RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 10748238 \ CV EXPL 23-6659 Uitspraakdatum: 2 april 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: de rechtspersoon naar buitenlands recht AirHelp Germany GmbH gevestigd te Berlijn (Duitsland) eiseres hierna te noemen: Airhelp gemachtigde: mr. D.E. Lof tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht British Airways Plc gevestigd te Harmondsworth (Verenigd Koninkrijk) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. J.J.O. Zandt 1Het procesverloop 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- [betrokkene 1], [betrokkene 2] en [betrokkene 3] (hierna: de passagiers) hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 26 november 2022 vervoeren van Amsterdam via Londen (Verenigd Koninkrijk) naar Johannesburg (Zuid-Afrika). 2.
- De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming. 2.
- Airhelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.
- De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.
- Airhelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.800,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.
- Airhelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Airhelp stelt dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- per passagier (artikel 7 van de Verordening). 3.
- De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan. 4De beoordeling 4.
- De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
- De kern van dit geschil draait om de vraag of de vervoerder op 15 maart 2023 bevrijdend heeft betaald aan de passagiers. Airhelp stelt dat de passagiers hun vorderingsrecht op 6 februari 2023 in rechte aan haar hebben overgedragen. Vanaf dat moment was het niet langer mogelijk om bevrijdend te betalen aan de passagiers. De betaling van 15 maart 2023 heeft dan ook geen gevolg gehad, aldus Airhelp. 4.
- De kantonrechter overweegt als volgt. Een rechtsgeldige cessie dient onder verwijzing naar artikel 3:94 lid 1 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) aan twee constitutieve vereisten te voldoen: een akte van cessie en een mededeling daarvan aan de debiteur. Airhelp heeft gesteld dat zij op 6 februari 2023 de onderhavige claim via e-mail heeft ingediend bij de vervoerder en dat zij toen ook mededeling heeft gedaan van de cessie. De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat dit e-mailadres een ‘no reply’ e-mailadres betreft. Airhelp kon er daarom niet gerechtvaardigd op vertrouwen dat de vervoerder de aanmaning had ontvangen. De kantonrechter houdt het er dan ook voor dat de cessie eerst op 14 september 2023 (bij dagvaarding) ter kennis van de vervoerder is gebracht. Dat betekent dat de vervoerder op 15 maart 2023 bevrijdend heeft betaald aan de passagiers. De vordering van Airhelp zal daarom worden afgewezen. 4.
- De proceskosten komen voor rekening van Airhelp, omdat zij ongelijk krijgt. Daarbij wordt Airhelp ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de vervoerder worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
- wijst de vordering af; 5.
- veroordeelt Airhelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 408,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt Airhelp tot betaling van € 102,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening. 5.
- verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter