RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 10648739 \ CV EXPL 23-5116 Uitspraakdatum: 2 april 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1 [eiser 1],
- [eiser 2],
- [eiser 3],
- [eiser 4],allen wonende te [plaats] eisers hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers gemachtigde: Yource B.V. tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht British Airways Plc gevestigd te Cardiff (Verenigd Koninkrijk) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. J.J.O. Zandt 1Het procesverloop 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- De passagiers hebben met Gate1/Tix.nl een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 22 juli 2022 vervoeren van Amsterdam Schiphol via Londen Heathrow naar JFK New York, met vluchten BA423 en BA1516 (hierna: de vlucht). 2.
- Op 22 juli 2022 heeft Gate1/Tix.nl aan de passagiers geschreven:“Graag informeren we u omtrent uw aanstaande reis waarvoor wij onlangs een mail met een schemawijziging hebben verstuurd.We kunnen ons goed voorstellen dat de wijziging in uw vluchtschema een onaangename ervaring is. In verband met de omstandigheden op Schiphol zijn helaas veel vluchten gewijzigd/geannuleerd.Helaas is uw boeking ook geannuleerd, maar onze medewerkers hebben hun uiterste best gedaan om u toch op reis te kunnen laten gaan. Het alternatieve reisschema wat naar u is verzonden is het enige en beste alternatief wat wij u kunnen aanbieden volgens de voorwaarden van de luchtvaartmaatschappij. Belangrijk om hierbij te vermelden is dat wij in de meeste gevallen enkel alternatieven van dezelfde luchtvaartmaatschappij mogen bieden.Deze e-mail is vandaag verstuurd.Indien u niet akkoord gaat met het verzonden alternatief, kunt u hiervoor contact opnemen met de luchtvaartmaatschappij. (…)” 2.
- De passagiers zijn omgeboekt naar een alternatief reisschema, waarmee zij 54 uur en 37 minuten later dan oorspronkelijk gepland in New York zijn aangekomen. 2.
- De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd. 3Het geschil 3.
- De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 2.400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag der incident tot aan de dag der algehele voldoening;- € 435,60 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten. 3.
- Daarnaast vorderen de passagiers afgifte van een certificaat zoals bedoeld in artikel 53 van de herziene EEX-Verordening. 3.
- De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- per passagier (artikel 7 van de Verordening). 3.
- De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan. 4De beoordeling 4.
- De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
- De kantonrechter moet ambtshalve onderzoeken of de passagiers in hun vordering kunnen worden ontvangen. Uit de dagvaarding blijkt dat [eiser 2] en [eiser 3] minderjarig zijn en daarom niet bekwaam zijn om zelfstandig in rechte op te treden. De passagiers hebben geen machtiging als bedoeld in artikel 1:349 lid 1 BW in verbinding met artikel 1:253k BW overgelegd. De minderjarige passagiers zullen daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in hun vordering. 4.
- De volgende vraag die voorligt is of de passagiers over een bevestigde boeking voor de vlucht beschikte. Het Hof heeft in het arrest van 21 december 2021 (C-146/20, C-188/20, C-196/20 en C-270.20) een ruimere definitie aan het begrip ‘boeking’ toegekend. De kantonrechter is van oordeel dat de door de passagiers overgelegde factuur met daarin rechtsboven het bevestigingsnummer (trip-ID) van Gate1/Tix.nl in dit licht als een ‘boekingsbevestiging’ kan worden aangemerkt. 4.
- De vervoerder heeft de annulering van de vlucht gemotiveerd weersproken. De vervoerder voert aan dat de vlucht vertraagd is uitgevoerd. Het feit dat de reisagent van de passagiers hen (om haar moverende redenen) heeft omgeboekt kan hem niet worden verweten, aldus de vervoerder. 4.
- De kantonrechter overweegt als volgt. Vast staat dat de passagiers op 22 juli 2022 (de datum van de vlucht) van hun reisagent hebben vernomen dat de vlucht niet door zou gaan. De kantonrechter is van oordeel dat de passagiers van de juistheid van dit bericht uit mochten gaan. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vlucht voor de passagiers als geannuleerd moet worden beschouwd. Nu gesteld, noch gebleken is dat de vervoerder zich kan beroepen op artikel 5, eerste lid, onder c sub i, ii of iii van de Verordening, geldt er een compensatieplicht voor de vervoerder. De omstandigheid dat het annuleringsbericht door de reisagent (en dus niet door de vervoerder) is verstuurd doet daar niets aan af. Het doel van de Verordening is om een hoog niveau van bescherming voor passagiers te bieden. De passagiers kunnen als ‘centraal aanspreekpunt’ terecht bij de vervoerder en de vervoerder kan dan in een voorkomend geval onder het toepasselijke recht regres nemen op andere (rechts)personen. 4.
- De vervoerder heeft geen beroep op buitengewone omstandigheden gedaan. De vordering tot betaling van de hoofdsom (en de daarover gevorderde wettelijke rente) ligt daarom voor toewijzing gereed, voor zover het de passagiers sub 1 en 4 betreft. 4.
- De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen. 4.
- De vervoerder zal (grotendeels) in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Daarbij wordt de vervoerder ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de passagiers worden gemaakt. 4.
- Het gevorderde certificaat wordt afgewezen. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
- verklaart passagier sub 2 en passagier sub 3 niet-ontvankelijk in hun vordering; 5.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling aan passagier sub 1 en passagier sub 4 van € 1.200,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 juli 2022 tot aan de dag van de gehele betaling; 5.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd: dagvaarding € 129,14;griffierecht € 244,00;salaris gemachtigde € 270,00; 5.
- veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 67,50 aan nakosten, voor zover de passagiers daadwerkelijk nakosten zullen maken, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis; 5.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 5.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter