RECHTBANK NOORD-HOLLAND Familie- en Jeugdrecht Locatie Haarlem Zaaknummer: C/15/364141 / JU RK 25/523 Datum uitspraak: 24 april 2025 Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling en (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming, gevestigd in Haarlem, hierna te noemen: de Raad, over [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] , hierna te noemen: [de minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [plaats] , advocaat: mr. E. Jense, kantoorhoudende in Zaandam, [de vader] , hierna te noemen: de vader, wonende in [plaats] , hierna gezamenlijk te noemen: de ouders, en [de stiefvader] , hierna te noemen: de stiefvader, wonende in [plaats] . Als overige belanghebbende merkt de kinderrechter aan: de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Regio Amsterdam, gevestigd in Amsterdam, hierna te noemen: de GI. 1Het verloop van de procedure 1.
- De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: de beschikking van 11 april 2025 en het daarin genoemde verzoekschrift met bijlagen van de Raad; de reactie van de moeder op het verzoekschrift van de Raad, ontvangen op 18 april 2025; de reactie van de vader op het verzoekschrift van de Raad, ontvangen op 18 april 2025; de aanvullende rapportage van de Raad, ontvangen op 23 april 2025; de reactie van de vader op het aanvullende rapport van de Raad, ontvangen op 23 april
- 1.
- De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 april
- Hierbij waren aanwezig: - de moeder, bijgestaan door haar advocaat; - de vader; - [vertegenwoordiger van de raad] , als vertegenwoordiger van de Raad. 1.
- De stiefvader is niet ter zitting verschenen. Ook de GI is niet ter zitting verschenen. De kinderrechter heeft van de griffie van de rechtbank begrepen dat de vertegenwoordiger van de GI vastzat in het verkeer. 1.
- Voorafgaand aan de zitting heeft [de minderjarige] een gesprek gevoerd met de kinderrechter en zijn mening over het verzoek van de Raad kenbaar gemaakt. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige] heeft verteld. De ouders en de Raad hebben daarop kunnen reageren. 2De feiten 2.
- De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] . 2.
- [de minderjarige] woonde tot zijn uithuisplaatsing bij de moeder en de stiefvader. [de minderjarige] verblijft nu bij [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] in [plaats] . 2.
- De kinderrechter in deze rechtbank heeft [de minderjarige] bij beschikking van 11 april 2025 voorlopig onder toezicht gesteld tot 11 juli 2025 (de spoedbeslissing). Daarbij heeft de kinderrechter ook een spoedmachtiging verleend om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder. De kinderrechter heeft de machtiging verleend tot 9 mei 2025 en de behandeling van het verzoek voor het overige aangehouden. 3Het verzoek van de Raad 3.
- Aan de orde zijn de (spoed) verzoeken van de Raad om een (voorlopige) ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing en de aangehouden beslissing over het verlenen van een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] tot het einde van de (voorlopige) ondertoezichtstelling, te weten tot 11 juli
- De Raad heeft die gehandhaafd en als volgt gemotiveerd. 3.
- [de minderjarige] is een zestienjarige jongen over wie al een langere tijd veel zorgen zijn. [de minderjarige] gebruikt dagelijks middelen (softdrugs) en heeft geen dagbesteding in de vorm van onderwijs of werk. Bij de moeder thuis is sprake van escalaties tussen [de minderjarige] en de moeder, maar ook tussen [de minderjarige] en de stiefvader, met soms fysieke agressie vanuit [de minderjarige] richting de moeder en de stiefvader. Het lukt de moeder niet meer om [de minderjarige] te begrenzen en hem structuur te bieden. [de minderjarige] blijft nachten weg van huis en er is dan geen zicht op waar [de minderjarige] is, wat hij aan het doen is of met wie hij is en hij is ook niet telefonisch te bereiken. Ook komen er zorgen naar voren over hoe het [de minderjarige] lukt zijn middelengebruik te financieren, want hij heeft niet geen eigen inkomen en de ouders geven hem niet genoeg geld om dit te kunnen bekostigen. Ondanks de inzet van vrijwillige hulpverlening en de bereidheid van de ouders om hieraan mee te werken lukt het onvoldoende om hulp op te starten en in gang te zetten voor [de minderjarige] . [de minderjarige] beseft dat het op dit moment niet goed gaat, maar het lukt hem niet om daar verandering in aan te brengen. 3.
- Ondanks de spoedplaatsing bij [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] blijft de situatie onhoudbaar. De zorgen over escalaties in de thuissituatie zijn weliswaar verminderd, maar [de minderjarige] vertoont nog steeds wegloopgedrag en is dan onbereikbaar voor de ouders en (de begeleiders van) de groep. De Raad is van mening dat er een gezinsvoogd moet komen die naast de ouders komt te staan en samen met de ouders beslissingen gaat nemen in het belang van de ontwikkeling van [de minderjarige] . Een plaatsing bij [accommodatie] is vanwege een tekort aan behandelaren niet meer mogelijk. Daardoor is de betrokken gezinsvoogd nu hard op zoek naar een passend alternatief. Gelet op de fysieke en emotionele onveiligheid van [de minderjarige] en de overige gezinsleden in de thuissituatie bij de moeder en de weigering/onmacht van [de minderjarige] om mee te werken aan de hulpverlening, is een thuisplaatsing nu niet aan de orde. 4De standpunten van de ouders De moeder 4.
- De moeder staat achter het verzoek van de Raad, zo is ter zitting door en namens de moeder naar voren gebracht. De moeder heeft in het vrijwillig kader al vaker aan de bel getrokken. Helaas zijn deze pogingen zonder resultaat gebleven. De moeder hoopt daarom dat [de minderjarige] in het gedwongen kader de hulpverlening zal krijgen die hij nodig heeft. De vader 4.
- Ook de vader heeft ter zitting naar voren gebracht achter het verzoek van de Raad te staan. De vader maakt zich grote zorgen over [de minderjarige] en zijn drugsgebruik en hoopt dat hij nu wel wordt behandeld en beschermd tegen zichzelf. 5De mening van [de minderjarige] heeft in het gesprek met de kinderrechter verteld dat het hem beter lijkt als hij nog even bij [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] blijft. 6De beoordeling 6.
- Op basis van de stukken en wat op de zitting naar voren is gekomen, heeft de kinderrechter geen aanleiding gevonden om het oordeel, zoals geformuleerd in de spoedbeschikking van 11 april 2025, te wijzigen. Die beslissing moet daarom worden gehandhaafd. 6.
- De kinderrechter is verder van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk is in het belang van zijn verzorging en opvoeding en dat is voldaan het wettelijke vereiste genoemd in artikel 1:265b, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek. Ook nu [de minderjarige] met een daartoe strekkende machtiging bij [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] in [plaats] verblijft, zijn de zorgen, zoals die naar voren komen in de beschikking van 11 april 2025, onverminderd aanwezig. Duidelijk is geworden dat [de minderjarige] zich niet alleen aan het gezag van zijn ouders maar nu ook aan het toezicht van [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] onttrekt. Daarom acht de kinderrechter het noodzakelijk dat [de minderjarige] verblijf bij [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] , of een andere passende accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, vooralsnog wordt gewaarborgd. De aankomende periode zal moeten worden bekeken wat [de minderjarige] nodig heeft om zich positief te ontwikkelen. De kinderrechter hoopt dat [de minderjarige] zich zal houden aan de regels bij [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] zodat een gesloten plaatsing voorkomen kan worden. Dat zal niet alleen inzet vragen van de GI en de ouders, maar bovenal van [de minderjarige] die zich zal moeten openstellen voor de noodzakelijke begeleiding, hulpverlening en behandeling. 6.
- De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 7De beslissing De kinderrechter: 7.
- verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, met ingang van 9 mei 2025 tot 11 juli 2025; 7.
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 april 2025 door mr. J.C.M. Swinkels, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. I.N. Inge als griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beslissing is vastgelegd en ondertekend op 7 mei
- Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Amsterdam.