RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 9129861 \ CV EXPL 21-2213 Uitspraakdatum: 2 april 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: [eiseres] wonende te [plaats] eiseres hierna te noemen: de passagier gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp (EUclaim B.V.) tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht British Airways Plc gevestigd te Cardiff (Verenigd Koninkrijk) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. J.J.O. Zandt 1Het procesverloop 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. De passagier heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder haar op 2 december 2019 vervoeren van Singapore via Londen naar Amsterdam, met vluchten BA12 en BA428. 2.2. De vervoerder heeft de vlucht van Londen naar Amsterdam (BA428, hierna: de vlucht) geannuleerd. 2.3. De passagier is met een vertraging van 6 uur en 3 minuten in Amsterdam aangekomen. 2.4. De passagier heeft compensatie van de vervoerder gevorderd. 2.5. De vervoerder heeft niet uitbetaald. 3Het geschil 3.1. De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 3 december 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;- € 181,50 dan wel € 108,90 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.2. De passagier baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder haar vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- (artikel 7 van de Verordening). 3.3. De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan. 4De beoordeling 4.1. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.2. Niet in geschil is dat de vlucht is geannuleerd, zodat de vervoerder in beginsel een compensatieplicht heeft. Dit is anders indien de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de Verordening. 4.3. De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder met de door hem overgelegde producties en zijn toelichting daarop voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er op de vluchtdatum een capaciteitsreductie van kracht was. Op grond van deze capaciteitsreductie was de vervoerder verplicht om 5% van zijn vluchten te annuleren.Het is uitdrukkelijk niet aan de kantonrechter om te beoordelen of de luchtverkeersleiding de juiste beslissing heeft genomen door de capaciteit van de luchthaven naar beneden bij te stellen. De vraag of de weersomstandigheden al dan niet dusdanig waren dat er niet langer gevlogen kon worden, is dan ook niet relevant. 4.4. Een capaciteitsreductie kan een buitengewone omstandigheid vormen indien de vervoerder aantoont dat hij, gelet op de duur en mate van de restricties, geen andere keuze had dan tot annulering van de vlucht over te gaan. De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder daarin is geslaagd. De vervoerder heeft (anders dan in eerdere procedures bij deze rechtbank over dezelfde vlucht) voldoende toegelicht dat hij bij het annuleren van vluchten met verschillende factoren rekening houdt. Zo worden volgens de vervoerder korte afstand-vluchten sneller geannuleerd dan lange afstand-vluchten, en worden vroege(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.