← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:4393

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Alkmaar Zaaknummer: 11385956 \ CV EXPL 24-3725 Vonnis van 26 maart 2025 in de zaak van QWINT B.V., te Hengelo OV, eisende partij, hierna te noemen: Qwint, gemachtigde: Wiggers Van Meggelen Gerechtsdeurwaarders & Incassokantoor B.V., tegen [gedaagde] , te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. De zaak in het kort De energieleverancier vordert betaling van twee facturen en de eindafrekening van de onderneming. De onderneming betwist de per maand uitgesplitste verbruiksgegevens in de eindafrekening, maar onderbouwt dit onvoldoende. De vordering wordt daarom toegewezen. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 25 oktober 2024; de conclusie van antwoord van 5 november 2024; de conclusie van repliek van 27 januari 2025; de conclusie van dupliek van 25 februari
  2. 1.
  3. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  4. Qwint is een energieleverancier. [gedaagde] voert de eenmanszaak [naam] , die als onderneming actief is in de bloementeelt. 2.
  5. Partijen zijn op 30 december 2019 een overeenkomst aangegaan op grond waarvan Qwint per 1 mei 2020 gas en elektriciteit levert aan [gedaagde] op het adres [adres] voor de periode van vijf jaren. De overeenkomst is tot stand gekomen via de tussenpersoon Nemesys Energie, t.h.o.d.n. Hosted Energie. Op grond van de leveringsovereenkomst is [gedaagde] maandelijks voorschotten verschuldigd aan Qwint. Het voorschotbedrag bedraagt per maand € 2.072,00, inclusief btw. 2.
  6. De voorschotten voor de maanden oktober en november 2020 heeft [gedaagde] onbetaald gelaten. Qwint heeft na uitblijven van betaling van de voorschotten de leveringsovereenkomst per 9 december 2020 beëindigd. 2.
  7. Op 15 januari 2021 heeft Qwint een eindafrekening opgesteld. Deze eindafrekening bevat een afrekening voor het verbruik van elektriciteit en gas over de periode 1 mei tot en met 9 december 2020, en ook een opzeggingsvergoeding vanwege de voortijdige beëindiging van de leveringsovereenkomst. Het voor [gedaagde] nog te betalen bedrag in deze eindafrekening bedraagt € 7.323,02, inclusief btw. 2.
  8. Tussen partijen volgt discussie over de eindafrekening. 2.
  9. Op 5 december 2023 stelt Qwint een nieuwe eindafrekening op aan de hand van de meterstanden van 21 juli 2021 die [gedaagde] aan Qwint heeft doorgegeven. Deze eindafrekening bevat geen opzeggingsvergoeding meer. Het voor [gedaagde] nog te betalen bedrag in deze eindafrekening bedraagt € 12.597,82 3Het geschil 3.
  10. Qwint vordert - samengevat - dat de kantonrechter [gedaagde] , uitvoerbaar bij voorraad, veroordeelt tot betaling van € 16.741,82, te vermeerderen met de wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. Qwint legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] de twee voorschotten van oktober en november 2020 onbetaald heeft gelaten en ook de eindafrekening van 5 december 2023 niet heeft voldaan. 3.
  11. [gedaagde] voert verweer en betwist de juistheid van de eindafrekening op basis van de door [gedaagde] zelf bijgehouden meterstanden. Daarnaast stelt [gedaagde] de wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten niet verschuldigd te zijn omdat Qwint niet heeft gereageerd op zijn berichten en voorstellen en omdat de eindafrekening niet klopt. [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Qwint. 3.
  12. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4De beoordeling Voorschotten 4.
  13. Qwint stelt dat [gedaagde] de voorschotten voor de maanden oktober en november 2020 onbetaald heeft gelaten. Het draait om een bedrag van in totaal € 4.144,
  14. [gedaagde] voert geen verweer tegen dit gedeelte van de vordering van Qwint. De kantonrechter zal de vordering wat betreft de onbetaalde voorschotten daarom toewijzen. Eindafrekening 4.
  15. [gedaagde] voert wel verweer ten aanzien van de eindafrekening. Tussen partijen is niet in geschil dat de meterstanden die [gedaagde] op 21 juli 2021 heeft doorgegeven aan Qwint de correcte eindstand betreft. Qwint is ondanks de beëindiging van de leveringsovereenkomst kennelijk niet gestopt met het leveren van gas en elektriciteit tot juli
  16. 4.
  17. [gedaagde] betwist wel de per maand uitgesplitste verbruiksgegevens die staan opgenomen in de eindafrekening. De gestelde onjuistheid in deze gegevens leidt volgens [gedaagde] tot een verschil in betalingsverplichting van € 350,
  18. [gedaagde] wijst hierbij naar een door [gedaagde] zelf bijgehouden overzicht van zijn maandelijkse verbruiksgegevens van de periode mei 2020 tot en met juni
  19. Qwint heeft dit overzicht betwist. [gedaagde] heeft hier tegenover geen bewijsstukken overgelegd, of anderszins aanknopingspunten aangevoerd aan de hand waarvan het overzicht kan worden geverifieerd. De kantonrechter gaat daarom aan dit verweer voorbij. De kantonrechter volgt Qwint in haar betoog dat zij op basis van de toepasselijke voorwaarden de meterstanden mocht schatten aan de hand van de laatst bekende gegevens, namelijk de meterstanden van 21 juli
  20. 4.
  21. Dit onderdeel van de vordering is daarom ook toewijsbaar. Overige vorderingen 4.
  22. [gedaagde] voert in algemene zin verweer tegen de vordering van Qwint voor zover deze ziet op de wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. [gedaagde] stelt dat hij deze niet verschuldigd is omdat hij niet gehouden kan worden om een onjuiste eindafrekening te voldoen. Daarnaast verwijt hij Qwint dat zij niet of nauwelijks reageerde op zijn bezwaren en voorstellen. 4.
  23. Dit verweer slaagt niet. Uit de processtukken blijkt dat er veelvuldig is gecorrespondeerd door ofwel Qwint zelf of door Nemesys, die correspondeerde namens Qwint. In deze correspondentie zijn Qwint en Nemesys onder andere ingegaan op het bezwaar van [gedaagde] over de per maand uitgesplitste verbruiksgegevens. Blijkens de eindafrekening van 5 december 2023 heeft Qwint na het bezwaar van [gedaagde] bovendien afgezien van de opzeggingsvergoeding. De stand van zaken na deze correspondentie is dat partijen een verschil van inzicht hebben over de verschuldigdheid van een klein gedeelte van de eindafrekening. [gedaagde] voert dit als reden aan om betaling van de voorschotten en de eindafrekening te onthouden. Het is zonder meer redelijk dat Qwint dit geschil vervolgens voorlegt aan de kantonrechter. Aangezien [gedaagde] geen gelijk heeft, dient hij de kosten te betalen die Qwint heeft gemaakt om haar recht te halen. De kantonrechter bespreekt hierna de afzonderlijke onderdelen. 4.
  24. In het lichaam van de dagvaarding maakt Qwint aanspraak op de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a Burgerlijk Wetboek (BW). In het petitum heeft ze daar geen gevolg aan gegeven en vordert Qwint de wettelijke rente gerekend vanaf de dag van dagvaarding. Als er wettelijke rente is gevorderd, terwijl er wettelijke handelsrente gevorderd had kunnen worden, mag de kantonrechter niet in plaats van het gevorderde de handelsrente toewijzen. De kantonrechter zal de daarom de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW toewijzen over de hoofdsom vanaf de dag van de dagvaarding. 4.
  25. Qwint vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) is van toepassing. Qwint heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Qwint heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden en zal een bedrag van € 942,42 worden toegewezen. 4.
  26. [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Qwint worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 116,39 - griffierecht € 1.409,00 - salaris gemachtigde € 812,00 (2 punten × € 406,00) - nakosten € 135,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 2.472,39 5De beslissing De kantonrechter 5.
  27. veroordeelt [gedaagde] om aan Qwint te betalen een bedrag van € 16.741,82, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag vanaf 25 oktober 2024 tot de dag van volledige betaling, 5.
  28. veroordeelt [gedaagde] om aan Qwint te betalen een bedrag van € 942,42 aan buitengerechtelijke kosten, 5.
  29. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.472,39, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.
  30. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 5.
  31. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. N. Ćulafić en in het openbaar uitgesproken op 26 maart
  32. De kantonrechter volgt hierin de lijn van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch in haar uitspraak van 28 augustus 2012, ECLI:NL:GHSHE:2012:BX6052, r.o. 2.3.2-2.3.6.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.