RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 10768377 \ CV EXPL 23-7056 Uitspraakdatum: 9 april 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1 [eiser 1]
- [eiser 2] beiden wonende te [plaats 1]
- [eiser 3]
- [eiser 4] beiden wonende te [plaats 2] eisers hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers gemachtigde: [gemachtigde] (Yource B.V.) tegen de vennootschap naar buitenlands recht Royal Air Maroc gevestigd te Casablanca (Marokko) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. T. Teke (Warendorf Advocaten en Notarissen) De zaak in het kort De passagiers hebben van de vervoerder (onder meer) compensatie gevraagd voor een meer dan drie uur vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een groot tekort aan (met name) beveiligingspersoneel op Schiphol. Het beroep op buitengewone omstandigheden faalt. De vordering van de passagiers wordt daarom (gedeeltelijk) toegewezen. 1Het procesverloop 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding; - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen op 6 augustus 2022 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Nador International Airport (Marokko), met vlucht AT1681 (hierna: de vlucht). 2.
- De vervoerder heeft een schemawijziging doorgevoerd. De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming. 2.
- De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.
- De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
- De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van het incident tot aan de dag der algehele voldoening;- € 290,40, althans een in redelijke justitie door de rechtbank te bepalen bedrag, aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten. 3.
- De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,00 per passagier. 3.
- Ook verzoeken de passagiers de kantonrechter om een certificaat af te geven zoals bedoeld in artikel 53 van de herziene EEX-Verordening 1215/2012 (hierna: de Brussel I bis-Verordening. 3.
- De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling ingegaan. 4De beoordeling 4.
- De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
- De vervoerder voert aan dat de passagiers in hun vordering niet-ontvankelijk moeten worden verklaard en betwist in dit verband dat zij Yource B.V. hebben gemachtigd om hen in deze procedure te vertegenwoordigen. 4.
- Het niet-ontvankelijkheidsverweer van de vervoerder faalt. De kantonrechter stelt vast dat de handtekeningen van de passagiers op de volmachten iets afwijken van de handtekeningen op de identiteitsbewijzen van de passagiers. De kantonrechter is echter van oordeel dat de passagiers met het overleggen van de boekingsdocumenten, kopieën van hun paspoorten en de volmachten voldoende hebben onderbouwd dat zij Yource B.V. hebben gemachtigd om namens hen te procederen. 4.
- Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. 4.
- De vervoerder heeft een beroep gedaan op buitengewone omstandigheden. Hij stelt in dit verband dat er in de zomer van 2022 sprake was van een groot tekort aan (met name) beveiligingspersoneel op Schiphol. Dit heeft volgens de vervoerder geleid tot restricties door de luchtverkeersleiding in de vorm van een capaciteitsreductie en tot uitstel van de vertrektijd van de vlucht. 4.
- De kantonrechter overweegt als volgt. Hoewel de vervoerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er op de datum van de vlucht sprake was van bovengemiddelde drukte op Schiphol, heeft hij niet, of althans onvoldoende, onderbouwd hoe deze drukte van invloed is geweest op de uitvoering van de vlucht. Het is de kantonrechter niet duidelijk hoe de lange(re) wachtrijen tot de vertraging van de vlucht hebben geleid. Voor zover de vervoerder heeft bedoeld om aan te voeren dat hij een gewijzigde slottijd opgelegd heeft gekregen door de luchtverkeersleiding, heeft hij dit onvoldoende onderbouwd. De keuze van de vervoerder om op verlate passagiers te wachten, ontslaat hem niet van de verplichting om gedupeerde passagiers te compenseren. Het beroep op buitengewone omstandigheden slaagt dan ook niet. De kantonrechter komt daarom niet toe aan de beantwoording van de vraag of de vervoerder voldoende redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging op de eindbestemming te beperken. De door de passagiers gevorderde hoofdsom zal daarom worden toegewezen. De over de hoofdsom gevorderde wettelijke rente is als onvoldoende gemotiveerd weersproken toewijsbaar. 4.
- Resteert de vraag of de vervoerder rauwelijks is gedagvaard. Daartoe voert hij aan dat de onderhavige procedure onnodig aanhangig is gemaakt omdat de passagiers een procedure hadden kunnen voorkomen door op de juiste wijze een volledig dossier aan te leveren (via het webformulier op zijn website). De door hen overgelegde aanmaning heeft hij niet ontvangen, aldus de vervoerder. De passagiers betwisten dit. De kantonrechter overweegt als volgt. De vervoerder heeft inhoudelijk verweer tegen de vordering van de passagiers gevoerd. Er is daarom geen reden om te veronderstellen dat de vervoerder hen buiten rechte tegemoet zou zijn gekomen. Daarom ziet de kantonrechter geen aanleiding om de proceskosten te compenseren. 4.
- De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vervoerder heeft dit (gemotiveerd) betwist. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen. 4.
- De vervoerder zal (grotendeels) in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt. 4.
- De gevorderde afgifte van het certificaat ex artikel 53 EEX-Vo 1215/2012 wordt bij gebrek aan belang afgewezen. Een dergelijk certificaat is bedoeld voor de tenuitvoerlegging van beslissingen in een lidstaat en de vervoerder is niet in een lidstaat gevestigd. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 1.600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 augustus 2022 tot aan de dag van voldoening van dit bedrag; 5.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd: dagvaarding € 129,14;griffierecht € 244,00;salaris gemachtigde € 408,00; 5.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 102,00 aan nakosten, voor zover de passagiers daadwerkelijk nakosten zullen maken; 5.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 5.
- wijst het meer of anders gevorderde af.Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Artikel 7 van de Verordening. Artikel 5 lid 3 van de Verordening.