← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:5236

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Alkmaar Zaaknummer: 11498223 \ CV EXPL 25-227 Vonnis van 2 april 2025 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid QWINT B.V., te Hengelo, eisende partij, hierna te noemen: Qwint, gemachtigde: Armaere B.V., tegen [gedaagde] h.o.d.n. [bedrijf], te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. De zaak in het kort Eiseres vordert betaling van voorschotnota’s en eindfacturen voor elektra en gas dat zij stelt te hebben geleverd aan gedaagde. De kantonrechter oordeelt dat de dagvaarding niet volledig en naar waarheid is opgesteld. Ter zitting is namens eiseres evenmin voldoende duidelijkheid verschaft. De vordering wordt daarom afgewezen. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 17 december 2024 - de conclusie van antwoord van 26 december 2024 - het tussenvonnis van 5 februari 2025 - de brief van 28 februari 2025 van Qwint met producties - de mondelinge behandeling van 10 maart 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.
  2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  3. [gedaagde] heeft op 26 augustus 2019 een contract afgesloten bij Qwint voor de levering van elektra op het adres [adres 1] te [plaats 1] per 1 oktober 2019 en eindigend op 1 oktober
  4. 2.
  5. Op 26 augustus 2019 heeft [gedaagde] een contract afgesloten bij Qwint voor de levering van elektra en gas op het adres [adres 3] te [plaats 2] per 1 oktober 2019 en eindigend op 1 oktober
  6. 2.
  7. Op 3 april 2020 heeft [gedaagde] een contract afgesloten bij Qwint voor de levering van elektra en gas op het adres [adres 2] te [plaats 1] per 6 april 2020 en eindigend op 6 april
  8. 2.
  9. Bij dagvaarding heeft Qwint veertien facturen overgelegd. Voor leveringsadres [adres 1] gaat het om een twaalftal facturen namelijk; termijnfacturen gedateerd op 15 juli 2021, 10 september 2021, 28 september 2021, 7 oktober 2021, 1 november 2021, 1 december 2021, 7 januari 2022, 21 februari 2022, 1 april 2022, 1 mei 2022, 1 juni 2022 en een eindfactuur met datum 14 maart
  10. Voor leveringsadres [adres 2] is een eindfactuur van 6 mei 2022 overgelegd. Voor leveringsadres [adres 3] is een eindfactuur gedateerd op 10 september 2022 overgelegd. 3Het geschil 3.
  11. Qwint vordert – na vermindering van eis ter zitting - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 8.741, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten. Qwint legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat [gedaagde] overeenkomsten heeft gesloten met Qwint voor de levering van elektra en gas op verschillende leveringsadressen. Qwint heeft geleverd, [gedaagde] heeft nagelaten de facturen voortvloeiend uit deze overeenkomsten te voldoen. 3.
  12. [gedaagde] voert verweer. 3.
  13. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4De beoordeling de dagvaarding 4.
  14. Eisende partij moet in de dagvaarding haar eis duidelijk formuleren en de feitelijkheden vermelden die de geformuleerde eis onderbouwen. Deze voor de beslissing van belang zijnde feiten moeten volledig en naar waarheid worden aangevoerd. Partijen mogen geen feiten stellen waarvan zij weten dat die niet juist zijn. Ook mogen partijen geen feiten achterhouden waardoor de rechter op het verkeerde been wordt gezet. Doel van deze bepaling is te bevorderen dat het geschil in een zo vroeg mogelijk stadium van de procedure “uit de verf komt”. Wordt deze verplichting niet nageleefd, dan kan de rechter hieraan gevolgen verbinden. De rechter onderzoekt en beslist de zaak op basis van hetgeen partijen aan hun vordering en verweer ten grondslag hebben gelegd. 4.
  15. Het is dus de verantwoordelijkheid van Qwint om de feitelijke gang van zaken volledig, inzichtelijk en onderbouwd te presenteren. De dagvaarding van Qwint voldoet niet aan de hiervoor omschreven eisen en ook ter zitting is onvoldoende inzicht geboden. Zo staat in de dagvaarding dat de vordering ziet “op een overeenkomst gesloten met eiseres op 3 april 2020”. Ter onderbouwing hiervan is als productie 2 een slecht leesbaar ongedateerd deelnameformulier van de Rekencoach bijgevoegd, ondertekend door “ [naam 1] ” en als producties 3 een geautomatiseerde aanvraag voor levering stroom en gas, ondertekend voor akkoord door “i.o.v.” met naam dhr. [gedaagde] . Deze formulieren zien volgens Qwint op het leveringsadres [adres 2] . In de veertien bij dagvaarding overgelegde facturen zijn vervolgens drie verschillende adressen vermeld, namelijk; [adres 1] , [adres 2] en [adres 3] . Deze voorschotnota’s en eindfacturen bestaan uit verschillende variaties namelijk; leveringsadres [adres 1] , op naam van [naam 3] dienstverlening en geadresseerd aan [adres 1] , leveringsadres [adres 2] op naam van [gedaagde] en geadresseerd aan [adres 1] en [adres 3] op naam van [naam 2] en geadresseerd aan [adres 3] . Na indiening van de conclusie van antwoord, heeft Qwint bij brief van 28 februari 2025 als productie 10 en 11 machtigingsformulieren en aanvragen levering voor de adressen [adres 1] en [adres 3] ingediend, zonder verdere toelichting hierbij. 4.
  16. Eerst ter zitting stelt Qwint dat sprake is van drie overeenkomsten met [bedrijf] (het bedrijf van [gedaagde] ), terwijl zij tegelijkertijd haar eis vermindert vanwege het vervallen van de vordering met betrekking tot leveringsadres [adres 3] . Volgens Qwint ziet de vordering op een tweetal overeenkomsten voor de leveringsadressen [adres 1] en [adres 2] . Omdat onduidelijk was hoe de facturen waren opgebouwd, heeft de kantonrechter ter zitting gevraagd om uitleg van Qwint over de wijze van facturatie en de wijze van het betalen en verrekenen van voorschotten. Op deze vragen heeft de gemachtigde van Qwint - aanwezig zonder cliënt - ter zitting geen (genoegzaam) antwoord kunnen geven. de eindfactuur voor leveringsadres [adres 2] 4.
  17. Qwint vordert betaling van de eindfactuur van € 2.589,70 voor levering van elektra en gas aan het leveringsadres [adres 2] over de periode 17 april 2021 tot 14 maart
  18. [gedaagde] betwist dat hij nog enig bedrag verschuldigd is voor de levering van elektra en gas door Qwint op dit adres en wijst op onduidelijkheden in de vordering en de opzegvergoedingen. [gedaagde] verkeerde in de veronderstelling dat deze procedure uitsluitend over de levering van elektra aan het adres [adres 1] ging en niet ook over de levering van elektra en gas aan het adres [adres 2] , zo verklaarde hij ter zitting. De kantonrechter constateert dat de eindfactuur voor dit leveringsadres is gericht aan [gedaagde] en geadresseerd aan het adres [adres 1] . Op deze eindfactuur worden ‘berekende voorschotten’ in mindering gebracht. Hoewel de eindfactuur is berekend tot 14 maart 2022 zijn ook de ‘berekende voorschotten’ van april en mei 2022 in mindering gebracht. Namens Qwint kon ter zitting niet worden toegelicht waarom dat zo is berekend en hoe de opzegvergoedingen tot stand zijn gekomen. Een aanmaning voor deze factuur lijkt overigens te ontbreken. de eindfactuur en voorschotnota’s voor leveringsadres [adres 1] 4.
  19. Qwint vordert daarnaast betaling van de eindfactuur van € 5.177,30 voor levering van elektra aan het leveringsadres [adres 1] , voor de periode 1 oktober 2020 tot 14 maart
  20. Deze eindfactuur is gericht aan [naam 3] dienstverlening en geadresseerd aan het adres [adres 1] . Ook voor deze eindfactuur geldt dat deze is berekend tot 14 maart 2022, waarbij de ‘berekende voorschotten’ van april, mei en juni 2022 in mindering zijn gebracht. Deze bedragen worden, zoals hierna is weergegeven deels (niet de maanden maart en juni 2022) als voorschotnota gevorderd. Het betreft elf voorschotnota’s voor levering van elektra en gas aan het leveringsadres [adres 1] ten bedrage van in totaal € 974,
  21. Ook hiervoor geldt dat een toelichting ter zitting ontbrak. 4.
  22. Daarnaast geldt dat [gedaagde] op 17 april 2021 per e-mail aan Qwint verzocht het contract op te zeggen dan wel over te laten nemen door de huurder van [gedaagde] ( [naam 3] dienstverlening). Op deze e-mail wordt door Qwint ruim twee maanden later, op 23 juni 2021, gereageerd. [gedaagde] is door Qwint verder niet betrokken bij dit proces tot contractovername. Begin 2024 - jaren later - krijgt [gedaagde] voor het eerst incassobrieven ten aanzien van de openstaande facturen voor het leveringsadres [adres 1] . Niet is gebleken dat in de periode tussen de voorgenomen contractovername en de eerste incassobrief communicatie is geweest vanuit Qwint met [gedaagde] over betaalachterstanden. [gedaagde] ging er daarom van uit dat zijn contract was beëindigd. 4.
  23. Gelet op al deze onduidelijkheden en onvolledigheden in onderling verband en samenhang bezien, ziet de kantonrechter aanleiding om aan de schending van artikel 21 Rv het gevolg te verbinden dat de vordering van Qwint zal worden afgewezen. de proceskosten 4.
  24. Qwint is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op: - verletkosten € 100,00 (2 x € 50,00) Totaal € 100,00 5De beslissing De kantonrechter 5.
  25. wijst de vordering van Qwint af, 5.
  26. veroordeelt Qwint in de proceskosten van € 100,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Qwint niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.
  27. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. D.D.M. Hazeu en in het openbaar uitgesproken op 2 april
  28. Artikel 111 lid 2, onder d, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) Artikel 21 Rv Artikel 24 Rv

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.