← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:4182

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Insolventie locatie Haarlem Zaaknr./rolnr.: 11072458 \ CV EXPL 24-2609 Uitspraakdatum: 9 april 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: 1 [eiser 1],

  1. [eiser 2],beiden wonende te [plaats 1],
  2. [eiser 3],
  3. [eiser 4],beiden wonende te [plaats 2] eisers hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers gemachtigde: mr. R. Bos (Aviclaim) tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht Aerovias de Mexico S.A. de C.V. m.h.o.d.n. Aeromexico gevestigd te Mexico-Stad (Mexico) gedaagde hierna te noemen: de vervoerder gemachtigde: mr. V.L. van Uden 1Het procesverloop 1.
  4. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding: - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek; - de conclusie van dupliek. 1.
  5. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  6. De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 22 mei 2023 vervoeren van Amsterdam via Mexico-Stad (Mexico) naar Ordaz Puerto Vallarta (Mexico) met vluchten AM26 en AM
  7. 2.
  8. Vlucht AM26 (van Amsterdam naar Mexico-Stad, hierna: de vlucht) is vertraagd uitgevoerd. De passagiers hebben hun aansluitende vlucht gemist. De passagiers zijn omgeboekt naar een alternatieve vlucht, waarmee zij 18 uur en 8 minuten later dan oorspronkelijk gepland op de overeengekomen eindbestemming zijn aangekomen. 3Het geschil 3.
  9. De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 2.400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de vluchtdatum tot aan de dag der algehele voldoening;- € 360,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de nakosten. 3.
  10. De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- per passagier (artikel 7 van de Verordening). 3.
  11. De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan. 4De beoordeling 4.
  12. De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. 4.
  13. De vervoerder heeft aangevoerd dat de vertraging van de vlucht het directe gevolg is geweest van de vertraging van vlucht AM25 op 21 mei
  14. De vertraging van vlucht AM25 is veroorzaakt door buitengewone omstandigheden, te weten een urenlange sluiting van het luchtruim boven Mexico ten gevolge van een vulkaanuitbarsting en de daaruit ontstane congestie van het luchtverkeer. De passagiers stellen zich op het standpunt dat het toestel dat de vlucht zou uitvoeren (N967AM) op 22 mei 2023 tijdig op Schiphol is aangekomen en dat de stellingen van de vervoerder daarom niet juist kunnen zijn. 4.
  15. De kantonrechter overweegt als volgt. Het beroep op buitengewone omstandigheden van de vervoerder betreft de AM25 van 21 mei 2023, en niet de – zoals door de passagiers wordt verondersteld – AM25 van 22 mei
  16. De vervoerder heeft voldoende onderbouwd toegelicht dat de crew van vlucht AM25 op 21 mei 2023 op Schiphol is uitgestapt, om een dag later vlucht AM26 uit te voeren. De passagiers hebben niet betwist dat de AM25 van 21 mei 2023 is vertraagd als gevolg van buitengewone omstandigheden. Door deze (buitengewone) vertraging, heeft vlucht AM26 (in verband met de werk- en rusttijden) langer op de crew moeten wachten. De conclusie is dan ook dat het beroep op doorwerking slaagt. 4.
  17. De vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging van de passagiers te voorkomen dan wel te beperken moet bevestigend worden beantwoord. In het onderhavige geval zijn de passagiers met minder dan 24 uur vertraging op de overeengekomen eindbestemming aangekomen. De vervoerder heeft toegelicht dat hij de passagiers heeft omgeboekt op de eerstvolgende vlucht hun eindbestemming. Niet valt in te zien welke maatregelen de vervoerder nog meer of anders had kunnen nemen om de vertraging te voorkomen dan wel te beperken. Gelet op het voorgaande zal de vordering van de passagiers worden afgewezen. 4.
  18. De proceskosten komen voor rekening van de passagiers, omdat zij ongelijk krijgen. Daarbij worden zij ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de vervoerder worden gemaakt. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
  19. wijst de vordering af; 5.
  20. veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 476,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 119,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt; 5.
  21. verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.