RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 10677984 \ CV EXPL 23-5648 Uitspraakdatum: 9 april 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: de vennootschap naar het recht harer vestiging AirHelp Germany GmbH gevestigd te Berlijn (Duitsland) eiseres hierna te noemen: AirHelp gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services) tegen de besloten vennootschap KLM Cityhopper B.V. gevestigd te Schiphol gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigden: mr. R.L.S.M. Pessers en mr. B.E. Struijk (Van Traa Advocaten) De zaak in het kort AirHelp heeft van de vervoerder (onder meer) compensatie gevraagd voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een crewtekort door COVID-19 maatregelen. Het betoog van de vervoerder slaagt. Daarnaast heeft hij alle redelijke maatregelen genomen. De vordering van AirHelp wordt daarom afgewezen. 1Het procesverloop 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding; - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- [betrokkene] (hierna: de passagier) heeft een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder haar op 10 januari 2022 moest vervoeren van Prague Vaclav Havel Airport (Tsjechië) naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht KL1350 (hierna: de vlucht). 2.
- De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. 2.
- De passagier heeft haar vermeende vorderingsrecht gecedeerd aan AirHelp. 2.
- AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.
- De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
- AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 250,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente; - de nakosten. 3.
- AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,
- 3.
- De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling ingegaan. 4De beoordeling 4.
- De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
- Niet in geschil is dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. 4.
- De vervoerder stelt in dit verband dat de vlucht is geannuleerd vanwege de coronapandemie en de daardoor geldende beperkende overheidsmaatregelen, meer in het bijzonder een tekort aan bemanningsleden ten gevolge van de in Nederland geldende quarantaineverplichtingen. Uitsluitend als gevolg van die maatregelen zaten er op de datum van de vlucht 45 bemanningsleden verplicht in quarantaine. Daardoor moest onder meer de vlucht in kwestie worden geannuleerd. Dit was niet het geval geweest als de bemanningsleden die in quarantaine zaten op basis van de overheidsregels beschikbaar waren geweest, aldus de vervoerder. 4.
- Vast staat dat er op 10 januari 2022 sprake was van een wereldwijde corona uitbraak en dat de coronapandemie grote gevolgen heeft gehad voor de luchtvaart. De kantonrechter overweegt dat de Europese Commissie heeft aangegeven dat de maatregelen die overheden nemen om de COVID-19-pandemie in te perken naar hun aard en oorsprong niet inherent zijn aan de normale uitoefening van de activiteiten van luchtvaartmaatschappijen en dat daarmee de coronacrisis valt aan te merken als een buitengewone omstandigheid. Hoewel de kantonrechter niet gehouden is aan de richtsnoeren, nu dit geen geldend recht is, kunnen deze wel richtinggevend zijn. 4.
- De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder, onder verwijzing naar de als productie 8 bij antwoord overgelegde stroomschema’s, voldoende heeft onderbouwd dat hij als gevolg van de strikte quarantaineverplichtingen te kampen had met een zodanig lage bezettingscapaciteit dat hij geen andere keuze had dan tot annulering van 47 vluchten over te gaan. Dit is een omstandigheid die, anders dan bij ziekte en/of overlijden van bemanningsleden, niet binnen de risicosfeer van de vervoerder valt. De onderhavige situatie valt naar het oordeel van de kantonrechter dan ook niet onder de reikwijdte van het arrest van het Hof van 11 mei
- De vervoerder heeft verder aangevoerd dat hij bij het annuleren van vluchten zijn planning zo heeft ingericht dat hij ieder geval zoveel mogelijk bestemmingen kon blijven aandoen (‘skeleton netwerk’). De kantonrechter begrijpt dat de vervoerder daarom de frequentie van zijn vluchten van Praag naar Amsterdam heeft gereduceerd. De kantonrechter is verder van oordeel dat de vervoerder voldoende heeft onderbouwd dat het niet mogelijk was om eerder op de annulering van de vlucht te anticiperen, omdat er voortdurend personeel in- en uit quarantaine ging. 4.
- De kantonrechter is alles bij elkaar genomen van oordeel dat het beroep op buitengewone omstandigheden slaagt. De kantonrechter ziet geen aanleiding om van zijn huidige lijn in jurisprudentie af te wijken. 4.
- Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging van de passagier op de eindbestemming als gevolg van de annulering zoveel mogelijk te voorkomen dan wel te beperken. De vervoerder voert in dit verband aan dat hij de passagier heeft omgeboekt op de eerst beschikbare alternatieve vluchten naar de eindbestemming. Niet gebleken is dat deze vluchten geen redelijk alternatief vormen. In de gegeven omstandigheden kon er niet meer van de vervoerder worden verwacht. Daarom heeft de vervoerder alle redelijke maatregelen genomen. De vordering van AirHelp zal daarom worden afgewezen. 4.
- De proceskosten komen voor rekening van AirHelp, omdat zij ongelijk krijgt. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
- wijst de vordering af; 5.
- veroordeelt AirHelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 164,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder; en veroordeelt AirHelp tot betaling van € 41,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis; 5.
- verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Artikel 7 van de Verordening. Artikel 5 lid 3 van de Verordening. Richtsnoeren betreffende de EU-verordeningen inzake passagiersrechten in de context van de ontwikkeling van COVID-
- Hof van 11 mei 2023 (C-156/22 tot en met C-158/22, ECLI:EU:C:2023:393).