RECHTBANK NOORD-HOLLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Zaanstad Zaaknummer: 11443428 \ CV EXPL 24-3341 TvW Vonnis van 8 mei 2025 in de zaak van SELLME CONSULTANCY B.V., te Bennekom, eisende partij, hierna te noemen: Sellme, gemachtigde: P. de Ruijter, tegen [gedaagde] , te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. De zaak in het kort Eiseres vordert betaling van een bedrag dat zij aan gedaagde heeft geleend. Gedaagde moet een deel van het gevorderde bedrag, maar niet alles, betalen. De contractuele rente wordt toegewezen. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 28 november 2024 met producties - de conclusie van antwoord met producties - het tussenvonnis van 30 januari 2025 - de mondelinge behandeling van 14 april 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- Tussen Sellme en [gedaagde] heeft in de periode vanaf februari 2023 tot en met april 2023 een dienstverband bestaan. 2.
- Sellme en [gedaagde] hebben op 28 april 2023 een geldleningsovereenkomst (“de lening”) gesloten. 3Het geschil 3.
- Sellme vordert - samengevat – veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 8.640,00 te vermeerderen met de contractuele rente van 10% per jaar. Sellme vordert ook dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten. 3.
- [gedaagde] voert verweer. [gedaagde] betwist de hoogte van de gevorderde hoofdsom en maakt bezwaar tegen de gevorderde contractuele rente. 3.
- Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.
- Sellme heeft gesteld dat zij in totaal aan [gedaagde] heeft geleend een bedrag van € 9.660,00, zoals in de lening vermeld, en dat zij in het kader van de lening de volgende bedragen aan [gedaagde] heeft overgemaakt: op 2 februari 2023 een bedrag van € 1.000,00; op 17 februari 2023 een bedrag van € 2.000,00; op 3 maart 2023 een bedrag van € 2.000,00; op 7 maart 2023 een bedrag van € 400,00; op 4 april 2023 een bedrag van € 400,00; op 6 april 2023 een bedrag van € 1.440,00; op 28 april 2023 een bedrag van € 2.400,
- 4.
- Sellme heeft ter onderbouwing van haar stellingen een screenshot overgelegd van haar Rabo Business Banking rekening. [gedaagde] heeft haar verweer uitgesplitst per afzonderlijke overboeking. De kantonrechter zal de gestelde overboekingen afzonderlijk beoordelen. De overboeking van 2 februari 2023 4.
- [gedaagde] heeft betwist dat zij op 2 februari 2023 een betaling van een bedrag van € 1.000,00 heeft ontvangen van Sellme. De overboeking van 2 februari 2023 is verricht door Windhoek B.V. Volgens [gedaagde] hoefde zij dit bedrag niet terug te betalen. Sellme heeft tijdens de mondelinge behandeling uitgelegd dat Sellme de moedermaatschappij is van Windhoek B.V. Volgens Sellme heeft Windhoek B.V. het bedrag van € 1.000,00 namens Sellme aan [gedaagde] overgeboekt en valt dat bedrag onder de lening. 4.
- De kantonrechter is van oordeel dat het verweer van [gedaagde] doel treft. Windhoek B.V. heeft op 2 februari 2023 een bedrag van € 1.000,00 aan [gedaagde] overgeboekt. Niet gebleken is dat die door Windhoek B.V. op 2 februari 2023 verrichte overboeking namens Sellme is gedaan. Sellme kan dit bedrag van € 1.000,00 dan ook niet van [gedaagde] terugvorderen. Dit deel van de vordering wordt afgewezen. De overboeking van 17 februari 2023 4.
- [gedaagde] heeft erkend dat zij op 17 februari 2023 een bedrag van € 2.000,00 van Sellme heeft ontvangen en dat zij dit bedrag moet terugbetalen. De kantonrechter zal dit deel van de vordering dan ook toewijzen. De overboeking van 3 maart 2023 4.
- [gedaagde] heeft betwist dat Sellme op 3 maart 2023 een bedrag van € 2.000,00 aan haar heeft overgeboekt. De kantonrechter constateert dat deze betaling op de door Sellme overgelegde screenshot van de Rabo Business Banking rekening ontbreekt en Sellme heeft tijdens de mondelinge behandeling niet kunnen verklaren waarom dat het geval is. De kantonrechter zal dit deel van de vordering dan ook afwijzen. De overboeking van 7 maart 2023 4.
- [gedaagde] heeft niet betwist dat zij op 7 maart 2023 een bedrag van € 400,00 van Sellme heeft ontvangen, maar volgens haar betrof het reiskosten. Dat blijkt volgens [gedaagde] uit een door haar overgelegd afschrift van haar ING betaalrekening van 7 maart 2023, waarop als omschrijving bij de overboeking van € 400,00 staat vermeld “Reiskosten, Van Sellme Consultancy”. Volgens Sellme werden reiskosten echter via de loonstrook uitbetaald en had [gedaagde] bovendien een auto van de zaak, zodat zij geen aanspraak kon maken op verdere reiskosten. De kantonrechter is van oordeel dat uit het door [gedaagde] overgelegde afschrift van haar bankrekening echter blijkt dat deze betaling wel ziet op reiskosten en geen onderdeel uitmaakt van de lening. Dit deel van de vordering zal dan ook worden afgewezen. De overboeking van 4 april 2023 4.
- [gedaagde] heeft betwist dat het door Sellme op 4 april 2023 overgeboekte bedrag van € 400,00 door haar moet worden terugbetaald. Zij heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat zij niet meer weet waarom dit bedrag is overgeboekt, maar dat het niet onder de lening valt. Sellme heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat zij ook niet weet waarvoor [gedaagde] dit bedrag nodig had, maar dat [gedaagde] wel vaker geld nodig had en dat Sellme dan geld overmaakte. 4.
- De kantonrechter stelt vast dat uit de door Sellme overgelegde screenshots van haar Rabo Business Banking rekening blijkt dat bij de overboekingen aan [gedaagde] van 17 februari 2023, 6 april 2023 en 28 april 2023 in de omschrijving het woord “Lening” is opgenomen, terwijl dat bij de overboeking van 4 april 2023 niet is vermeld. De kantonrechter zal dit deel van de vordering dan ook afwijzen. De overboekingen van 6 april 2023 en 28 april 2023 4.
- [gedaagde] heeft erkend dat zij het door Sellme op 6 april 2023 overgeboekte bedrag van € 1.440,00 en het op 28 april 2023 overgeboekte bedrag van € 2.400,00 heeft ontvangen en dat zij deze bedragen aan Sellme terug moet betalen. Dit deel van de vordering zal dan ook worden toegewezen. Conclusie 4.
- De conclusie is dat [gedaagde] een totaalbedrag van € 5.840,00 aan Sellme moet terugbetalen. Omdat uit de dagvaarding (punt 7 onder het kopje “Geschil” en punt 5 onder het kopje “Incassobureau”) echter blijkt dat [gedaagde] al een bedrag van € 1.000,00 aan Sellme heeft betaald, resteert nog een bedrag van € 4.840,
- De kantonrechter zal de vordering van Sellme tot betaling van de hoofdsom van € 4.840,00 dan ook toewijzen. De contractuele rente 4.
- Het in de lening overeengekomen rentepercentage bedraagt 10% per jaar. [gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat zij dat percentage erg hoog vindt, maar dat zij daarmee akkoord is gegaan omdat zij dacht dat zij de lening binnen korte tijd kon terugbetalen. Dat bleek volgens haar echter niet te lukken. Sellme heeft daartegenover gesteld dat het gevorderde percentage aan rente is overeengekomen omdat het een lening met een hoog risico betrof. 4.
- Vaststaat dat partijen een rentepercentage van 10% zijn overeengekomen. Dat het voor [gedaagde] niet mogelijk is gebleken om de lening binnen korte tijd af te lossen, zoals zij had gehoopt, maakt dit niet anders. De door Sellme gevorderde overeengekomen rente zal dan ook worden toegewezen. De proceskosten 4.
- [gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat een gedeelte van het gevorderde bedrag niet toewijsbaar is, zal [gedaagde] ten aanzien van het griffierecht slechts worden veroordeeld tot betaling van het griffierecht dat verschuldigd is voor het toe te wijzen bedrag, te weten € 496,
- Het meerdere, dat op grond van de dagvaarding aan Sellme in rekening is gebracht, dient voor rekening van Sellme te blijven. 4.
- De proceskosten van Sellme worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 113,94 - griffierecht € 496,00 - salaris gemachtigde € 542,00 (2 punten × € 271,00) - nakosten € 135,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.286,94 5De beslissing De kantonrechter 5.
- veroordeelt [gedaagde] om aan Sellme te betalen een bedrag van € 4.840,00, te vermeerderen met de contractuele rente van 10% per jaar over het toegewezen bedrag met ingang van 28 april 2023 tot de dag van volledige betaling, 5.
- veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.286,94, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 5.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. B. de Metz en in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2025.