RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknr./rolnr.: 10710269 / CV EXPL 23-4128 (de hoofdzaak) en 10947679 / CV EXPL 24-565 (de vrijwaringszaak) (SJ) Uitspraakdatum: 22 januari 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: de besloten vennootschap Ocura Dental B.V. gevestigd te Hoorn eiseres verder te noemen: Ocura gemachtigde: Snijder gerechtsdeurwaarders tegen [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] , h.o.d.n. [eenmanszaak] wonende te [woonplaats] gedaagde verder te noemen: [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] gemachtigde: M. Sliphorst-Dekker en in de zaak van [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] , h.o.d.n. [eenmanszaak] wonende te [woonplaats] eiseres in vrijwaring verder te noemen: [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] gemachtigde: M. Sliphorst-Dekker tegen [gedaagde in vrijwaring] wonende te [woonplaats] gedaagde in vrijwaring verder te noemen: [gedaagde in vrijwaring] procederend in persoon De zaak in het kort De hoofdzaak gaat om de vraag wie als wederpartij van de verkoper (Ocura) kan worden aangemerkt: de eigenaar van de eenmanszaak ( [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] ) of de feitelijk bestuurder van de eenmanszaak ( [gedaagde in vrijwaring] ). De kantonrechter oordeelt dat de eigenaar van de eenmanszaak de wederpartij is, omdat de verkoper eerder is betaald door de eenmanszaak en de feitelijk bestuurder in naam en voor rekening van de eenmanszaak heeft gehandeld. De eigenaar heeft niet voldoende gesteld dat de feitelijk bestuurder daartoe niet bevoegd was. De eigenaar heeft zelf voor deze (schijn)constructie gekozen en is voor de gevolgen aansprakelijk. De vordering van de verkoper wordt daarom toegewezen. In de vrijwaringszaak heeft de feitelijk bestuurder van de eenmanszaak erkend dat hij verantwoordelijk is voor de vordering van de verkoper en de hoogte daarvan niet (langer) betwist. De kantonrechter wijst deze vorderingen daarom toe. 1Het verdere procesverloop 1.
- Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 22 mei 2024; - de mondelinge behandeling van 16 oktober
- De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat Ocura en [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. In de hoofdzaak heeft de kantonrechter [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] in de gelegenheid gesteld schriftelijk te reageren op de op de zitting overgelegde en getoonde stukken en bepaald dat Ocura daarop mag reageren. In de vrijwaringszaak is [gedaagde in vrijwaring] , zonder afbericht, niet ter zitting verschenen, waarna de kantonrechter het onderzoek in de vrijwaringszaak heeft gesloten; - in de hoofdzaak: de akte van [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] van 12 november 2024; - in de hoofdzaak: de antwoordakte van Ocura van 11 december
- 1.
- Vervolgens is vonnis in beide zaken bepaald op vandaag. 2Feiten In de hoofdzaak en in de vrijwaringszaak 2.
- Ocura exploiteert een tandheelkundig technisch bedrijf/tandheelkundig laboratorium. Op naam van [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] staat de eenmanszaak [eenmanszaak] (hierna: [eenmanszaak] ). [eenmanszaak] is een tandheelkundig technisch bedrijf, dat in opdracht van tandartsen, tandprothetici en tandtechnische laboratoria tandtechnische werkstukken vervaardigt. 2.
- In een brief van 17 december 2021 heeft Ocura [eenmanszaak] verzocht om € 37.737,97 aan facturen en incassokosten te betalen. 2.
- In een e-mail van 31 december 2021 heeft [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] aan Ocura geschreven dat zij de facturen uit 2020 contant heeft voldaan en voorgesteld om te komen tot een betalingsregeling voor de resterende hoofdsom. 2.
- Op 12 januari 2022 heeft Ocura de voorgestelde betalingsregeling aan [eenmanszaak] bevestigd voor een periode van zes maanden en geschreven dat [eenmanszaak] daarna contact moet opnemen om de regeling te herzien. 2.
- Op 14 september 2022 hebben [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] en [gedaagde in vrijwaring] een akte van cessie getekend, waarin alle schulden die [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] aan Ocura heeft aan [gedaagde in vrijwaring] zijn overgedragen. 2.
- In een e-mail van 22 september 2022 aan [eenmanszaak] heeft Ocura geschreven dat zij niet akkoord gaat met deze cessie en dat ze een voorstel doet tegen finale kwijting van € 17.668,98 te betalen uiterlijk 15 november 2022, anders zal de totale vordering weer opeisbaar zijn. Vervolgens is een betalingsregeling gesloten. 2.
- In een e-mail van 4 mei 2023 heeft Ocura aan [gedaagde in vrijwaring] en [eenmanszaak] geschreven dat het bedrag van € 17.688,98 tegen finale kwijting niet is ontvangen en dat hij in de gelegenheid wordt gesteld dit bedrag op 4 mei 2023 te betalen. Als hij in gebreke blijft wordt overgegaan tot vervolgstappen. 2.
- In een e-mail van 22 mei 2023 heeft Ocura aan [eenmanszaak] geschreven dat de betalingsregeling komt te vervallen en dat [eenmanszaak] € 32.937,97 moet betalen. 2.
- [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] heeft om een betalingsregeling gevraagd. Op 24 mei 2023 heeft Ocura aan [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] gemaild dat ze instemt het betalingsvoorstel, maar de gevraagde finale kwijting afwijst omdat de helft van het bedrag in april had moeten worden betaald. Het volledige bedrag van € 32.937,97 moet worden betaald. 2.
- Op 24 mei 2023 heeft Ocura aan [gedaagde in vrijwaring] gemaild dat de finale kwijting is ingetrokken omdat [gedaagde in vrijwaring] de afspraken niet is nagekomen. Het openstaande bedrag is € 32.937,
- 2.
- Op 6 december 2023 heeft [gedaagde in vrijwaring] een schriftelijke verklaring opgesteld en ondertekend waarin onder andere staat dat hij de volledige verantwoordelijkheid aanvaardt voor alle bedrijfsactiviteiten en schulden die verband houden met de eenmanszaak van [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] . 3De vordering en de standpunten In de hoofdzaak 3.
- Ocura vordert -samengevat- dat de kantonrechter [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] veroordeelt tot betaling van € 25.000,00, omdat Ocura en [eenmanszaak] een overeenkomst hebben gesloten op grond waarvan Ocura aan [eenmanszaak] tandtechnische goederen heeft verkocht en geleverd. [eenmanszaak] heeft die goederen zonder commentaar behouden. 3.
- [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] voert verweer. 3.
- Op de standpunten van partijen zal – voor zover dat nodig is voor de beoordeling van de zaak – hierna worden ingegaan. In de vrijwaringszaak 3.
- [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] vordert veroordeling van [gedaagde in vrijwaring] tot betaling van – kort gezegd – datgene waartoe zij in de hoofdzaak veroordeeld wordt om aan Ocura te betalen, en veroordeling van [gedaagde in vrijwaring] in de proceskosten van zowel de hoofdzaak als de vrijwaringszaak. [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] baseert zich op de cessie. 3.
- [gedaagde in vrijwaring] voert geen verweer tegen de vrijwaring als zodanig, maar hij is het niet eens met de hoogte van het door Ocura gevorderde bedrag. 3.
- Op de standpunten van partijen zal – voor zover dat nodig is voor de beoordeling van de zaak – hierna worden ingegaan. 4De beoordeling In de hoofdzaak 4.
- De kantonrechter heeft [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] in de gelegenheid gesteld schriftelijk te reageren op de op de zitting overgelegde en getoonde stukken (het document ‘openstaande post per debiteur’ en de door Ocura op zitting getoonde screenshot van een betaling van € 580,00). [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] heeft dat in haar akte gedaan. Daarbij heeft zij een verklaring van [gedaagde in vrijwaring] van 28 oktober 2024 overgelegd. Ocura heeft daar bezwaar tegen gemaakt en verzocht de verklaring van [gedaagde in vrijwaring] van 28 oktober 2024 buiten beschouwing te laten. De kantonrechter overweegt dat [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] inderdaad alleen mocht reageren op de op de zitting overgelegde en getoonde stukken, maar dat de verklaring van [gedaagde in vrijwaring] van 28 oktober 2024 in hooflijnen overeenkomt met zijn verklaring van 6 december 2023 en in die zin geen nieuwe informatie betreft. Ocura heeft daarop kunnen reageren. De door [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] overgelegde verklaring van [gedaagde in vrijwaring] van 28 oktober 2024 staat de kantonrechter dan ook toe. 4.
- Tussen partijen is in geschil of [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] de contractspartij van Ocura is en daarom de door Ocura gevorderde facturen moet betalen. Ocura stelt dat zij zaken heeft gedaan met [eenmanszaak] en [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] (als eigenaar van de eenmanszaak) daarvoor verantwoordelijk is. [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] betwist dat. Volgens [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] heeft Ocura met [gedaagde in vrijwaring] een overeenkomst gesloten en zaken met hem gedaan, zodat zij niet tot betaling kan worden aangesproken. De kantonrechter is het met Ocura eens en overweegt als volgt. Er is sprake van vertegenwoordiging 4.
- De vraag of iemand ( [gedaagde in vrijwaring] ) tegenover een ander (Ocura) bij het sluiten van een overeenkomst in eigen naam - dat wil zeggen: als wederpartij van die ander - is opgetreden of als vertegenwoordiger van een derde ( [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] ), is afhankelijk van wat hij en die ander daarover tegenover elkaar hebben verklaard en over en weer uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben afgeleid en mochten afleiden. Hierbij spelen alle omstandigheden een rol. 4.
- [gedaagde in vrijwaring] heeft als feitelijk bestuurder van [eenmanszaak] in de praktijk zaken gedaan met Ocura. Als onvoldoende betwist staat vast dat de gefactureerde goederen door [gedaagde in vrijwaring] zijn besteld en aan hem zijn geleverd. [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] was hier niet bij betrokken. 4.
- Ocura heeft haar stelling dat [gedaagde in vrijwaring] namens [eenmanszaak] heeft gehandeld onderbouwd met het overzicht openstaande posten per debiteur. Daarop staan alle facturen die volgens haar in 2018 tot en met 2021 aan [eenmanszaak] zijn verstuurd. Op dat overzicht is te zien welke facturen zijn betaald en welke nog openstaan en in deze procedure worden gevorderd. Ocura heeft op de zitting verklaard dat alle betalingen afkomstig zijn van een bankrekening die op naam staat van [eenmanszaak] . Ter onderbouwing heeft Ocura op de zitting een screenshot van een afschrift van haar bankrekening getoond. Hierop is te zien dat een bedrag van € 580,00 van de bankrekening met nummer [rekeningnummer] ten name van [eenmanszaak] is overgemaakt naar de bankrekening van Ocura. Volgens Ocura kan [gedaagde in vrijwaring] niet zomaar namens de eenmanszaak van [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] betalingen verrichten, moet door [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] daarvoor toestemming zijn verleend en moet die toestemming bij de bank bekend zijn. 4.
- [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] heeft op de zitting betwist dat betalingen door de eenmanszaak zijn gedaan en gesteld dat als er betalingen zijn gedaan zij daarvoor geen toestemming heeft gegeven. In de akte heeft [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] betoogd dat uit het overzicht niet blijkt door wie en van welke rekening de betalingen zijn gedaan, zij geen weet heeft van de op de screenshot getoonde betaling en deze betaling niet zelf heeft verricht. Volgens [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] kan met de vaststelling dat betalingen zijn gedaan van een op naam van haar eenmanszaak gestelde bankrekening geen sprake zijn van (schijn van) volmachtverlening. 4.
- De kantonrechter is van oordeel dat Ocura door middel van de getoonde screenshot voldoende heeft onderbouwd dat zij in het verleden (ook) is betaald door [eenmanszaak] . [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] heeft in haar e-mail van 31 december 2021 zelf ook geschreven dat zij facturen (contant) heeft betaald en gevraagd om een betalingsregeling voor het restant. Dat sprake is van een schuld van [eenmanszaak] volgt ook uit de akte van cessie, waarin [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] alle schulden die [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] aan Ocura heeft aan [gedaagde in vrijwaring] heeft overgedragen. Een en ander bevestigt dat [gedaagde in vrijwaring] in naam en voor rekening van [eenmanszaak] heeft gehandeld of Ocura daar in elk geval van uit mocht gaan. 4.
- Dat betekent dat [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] haar stelling dat [eenmanszaak] geen rechtshandelingen of betalingen heeft verricht en [gedaagde in vrijwaring] in eigen naam heeft gehandeld, moet onderbouwen. Dat heeft zij niet gedaan. Haar stellingen in de akte zijn onvoldoende. Het had - tegenover de motivering van Ocura - op de weg van [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] te onderbouwen dat de in het overzicht vermelde betalingen niet van de bankrekening van [eenmanszaak] afkomen, bijvoorbeeld met een bankafschrift van een in het overzicht vermelde betaaldatum. Uit de verklaring van [gedaagde in vrijwaring] van 6 december 2023 blijkt niet dat hij in eigen naam heeft gehandeld. 4.
- De kantonrechter gaat er daarom van uit dat [gedaagde in vrijwaring] in naam en voor rekening van [eenmanszaak] heeft gehandeld. Er is dus sprake van vertegenwoordiging. [gedaagde in vrijwaring] was bevoegd [eenmanszaak] te vertegenwoordigen 4.
- [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] heeft het verweer gevoerd dat Ocura niet mocht uitgaan van een volmacht van [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] aan [gedaagde in vrijwaring] , omdat de facturatie via [eenmanszaak] alleen een boekhoudkundige kwestie was. Volgens [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] heeft [gedaagde in vrijwaring] buiten haar om gehandeld en haar naam gebruikt, terwijl [eenmanszaak] nooit rechtshandelingen heeft verricht of vertrouwen heeft gewekt dat [gedaagde in vrijwaring] bevoegd was. Volgens [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] had het op de weg van Ocura gelegen om na te gaan of [gedaagde in vrijwaring] tot handelen in naam van [eenmanszaak] bevoegd was. De kantonrechter verwerpt dit verweer. 4.
- Het staat vast dat [eenmanszaak] betalingen heeft verricht: een deel contant en in elk geval een betaling vanaf haar bankrekening. Ocura mag daaraan het gerechtvaardigd vertrouwen ontlenen dat er bevoegd is betaald of gehandeld. Als [gedaagde in vrijwaring] die betaling heeft verricht, moet hij toegang tot de bankrekening hebben gehad. [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] heeft niet gesteld of onderbouwd dat dit niet zo was. Dat [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] geen toestemming (aan [gedaagde in vrijwaring] zoals de kantonrechter begrijpt) heeft gegeven om betalingen vanaf de bankrekening van [eenmanszaak] te doen, blijkt nergens uit. Laat staan dat Ocura moest begrijpen dat [gedaagde in vrijwaring] niet bevoegd was om die betaling te doen. De verklaring van [gedaagde in vrijwaring] dat hij verantwoordelijk is voor de bedrijfsactiviteiten, is onvoldoende, omdat daaruit niet volgt dat hij in eigen naam of zonder toestemming met Ocura heeft gehandeld of dat Ocura dat moest begrijpen. [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] kan niet aan Ocura tegenwerpen dat de facturatie via [eenmanszaak] alleen een boekhoudkundige kwestie was, omdat zij zelf voor deze (schijn)constructie heeft gekozen. 4.
- De kantonrechter gaat er daarom van uit dat [gedaagde in vrijwaring] bevoegd was om [eenmanszaak] te vertegenwoordigen. Conclusies 4.
- Dit betekent dat de overeenkomst tot stand is gekomen tussen Ocura en [eenmanszaak] . Omdat de eenmanszaak geen rechtspersoon is en [eenmanszaak] op naam van [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] staat, heeft dit tot gevolg dat [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] verantwoordelijk is voor de overeenkomst en deze moet nakomen. Ocura heeft dus de juiste persoon gedagvaard. De conclusie is dat [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] de facturen op zich moet betalen. 4.
- De facturen waarom het gaat zijn in totaal € 37.737,97 inclusief incassokosten. Ocura stelt dat zij aan hoofdsom € 36.597,00 te vorderen heeft. [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] betwist de hoogte van de vordering omdat [gedaagde in vrijwaring] van mening is dat de vordering maximaal € 17.688,98 bedraagt. De kantonrechter stelt vast dat dit laatstgenoemde bedrag is overeengekomen in het kader van de betalingsregeling. Omdat de betalingsregeling is komen te vervallen, is het oorspronkelijke bedrag opeisbaar. [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] heeft verder niet onderbouwd waarom het bedrag niet klopt, zodat de kantonrechter aan dit verweer voorbij gaat. Verder staat vast dat in totaal € 5.400,00 is betaald. Op de zitting is gebleken dat er na de dagvaarding nog € 300,00 is betaald. De hoofdsom is dus € 30.897,00 exclusief buitengerechtelijke incassokosten. 4.
- Voor het verschuldigd zijn van buitengerechtelijke incassokosten is vereist dat daadwerkelijk incassowerkzaamheden hebben plaatsgevonden. Daartoe is het versturen van een brief op zich voldoende. Ocura heeft [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] na het vervallen van de betalingsregeling nogmaals aangeschreven. Hiermee zijn (voldoende) buitengerechtelijke incassowerkzaamheden verricht. Het gevorderde bedrag van € 1.140,97 komt overeen met het wettelijke tarief. 4.
- Dit betekent dat € 32.037,97 toewijsbaar is. Omdat Ocura haar vordering heeft beperkt tot € 25.000,00 en afstand heeft gedaan van het meerdere, zal de kantonrechter € 25.000,00 toewijzen. 4.
- De wettelijke rente over dit bedrag is niet betwist en zal worden toegewezen vanaf de dag van de dagvaarding (7 september 2023), omdat Ocura haar vordering heeft beperkt tot € 25.000,00 en toewijzing van de gevorderde wettelijke rente deze grens zou overschrijden. 4.
- [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van Ocura (inclusief nakosten) betalen. De kantonrechter kent geen punten toe aan de akte van Ocura, omdat het door de nieuwe informatie op de zitting en dus aan Ocura zelf te wijten is dat die extra proceshandeling moest worden verricht. De proceskosten van Ocura worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 110,55 - griffierecht € 1.384,00 - salaris gemachtigde € 1.086,00 (2 punten × € 543,00) - nakosten € 135,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 2.715,
- In de vrijwaringszaak 4.
- Uit het niet verschijnen van [gedaagde in vrijwaring] op de zitting kan de kantonrechter op grond van artikel 88, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de gevolgtrekking maken die zij geraden acht. 4.
- Uit de conclusie van antwoord blijkt dat [gedaagde in vrijwaring] erkent verantwoordelijk te zijn voor de vordering van Ocura. Uit het niet verschijnen op de zitting door [gedaagde in vrijwaring] leidt de kantonrechter af dat hij de vordering van [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] , en dus ook de hoogte daarvan, niet (langer) betwist. 4.
- Ten overvloede wijst de kantonrechter ten aanzien van de hoogte van het verschuldigde bedrag op alinea 4.14 van het vonnis in de hoofdzaak. [gedaagde in vrijwaring] heeft bovendien niet onderbouwd waarom de hoogte van het gevorderde bedrag niet juist zou zijn. 4.
- De conclusie is dat de vordering van [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] zal worden toegewezen. 4.
- [gedaagde in vrijwaring] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 143,17 - griffierecht € 706,00 - salaris gemachtigde € 1.086,00 (2 punten × € 543,00) - nakosten € 135,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 2.070,
- De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 5De beslissing De kantonrechter: In de hoofdzaak 5.
- veroordeelt [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] tot betaling aan Ocura van € 25.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 7 september 2023 tot aan de dag van de gehele betaling; 5.
- veroordeelt [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] in de proceskosten van € 2.715,55, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend; 5.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 5.
- wijst de vordering voor het overige af.In de vrijwaringszaak 5.
- veroordeelt [gedaagde in vrijwaring] om aan [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] te betalen al hetgeen [gedaagde in hoofdzaak/eiseres in vrijwaring] moet betalen aan Ocura, uit hoofde van het vonnis in de hoofdzaak met inbegrip van de kostenveroordeling, zoals hiervoor in alinea 5.1 en 5.2 vermeld; 5.
- veroordeelt [gedaagde in vrijwaring] in de proceskosten van € 2.070,17, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde in vrijwaring] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend; 5.
- veroordeelt [gedaagde in vrijwaring] tot betaling van de wettelijke rente over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald; 5.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 5.
- wijst de vordering voor het overige af.Dit vonnis is gewezen door mr. I.H. Lips, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter