← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:4120

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 10860962 / CV EXPL 24-64 Uitspraakdatum: 5 maart 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: de rechtspersoon naar buitenlands recht AirHelp Germany GmbH gevestigd te Berlijn (Duitsland) eiseres hierna te noemen: Airhelp gemachtigde: mr. D.E. Lof tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht Delta Air Lines gevestigd te Atlanta (Verenigde Staten) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer 1Het procesverloop 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  3. [betrokkene 1] en [betrokkene 2] (hierna: de passagiers) hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 28 februari 2023 vervoeren van Amsterdam via Minneapolis (Verenigde Staten) naar Calgary (Canada). 2.
  4. De vlucht van Amsterdam naar Minneapolis (DL163, hierna: de vlucht) is geannuleerd. 2.
  5. De passagiers zijn omgeboekt en met meer dan drie uur vertraging aangekomen op hun eindbestemming. 2.
  6. De passagiers hebben hun eventuele vorderingsrecht aan Airhelp overgedragen. 3Het geschil 3.
  7. Airhelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de vluchtdatum tot aan de dag der algehele voldoening;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.
  8. Airhelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Airhelp stelt dat de vervoerder vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- per passagier (artikel 7 van de Verordening). 3.
  9. De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan. 4De beoordeling 4.
  10. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
  11. Niet in geschil is dat de vlucht is geannuleerd. Nu gesteld noch gebleken is dat de vervoerder zich kan beroepen op artikel 5, eerste lid, onder c sub i, ii of iii van de Verordening, geldt er in beginsel een compensatieplicht voor de vervoerder. Dit is anders indien de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de Verordening. 4.
  12. De kantonrechter overweegt als volgt. Vlucht DL163 maakt onderdeel uit van de rotatie New York – Amsterdam – Minneapolis. De vervoerder heeft, onder verwijzing naar de overgelegde METAR, voldoende aannemelijk gemaakt dat de luchthaven van New York omstreeks de geplande vertrektijd van de direct voorafgaande vlucht (DL48) te kampen had met winterse weersomstandigheden waardoor in verband met de vliegveiligheid de noodzaak ontstond om het toestel ijsvrij te maken. Als gevolg van de weersomstandigheden en het effect van die weersomstandigheden ontstond er een groot tekort aan gates en lange rijen voor de de-icing, waardoor de vlucht niet kon vertrekken. Het is naar het oordeel van de kantonrechter niet gebleken dat er, zoals Airhelp heeft aangevoerd, nog andere vertragingsoorzaken hebben gespeeld. De vervoerder heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de zinsnede ‘JKF-AMS late equipment’ uit het vluchtrapport betrekking heeft op de opvolgende vlucht. De vervoerder heeft er na ruim acht uur wachten voor gekozen om vlucht DL48 (en ook de opvolgende vlucht DL163) te annuleren. Airhelp heeft niet, althans onvoldoende gemotiveerd, betwist dat de vervoerder in redelijkheid tot deze beslissing heeft kunnen komen. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het beroep op (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden slaagt. 4.
  13. De vraag die vervolgens voorligt is of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging ten gevolge van de annulering te voorkomen dan wel te beperken. De vervoerder heeft in dit verband aangevoerd dat hij er alles aan heeft gedaan om de passagier zo snel mogelijk naar de overeengekomen eindbestemming te vervoeren. Airhelp heeft dit wel betwist, maar heeft niet gesteld welke maatregelen de vervoerder nog meer of anders had kunnen nemen om de vertraging te voorkomen. Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging te voorkomen. In de gegeven omstandigheden kon er niet meer van de vervoerder worden verwacht. Gelet op het voorgaande zal de vordering van Airhelp worden afgewezen. 4.
  14. De proceskosten komen voor rekening van Airhelp, omdat zij ongelijk krijgt. Daarbij wordt Airhelp ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, als betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van dit vonnis. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
  15. wijst de vordering af; 5.
  16. veroordeelt Airhelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 270,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt Airhelp tot betaling van € 67,50 aan nasalaris voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis; 5.
  17. verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.