← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:4127

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 10947160 \ CV EXPL 24-1328 Uitspraakdatum: 26 februari 2025 x Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1 [eiser 1],

  1. [eiser 2],beiden wonende te [plaats] eisers hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers gemachtigde: mr. R. Bosrolgemachtigde: mr. A.Y. Lai tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht Eurowings GmbH gevestigd te Düsseldorf, Duitsland gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. E.C.C.M. Bootsman en mr. F.B. Mahabali 1Het procesverloop 1.
  2. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.
  3. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  4. De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 6 februari 2022 vervoeren van Kallax Airport (Zweden) via Echterdingen (Duitsland) naar Amsterdam Schiphol Airport, met vluchten EW2917 en EW
  5. 2.
  6. De vlucht van Echterdingen naar Amsterdam is geannuleerd. De passagiers zijn met de trein vanaf Echterdingen naar hun eindbestemming gereisd. 2.
  7. De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.
  8. De vervoerder heeft niet uitbetaald.
  9. Het geschil 3.
  10. De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 800,00 aan compensatie, vermeerderd met de wettelijke rente;- € 120,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de nakosten. 3.
  11. De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,- per passagier (artikel 7 van de Verordening). 3.
  12. De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan. 4De beoordeling 4.
  13. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
  14. De vervoerder heeft aangevoerd dat hij de passagiers op 13 januari 2022 om 15:17 uur UTC per e-mail over de annulering van de vlucht heeft geïnformeerd. Ter onderbouwing hiervan heeft hij deze e-mail in het geding gebracht. Hoewel de vervoerder in zijn conclusie van repliek spreekt over de annulering van vlucht EW2917, is de kantonrechter van oordeel dat dit een kennelijke verschrijving betreft. Uit de tekst van de e-mail blijkt immers dat het gaat om de annulering van vlucht EW2180, zoals de passagiers ook zelf in hun dagvaarding hebben gesteld. De kantonrechter is gelet op deze e-mail van oordeel dat de vervoerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de passagiers tenminste twee weken voor de geplande vertrektijd over de annulering van de vlucht zijn geïnformeerd. Aan de vervoerder komt dan ook met succes een beroep toe op artikel 5 lid 1 sub c onder i van de Verordening. De passagiers hebben in deze e-mail bovendien conform de Verordening de keuze gekregen tussen restitutie, een voucher of een omboeking. De conclusie is dat de vordering van de passagiers wordt afgewezen. 4.
  15. De proceskosten komen voor rekening van de passagiers, omdat zij ongelijk krijgen. Daarbij worden de passagiers ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de vervoerder worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
  16. wijst de vordering af; 5.
  17. veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 270,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening; 5.
  18. verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter Zie productie 1 bij antwoord.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.