Rechtbank Noord-Holland – ECLI:NL:RBNHO:2025:5647
RECHTBANK NOORD-HOLLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Alkmaar Zaaknummer / rekestnummer: 11680134 \ EJ VERZ 25-153 Beschikking van 22 mei 2025 in de zaak van de stichting Stichting Bewind en Executele Abma Schreurs te Purmerend , verzoekende partij, hierna te noemen: de vereffenaar inzake de nalatenschap van [naam], geboren op [geboortedatum] te [plaats 1] , [land] , en overleden op [overlijdensdatum] te [plaats 2] , laatstelijk gewoond hebbende te [plaats 3] .
1De procedure 1.1.
De vereffenaar heeft op 25 maart 2025 een verzoekschrift ingediend met bijlagen.
Naar aanleiding van een brief van de griffier van 1 mei 2025 heeft de vereffenaar op 6 mei 2025 een reactie per e-mail gegeven.
2De feiten 2.1.
In een beschikking van de Rechtbank Noord-Holland van 12 maart 2025 is de Stichting Bewind en Executele Abma Schreurs, verzoeker, tot vereffenaar van de nalatenschap van de heer [naam] benoemd.
3Het verzoek 3.1.
De vereffenaar verzoekt dat de kantonrechter een termijn bepaalt waarbinnen de schuldeisers hun vordering kunnen indienen bij de vereffenaar.
4De beoordeling 4.1.
Op grond van artikel 104 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is in zaken betreffende nalatenschappen de rechter van de laatste woonplaats van de overledene bevoegd. In het verzoekschrift is vermeld dat erflater zijn laatste woonplaats had in [plaats 3] . Omdat in het Boedelregister en in de beschikking van 12 maart 2025 waarbij de vereffenaar is benoemd, is uitgegaan van een laatste woonplaats in [plaats 4] , heeft de griffier aan de vereffenaar gevraagd om aan te geven welke plaats als laatste woonplaats van erflater aangemerkt moet worden. Uit de nadere reactie van de vereffenaar blijkt dat uitgegaan moet worden van [plaats 3] als de laatste woonplaats van erflater. Dat betekent dat de kantonrechter te Alkmaar niet bevoegd is het verzoek te behandelen. De kantonrechter zal op grond van artikel 270 lid 1 Rv de zaak, in de stand waarin deze zich bevindt, doorverwijzen naar de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht (Bureau Erfrecht).
5De beslissing De kantonrechter 5.1. verklaart zich onbevoegd van het verzoek kennis te nemen;
5.2. verwijst de zaak in de stand waarin deze zich thans bevindt naar de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht (Bureau Erfrecht).
Deze beschikking is gegeven door mr. S.W.S. Kiliç en in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2025.