RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11033202 \ CV EXPL 24-2242 Uitspraakdatum: 12 maart 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: [eiser] wonende te [plaats] eiseres hierna te noemen: [eiser] gemachtigde: mr. S.A. Wensing tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Corendon International Travel B.V. gevestigd te Badhoevedorp gedaagde hierna te noemen: Corendon International Travel gemachtigde: [gemachtigde] 1Het procesverloop 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2Feiten 2.
- [eiser] heeft op 28 mei 2023 een pakketreis geboekt voor vijf personen bij Corendon International Travel. De passagiers zouden op 13 juli 2023 naar Antalya vliegen (uitgevoerd door Corendon Dutch Airlines B.V.), en weer terug naar Amsterdam op 26 juli
- 2.
- De heenvlucht is vertraagd uitgevoerd. 2.
- De passagiers hebben zelf een alternatieve vlucht naar Antalya geboekt. 3Het geschil 3.
- [eiser] vordert dat Corendon International Travel, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van € 5.544,45, te vermeerderen met de wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. 3.
- [eiser] heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat Corendon International Travel B.V. toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de pakketreisovereenkomst. Corendon International Travel moet vanwege de vertraging van de vlucht compenseren met een bedrag van € 400,- per passagier, in totaal € 2.000,- (artikel 7 van de Verordening (EG) nr. 261/2004). Daarnaast vordert [eiser] vergoeding van de verzorgingskosten van € 223,45, de zelf geboekte alternatieve vlucht (€ 2.300,00) en gederfd reisgenot (€ 1.021,00). 3.
- Corendon International Travel betwist de vordering. Op haar verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan. 4De beoordeling 4.
- De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. Toepasselijkheid van de Verordening 4.
- Uit artikel 3 lid 5 van de Verordening volgt dat de Verordening van toepassing is op elke luchtvaartmaatschappij die een vlucht uitvoert en vervoer aanbiedt aan passagiers. Indien de luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert geen overeenkomst heeft met de passagier(s), maar de activiteiten die hij uitvoert wel onder de Verordening vallen, wordt hij geacht dit te doen namens de persoon die een overeenkomst heeft met die passagier(s). Vaststaat dat Corendon International Travel geen luchtvaartmaatschappij is. Naar het oordeel van de kantonrechter had [eiser] ten aanzien van de vorderingen op grond van de Verordening (compensatie en verzorging) Corendon Dutch Airlines B.V. moeten dagvaarden, omdat deze rechtspersoon de luchtvaartmaatschappij is die de vlucht heeft uitgevoerd. Aangezien niet is voldaan aan de vereisten van artikel 3 lid 5 van de Verordening, is [eiser] in zoverre niet-ontvankelijk. Zij kan voor haar (vermeende) vorderingen tot compensatie en verzorging terecht bij de luchtvaartmaatschappij. Schadevergoeding 4.
- De kantonrechter begrijp dat [eiser] op grond van artikel 7:510 van het Burgerlijk Wetboek en artikel 14 van de Richtlijn (EU) 2015/2302 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende pakketreizen en gekoppelde reisarrangementen, houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en van Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van Richtlijn 90/314/EEG van de Raad ( hierna de richtlijn) schadevergoeding vordert voor de door haar zelf geboekte alternatieve vlucht en het gederfde reisgenot. Zij legt daaraan ten grondslag, naar de kantonrechter begrijpt, dat de pakketreis ten onrechte door de wijziging van de vluchttijden een dag korter was dan oorspronkelijk geboekt. De kantonrechter overweegt dat de reisorganisator wordt verplicht een tekortkoming in de nakoming van een verbintenis die hem kan worden toegerekend tot vergoeding van ander nadeel dan vermogensschade, voor zover door die tekortkoming derving van reisgenot is veroorzaakt te vergoeden. Voor de beoordeling is van belang wat [eiser] op grond van de verstrekte informatie mocht verwachten van Corendon International Travel. Corendon International Travel heeft in dit verband aangevoerd dat [eiser] heeft ingestemd met de ANVR consumentenvoorwaarden. Uit de ANVR-Consumentenvoorwaarden volgt dat een reis niet in hele dagen gerekend mag worden. De dag waarop je vertrekt en de dag waarop je terugreist tellen als volledige reisdagen mee, ongeacht het tijdstip van vertrek en het tijdstip van de terugreis. De kantonrechter is van oordeel dat dit beding niet oneerlijk is in de zin van de richtlijn oneerlijke bedingen. In dit geval is echter gebleken dat de vlucht was vertraagd naar de volgende dag, te weten 14 juli
- Daarmee staat naar het oordeel van de kantonrechter vast dat sprake was van een tekortkoming in de nakoming van de pakketreisovereenkomst door Corendon International Travel. [eiser] mocht er immers vanuit gaan dat haar vlucht op 13 juli 2023 zou vertrekken. [eiser] heeft vervolgens zelf een alternatieve vlucht naar Antalya geboekt, met vertrekdatum 13 juli
- Op grond van artikel 7:510 lid 3 BW juncto 7:511 lid 2 BW heeft [eiser] recht op vergoeding van de kosten van de door haarzelf geboekte alternatieve vliegtickets. 4.
- Met het boeken van de alternatieve vlucht heeft [eiser] de door haar geleden schade beperkt. [eiser] is op 14 juli 2023 om 00:15 uur geland, waarna zij diezelfde nacht nog in het hotel heeft ingecheckt. De reis omvatte zodoende nog steeds 13 nachten, zodat [eiser] naar het oordeel van de kantonrechter geen recht heeft op vergoeding van gederfd vakantiegenot. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vordering tot een bedrag van € 2.300,- wordt toegewezen, en voor het overige wordt afgewezen. De wettelijke rente over dit bedrag is toewijsbaar vanaf 21 november 2023, zijnde de verzuimdatum genoemd in de brief van 15 november 2023.De buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten 4.
- [eiser] heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. [eiser] heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. 4.
- Corendon International Travel zal grotendeels in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
- verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in haar vordering voor zover deze zijn gegrond op de Verordening; 5.
- veroordeelt Corendon International Travel tot betaling aan [eiser] van € 2.300,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 21 november 2023 tot aan de dag der algehele voldoening; 5.
- veroordeelt Corendon International Travel tot betaling van de proceskosten die aan de kant van [eiser] tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd: dagvaarding € 140,08;griffierecht € 248,00;salaris gemachtigde € 408,00; 5.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 5.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter