← Nederland

ECLI:NL:RBNHO:2025:6464

RECHTBANK NOORD-HOLLAND Sectie Familie & Jeugd Locatie Haarlem Kinderrechter Parketnummer: 15/062982-24 Uitspraakdatum: 11 juni 2025 Tegenspraak Verkort schriftelijk strafvonnis Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting met gesloten deuren van 28 mei 2025 in de zaak tegen: [de verdachte] , geboren op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] , ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres] . De meervoudige kamer heeft de zaak op 28 mei 2025 verwezen naar de kinderrechter. De kinderrechter heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie [officier van justitie] en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. G.F.H. Velthuizen, advocaat te Zaandam, naar voren hebben gebracht. 1Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij, of omstreeks 13 februari 2024 te Koog aan de Zaan, gemeente Zaanstad tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, airpods, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde partij] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(

  1. s)toebehoorde(
  2. n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde partij] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door een of meerdere malen in het gezicht, althans tegen het hoofd te slaan. 2Voorvragen De kinderrechter heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 3Bewijs 3.1. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit. 3.2. Standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte een strafbaar feit heeft gepleegd en dat de verdachte daarvoor strafbaar is. 3.3. Bewijsmiddelen De kinderrechter grondt de beslissing dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten aanvulling worden. 3.4. Bewezenverklaring De kinderrechter acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat hij op 13 februari 2024 te Koog aan de Zaan, gemeente Zaanstad tezamen en in vereniging met een ander, airpods die aan [benadeelde partij] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd gevolgd van geweld tegen [benadeelde partij] , gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [benadeelde partij] meerdere malen tegen het hoofd te slaan. De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging. Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. 4Kwalificatie en strafbaarheid van het feit Het bewezenverklaarde levert op: diefstal, gevolgd met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen. Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar. 5Strafbaarheid van verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is derhalve strafbaar. 6Motivering van de sanctie 6.1. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 60 uren subsidiair 30 dagen jeugddetentie. 6.2. . Standpunt van de verdachte/de verdediging De verdediging heeft bepleit de eis van de officier van justitie enigszins te matigen vanwege de volgende omstandigheden. De verdachte is een atypische verdachte. Het feit is van februari 2024 en hij is sindsdien niet meer in aanraking gekomen met politie en justitie. Als hij toen niet op straat was geweest met de medeverdachte dan was er niets gebeurd. Op school gaat het goed met de verdachte en hij loopt stage. Ook heeft hij een bijbaantje als koerier. De verdachte en het slachtoffer komen elkaar wel eens tegen en dat verloopt goed. 6.3. Oordeel van de kinderrechter Bij de beslissing over de sanctie die aan de verdachte moet worden opgelegd, heeft de kinderrechter zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van de verdachte, zoals een en ander is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting en het adviesrapport van de Raad voor de Kinderbescherming, hierna de Raad, van 23 mei 2025. De verdachte heeft zich, samen met een ander, schuldig gemaakt aan een straatroof, waarbij het slachtoffer is beroofd van zijn airpods en op zijn hoofd is geslagen. Door het plegen van dit soort geweldsdelicten heeft de verdachte geen enkel respect getoond voor de lichamelijke integriteit en de eigendommen van anderen. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dit soort misdrijven zich nog lang onveilig voelen en daardoor beperkt worden in hun doen en laten. Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de kinderrechter gelet op het op naam van de verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 16 april 2025, waaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld. Verder is het uitgebrachte adviesrapport van de Raad meegewogen dat – kort en zakelijk weergegeven – onder meer het volgende inhoudt. Binnen het onderzoek van de Raad zijn een aantal beschermende factoren naar voren gekomen. Zo is het positief dat de verdachte een goede band heeft met zijn moeder, dat het goed gaat op school en dat hij een bijbaan heeft waar hij vier avonden per week werkt. De Raad ziet wel een risico dat de verdachte tot op heden buiten wordt gezien met jongeren die bekend zijn bij de politie en waar de politie zorgen over heeft. Dit kan ervoor zorgen dat de verdachte negatief wordt beïnvloed en opnieuw in een probleemsituatie terecht komt. Verder ziet de Raad het als een risico dat de verdachte over de huidige verdenking niet meer precies weet waarom hij die keuze heeft gemaakt. De Raad is bezorgd dat de verdachte mogelijk niet genoeg heeft nagedacht over de eventuele gevolgen (voor hemzelf en het slachtoffer). De Raad adviseert de verdachte een taakstraf op te leggen in de vorm van een werkstraf. Alles afwegende is de kinderrechter van oordeel dat een taakstraf in de vorm van een werkstraf van het na te noemen aantal uren moet worden opgelegd. Gelet op de positieve stappen die de verdachte na het feit heeft gezet, ziet de kinderrechter aanleiding de eis van de officier van justitie te matigen. 7Toepasselijke wettelijke voorschriften De volgende wetsartikelen zijn van toepassing: artikel 77a, 77g, 77m, 77n, 312 van het Wetboek van Strafrecht. 8Beslissing De kinderrechter: Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4. weergegeven. Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij. Bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert. Verklaart verdachte hiervoor strafbaar. Veroordeelt verdachte tot het verrichten van VEERTIG

(40)UREN taakstraf in de vorm van een werkstraf, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door TWINTIG
(20)DAGEN jeugddetentie. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum Dit vonnis is gewezen door mr. J. van Beek, kinderrechter, in tegenwoordigheid van de griffier W. van den Bergh, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 11 juni 2025.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.