in dit verband dat hij geen invloed had op de omstandigheden op Schiphol, maar dat hij de passagier zo snel mogelijk naar de eindbestemming heeft vervoerd. AirHelp heeft dit onvoldoende gemotiveerd betwist. Niet valt in te zien welke maatregelen de vervoerder nog meer of anders had kunnen nemen om de vertraging te voorkomen. Daarom heeft de vervoerder alle redelijke maatregelen genomen. De vordering van AirHelp zal daarom worden afgewezen. 4.
- AirHelp zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover de vervoerder daadwerkelijk nakosten zal maken. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
- wijst de vordering af; 5.
- veroordeelt AirHelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 270,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder; en veroordeelt AirHelp tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt; 5.
- verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Artikel 7 van de Verordening. Artikel 5 lid 3 van de Verordening.